Arif, Duitsland en de Eerste Wereldoorlog

Op de foto staat ‘De heer Hermann in het jaar 1337’. De codenaam van de Duitse spion Walter Balterz, die bekend was bij de Riffijnen onder de naam ‘heer Hermann’.

Op 22 augustus 1915 landde de Duitser Walter Balterz in Souani, samen met zijn landgenoot Farli Lang (door de Riffijnen Rqayd Far genoemd) en zijn Tunesische werker. De drie stapten uit een zeilboot dat eigendom was van Rais Mohend Boudra en welke gebruikt werd voor transport en handel tussen Arif en Spanje. Rais Boudra kreeg van de Duitsers als cadeau; een pistool, een geweer en een vlag van het Ottomaanse Rijk voor zijn trouw aan Abdelkrim Elkhattabi en het bewaren van het geheim van hun aankomst.

De Duitse spion was op een geheime missie; hij wilde de Ait Wayagher en de rest van de Riffijnen overhalen een proxy oorlog te laten uitvechten tegen de Fransen in Marokko. 103 jaar geleden landden de drie buitenlanders aan in Souani, vergezeld van twee lokale personen, te weten: 1. De zwager van de familie El Khattabi, Mohend Boudra, die met Fadhma n Abdelkrim Elkhattabi trouwde (de oudere zus van de latere president van Arif republiek Moulay Mohend). 2. De neef van de El Khattabi’s, Abdelkrim n Heddou n Ziyyan, die redelijk Duits sprak.
Op de boot bleef Mohamed Boubatata Akkouh achter om de boot samen met Mohamedh n Mohamedh Benazrq uit Ait Bousaqsaqen en zijn twee zoons te varen naar zijn eindbestemming in Isri.

De drie buitenlanders en twee lokale personen kwamen aan bij het huis van de rechter El Khattabi in Ajdir, waarna zij na het avondmaal weer vertrokken naar ait Qamra. De rechter was bang dat ze gezien werden en dat zijn politieke tegenstanders dat zouden gebruiken om de burgers op te zetten tegen hem en vervolgens zijn huis zouden aanvallen.

De lokale bevolking wist echter niets van de aanwezigheid van deze vreemden, maar de Spanjaarden op Noukour eiland wel. Hoe zij erachter kwamen is een apart verhaal: Tussen de Spanjaarden op Noukour eiland en de Riffijnen op het vasteland werd handel gedreven die de beide partijen nodig hadden. De Spanjaarden kochten bijvoorbeeld eieren en kippen van de lokale bevolking en verkochten suiker en andere producten die het platteland niet produceerde.

Bij aankomst van de gasten stuurde Abdelkrim (de rechter) zijn hulp naar het eiland om een pak dure bisquits te kopen. De Spaanse winkelier vroeg aan de hulp van Abdelkrim waarom hij dat wilde, aangezien dit luxe product doorgaans niet gekocht werd door de Riffijnen. De hulp vertelde de Spanjaard dat er drie buitenlandse gasten zijn in het huis van Abdelkrim. De Spaanse winkelier berichtte onmiddellijk de militaire gouverneur in Melilla dat de Duitsers de Ait Wayagher voor zich wilden winnen in plaats van de Spanjaarden. De Spaanse generaal Jordana gaf direct het bevel om Mohend (de latere oprichter van Arif republiek) in de gaten te houden, omdat hij de Duitsers vanuit Melilla naar Ajdir stuurde.

In hetzelfde jaar werd op verzoek van de Franse maarschalk Hubert Lyautey, Mohend n Abdelkrim El Khattabi opgepakt door de Spanjaarden in Melilla. Een paar maanden na zijn gevangenschap probeerde Moulay Mohend te ontsnappen. De poging eindigde met een val en Mohend werd opgenomen in het ziekenhuis waarna hij later werd vrijgelaten. Hij mocht Melilla echter niet verlaten. Hij werd als gijzelaar gebruikt om druk uit te oefenen op zijn vader Abdelkrim wiens politiek vijandiger werd t.o.v. Spanje.

Abdelkrim Elkhattabi stuurde daarentegen een brief met harde taal naar Jordana: “Jullie moeten niet de illusie krijgen dat het vaderland hetzelfde weegt als mijn zoon. Of dat zijn gevangenschap bij jullie invloed zal hebben op mijn standpunt over jullie. Ik heb absoluut geen hoop dat hij nog terug komt, als zijn terugkeer ten koste gaat van onze principes en de wil om de strijd tegen jullie!”, aldus Abdelkrim.

Na de onderhandelingen tussen familie Elkhattabi en de Spanjaarden mocht Mohend Melilla verlaten in ruil voor twee andere gijzelaars van de familie. Mohamed Amghar Benzian en Mohamed n Mustaf n Boudra boden zich aan. In mei 1916 keerde Mohend Elkhattabi terug in Ajdir onder vreugde van de lokale bevolking.

De schermutselingen met de Fransen in Igzennayen bleven echter, waardoor Spanje haar bondgenoten binnen de Ait Wayagher opzette tegen de Elkhattabi’s. Dit leidde meerdere malen tot confrontaties tussen Riffijnen van dezelfde stam. De proxy oorlog in Igzennayen had echter geen grote gevolgen. Er was geen wil bij de Riffijnen om zich te mengen in een oorlog dat voor hen ”een ver-van-mijn-bed-show” was.

Een van de belangrijke figuren in de Duits-Riffijnse alliantie tegen de Fransen was de Algerijn Abdelmalek Muhyi Dinne, de zoon van de bekende Algerijn Abdelkader Eljazairi.  Abdelmalek zou zich later echter aansluiten bij de Spanjaarden en vechten tegen de Riffijnse republiek.

In de zomer van 1924 leidde de in Syrië geboren Algerijn een aanval tegen de Riffijnse stellingen in Midar. Dit deed hij vanuit het Spaanse kamp in Raazib n Midar. Na een paar uur verloor hij meer dan de helft van zijn legermacht van ruim 900 soldaten. De laatste aanval leidde hij zelf en eindigde na 10 minuten toen hij door een kogel werd getroffen. Als gevolg van zijn dood trokken zijn overige soldaten terug.

De slag om Midar werd gewonnen dankzij de manoeuvre van een vijftigtal commando’s onder leiding van Moh Azdhadh / Mohamed Azdad en het gebruik van de dubbele foxholes (een verticale, dat een soldaat toestond recht te staan en met hoofd en schouders te vechten. En een horizontale die de soldaat bescherming bood bij bombardementen of artillerievuur).