Bask schrijft eerste grammaticaboek voor het Riffijns

Tegen het einde van de 19e eeuw begonnen Spaanse missionarissen in Noord-Afrika interesse te tonen in het leren van Tamazight, vooral in Arif. Het beste voorbeeld in dit geval is Pedro Hilarion Sarrionandia, een franciscaanse priester die op een Afrikaanse missie naar Arif reisde. Tijdens zijn twintig jaar verblijf in het gebied, schreef hij een grammatica boek voor de Riffijnse taal en een Spaans- Riffijnse woordenboek.

Het eerste Amazigh-taalgrammatica voor de Riffijnen werd geschreven door een Baskische priester, Pedro Hilarión Sarrionandia. Het boek zag licht in 1905 tijdens een religieus evenement. Sarrionandia’s eerste contact met Arif begon in 1892, toen hij als 27-jarige priester naar de Orde van het klooster in Tetouan werd gestuurd. Tijdens zijn verblijf leerde hij Arabisch en schakelde toen over naar het Tamazight.

Anders dan de Arabische taal die gebruikt werd in de Koranscholen, was het Riffijns merendeels mondeling met weinig geschreven teksten. Een feit dat de jonge priester schokte die vroeger grammatica in boeken leerde.

Gelukkig belette dit obstakel Pedro niet om verder te gaan met het leren van de Amazigh-taal. Integendeel, het was bemoedigend voor hem dat hij probeerde aantekeningen begon te maken voor de grammatica van de taal. De priester besteedde dagelijks verschillende uren aan deze nieuwe missie, terwijl hij nauw contact had met de lokale bevolking. Met de kennis die hij opdeed begon hij zijn eerste essays te schrijven.

 

Grammaticaboek voor het Riffijns

In 1901, geautoriseerd door de Spaanse autoriteiten, ging hij naar Melilla om zijn werk te publiceren. Na een vertraging van vier jaar veroorzaakt door de politieke situatie, werd zijn boek: “De grammatica van de Riffijnse taal” eindelijk gepubliceerd in Tanger in 1905.

De wens van Pedro Hilarion Sarrionandia om meer te weten en zijn kennis van de Amazigh-taal uit te breiden, leidde hem in juni 1910 naar Essaouira om het lokale dialect van de regio te bestuderen. Een uitdaging waar hij klaar voor was, vooral nadat zijn boek zwaar werd bekritiseerd door René Basset, een Franse auteur die «Berber Tales» schreef in 1887.

Zijn reis naar Essaouira duurde tot november 1912, toen de twee Franse en Spaanse protectoraten werden ondertekend. Deze politieke veranderingen die zich in het gebied voordeden, dwongen hem zijn superieuren te vragen om een ​​einde te maken aan zijn missie in Afrika. Een jaar later werd hij naar een klooster in Sevilla gestuurd, waar hij zich volledig wilde wijden aan de Amazigh-grammatica.

 

Een droom die tot een einde kwam

Helaas kwam de droom van de priester spoedig tot een einde. Pedro Hilarion Sarrionandia stierf in 1913, in zijn woonplaats, Garai in Baskenland, na een tragisch ongeluk. Slechts 48 jaar oud, de plannen van de priester werden opgeschort, maar zijn boek heeft het overleefd.

Op 17 november herdenkt Garai, de geboorteplaats van Pedro Hilarión Sarrionandia, zijn dood en brengt hulde aan de auteur van het eerste grammaticaboek van de Riffijnen.

Zijn boek werd later gebruikt door Abdelkrim Elkhattabi om het Riffijns te doceren aan de Spanjaarden in Melilla.

 

Joseba Sarrionandia

In 2011 bracht zijn zoon Joseba Sarrionandia het boek ”Moroak gara behelaino artean?” (Zijn wij Moren in de mist?) uit. Het boek gaat over de narigheden van het kolonialisme, met daarin veel informatie over Arif.

Joseba was lid van ETA, in de jaren 80 werd hij opgepakt en veroordeeld tot 22 jaar celstraf. In 1985 ontsnapte hij uit de gevangenis, sindsdien leefde hij ondergronds, maar bleef boeken in het Baskisch schrijven en publiceren. In 2016 werd bekend gemaakt dat Joseba in Cuba woont.