Bouhmara & Arif

Bouhmara

Jilali Ben Abdeslam Ben Idriss Elyoussoufi El Zarhouni zag het licht rond het jaar 1865 in Zarhoun in de buurt van Meknes. Sommigen zeggen dat hij uit een Riffijnse familie komt die lang daarvoor naar het plaatsje Zarhoun was verhuisd.

Hij is bekend onder de naam Bouhmara (dariza) of Boutaghyoutch (Riffijns). De nicknaam die hij kreeg betekent ”degene met de ezelin”. Deze titel kreeg hij omdat Jilali verschillende dorpen en stammen bezocht om aanhangers te winnen voor zijn politieke project, zijn vervoermiddel was een ezelin. Er wordt gezegd dat hij zo vaak reisde dat hij meestal te zien was op zijn ezelin, waarna mensen hem ”Boutaghyoutch” gingen noemen. In het artikel zullen wij de drie namen afwisselend gebruiken.

Het begin

Toen de Allawitische sultan Hassan I overleed in 1894, ontstond er verdeeldheid over de nieuwe 14-jarige sultan Abdelaziz. Omdat velen zijn oudere broer Mhamed, die gevangen werd gezet, als sultan wilden zien. Deze onrust werd gegrepen door Jilali die pretendeerde Mhamed te zijn. Hij  vertelde de mensen dat hij uit de gevangenis wist te ontsnappen.

Jilali begon zijn avontuur in Taza waar hij makkelijk aanhang kreeg. Daarna wist hij Oujda te veroveren, die hij later verloor omdat de Allawiet Abdelaziz de hulp van de Fransen inriep. De Fransen bevrijdden de stad van het leger van Bouhmara, maar hielden het echter voor zich in plaats van het te overhandigen aan de Allawieten

 

De sleutel van Fes ligt in Arif

Jilali werd verteld zich te richten op centraal Arif waar de makhzen geen aanwezigheid kende en waarvan de strijders bekend stonden als gevreesde krijgers. Jilali begon de stammen van centraal Arif te benaderen. De Riffijnse stammen accepteerden zijn religieus gezag omdat hij ze had beloofd het verzet tegen de Europese koloniale machten te organiseren. Jilali verplaatste hierop zijn hoofdstad naar Salouane in de huidige provincie Nador. Met behulp van Europeanen wilde hij een handelscentrum oprichten in de huidige stad Nador, maar dat werd echter gebombardeerd vanuit de zee door een boot van de Allawitische sultan.

Binnen een korte tijd wist Bouhmara een regime, zoals die van de Allawieten, vorm te geven en vormde een onafhankelijke sultanaat in grote delen van Arif dat steeds meer erkenning kreeg van de koloniale machten die uit waren op de rijkdommen van het gebied. Om einde te maken aan deze bedreiging stuurde de Allawitische sultan in Fes een leger om Bouhmara te verslaan en zijn hoofdstad Selouan in te nemen. Het leger van werd echter verpletterend verslagen en de overlevenden moesten vluchten naar de Spaanse enclave Melilla.

 

Arif komt in opstand

De stammen van centraal Arif (de huidige provincies Al Hoceima, Driouch en Nador) begonnen echter argwaan te krijgen van Boutaghyoutch omdat hij zijn belofte niet na kwam en het tegendeel deed door zijn banden met de koloniale machten te versterken. De sultan Boutaghyoutch had o.a. de Ikhsan ijzermijnen verkocht aan de Spanjaarden.

Het antwoord van de Riffijnen was een openlijke rebellie. De stam Ait Touzine kwamen als eerste in opstand tegen hem, maar werden verslagen. Een paar kinderen van de Ait Touzine die koran voorlazen aan het leger van Bouhmara, als teken van overgave volgens de Amazigh gebruiken, werden in koele bloed gedood door de sultan, wat de woede van de andere stammen vergrootte.

Een van de machtige stammen in de regio, de Ait Wayagher, was verwikkeld in een jarenlange burgeroorlog waardoor het verzwakte . De stam had er geen probleem mee om het religieuze gezag van een sultan te erkennen. De sultan had echter niks te zeggen betreft de wereldse zaken in Arif. Elke keer dat de sultan zich probeerde mee te bemoeien met de wereldse zaken, zoals het innen van belasting, kwam het tot een confrontatie uit tegen de Riffijnen.

 

Het begin van het einde

In 1907 hebben vier soldaten van Bouhmara, vier grote reuzen om indruk te maken en angst te zaaien, de Amazigh wetten verbroken. Dat deden zij door kogels te schieten op de Maandag-markt in Ait Bouayach. Volgens de Izarfan, eeuwen oude Amazigh wetten, is de dag van de wekelijkse markt een dag van vrede. Daarmee was het verboden wapens te gebruiken op de markten.

Door de daad van de soldaten ontstond voor even chaos in de markt, omdat niemand wist vanwaar die kogels kwamen. Maar nadat bleek dat de kogels uit de geweren van de soldaten kwamen, besloten de inwoners van Ait Bouayach om de soldaten te ontwapenen, martelen en uit hun gebied te verjagen.
Bouhmara was woedend op deze daad van de Ait Bouayach. Om de schade die zijn gezag opliep beperkt te houden wist hij dat de stam bestraft moest worden. De substam Ait Bouayach moest een hoge boete betalen, maar de andere substammen van de Ait Wayagher, in totaal 5 substammen, besloten de boete mee te betalen. Het was de eerste grote solidariteitsdaad tussen de substammen na de jarenlange onderlinge oorlog.

 

Stilte voor de storm

Na een vergadering van de vertegenwoordigers van de stam werd besloten om de grenzen van de stam te bewaken tegen een mogelijke verrassingsaanval van Bouhmara of stammen die onder zijn invloed waren.

De situatie bleef op deze manier tot er in 1908 het nieuws kwam dat een groot leger van Bouhmara onderweg was naar de Ait Wayagher. Om deze stam extra te vernederen werd het leger geleid door een ex-slaaf van Bouhmara met de nicknaam Bou Rodhoe. Het leger had ook ruiters, de toenmalige tanks, de Ait Wayagher zelf hadden geen Ikhsan/ruiters. De stamleiders moesten met een plan komen, anders maken ze geen kans tegen het grote leger van Bouhmara en de dodelijke ruiters!!

Het plan van de verdedigers

Bij een vergadering van de Imgharen/leiders van de Ait Wayagher. Deze vergadering werd ook bijgewoond door Abdelkrim Elkhattabi (de vader en niet zijn zoon Moulay Mohend die Arif republiek oprichtte). De leiders hebben besloten het leger van Bouhmara te lokken. Het volgende plan werd afgesproken:
– Elke substam kreeg een gebied van de frontlinie om te verdedigen, Bouhmara kwam vanuit de kant van Temsamane. Dat betekende dat heel de Noukour rivier verdedigd moest worden.

– De strijders moesten hun plaatsen innemen en zich schuil houden voor de vijand tot hij op een korte afstand bevindt.

– Een speciale eenheid werd gekozen om zich te verstoppen in de vruchtbomen in de Noukour-vallei, zij moesten wachten tot het leger van Bouhmara het vallei passeert om vervolgens de waterkanalen in de vallei open te breken om het gebied onder water te laten lopen

– De vrouwen, kinderen en ouderen moesten thuis blijven en pas na een teken van de leiders vluchten.

 

De confrontatie

Het leger van Bouhmara arriveerde op de bergen van Temsamane waaruit ze keken op de Noukour vallei en de heuvels van Ait Wayagher. Op dat moment gaven de leiders het sein aan de vrouwen om te vluchten. De soldaten en de ex slaaf Bou Rodhoe zagen de menigte vluchten en dachten dat de Ait wayagher verrast werden en dat zij aan het vluchten zijn. de soldaten haastten zich ongeorganiseerd om te plunderen.

Toen de soldaten van Bouhmara dichtbij genoeg waren verschenen de strijders van de Ait wayagher die goed verschanst waren en begonnen met scherp te schieten op de vijand. De soldaten van Bouhmara werden verrast en raakten in paniek. Na veel verliezen probeerden zij terug te trekken om zich te hergroeperen.

De vluchtroute was echter al afgesneden door de speciale eenheid die zich verborgen hield in de vruchtbomen in de Noukour vallei. Inmiddels was het vallei onder water gelopen en de strijders die na het afbreken van de waterkanalen hun posities in de bomen namen. Het leger van Bouhmara had moeite met de modder, terwijl zij onder vuur lagen van achteren en van de eenheid die zich in de bomen bevond. De ruiters moesten zich hergroeperen om effectief te kunnen zijn, maar hun paarden kwamen vast te zitten in de modder. Op hun paarden waren de ruiters schietschijven voor de scherpschutters in de bomen.

Het machtige leger van Bouhmara werd gedecimeerd. Volgens sommige overleveringen van de lokale bevolking probeerde de aanvoerder van het leger Bou Rodhoe te vluchten verkleed als vrouw. Hij werd echter herinnerd en dood geschoten door de verdedigers.

Het resultaat

Na deze nederlaag kwamen de andere stammen in opstand tegen Bouhmara, die genoodzaakt was uit zijn hoofdstad Selouane te ontvluchten nadat zijn aanhang slonk. Mohamed Amezian uit Azghenghan, die later bekend zal worden door zijn verzet tegen de Spanjaarden, verenigde de Riffijnse stammen in de regio van Selouane. Met deze macht belegerde Amezian de hoofdstad van Jilali waardoor hij gedwongen werd te vertrekken uit het gebied nadat hij om veilige doorgang vroeg.

In 1909 werd Bouhmara omsingeld door de soldaten van de Allawieten waarop hij en zijn aanhang terugtrokken in een moskee. Dat beschermde hem echter niet tegen de kanonnen van de Allawieten die geschonken werden door de Fransen. De moskee werd vernietigd en Bouhmara werd opgepakt samen met 400 vertrouwelingen.

Het einde

Boutaghyoutch en zijn trouwe volgers werden afgevoerd naar de hoofdstad Fes, Jilali werd in een kooi afgevoerd (zie foto). Van de 400 gevangenen overleefde slechts 160 de reis. In september 1909 werd iedereen gedood in de hoofdstad van de Allawieten. Waarvan velen, levend, de ledematen eraf werden gehakt. Bouhmara zelf werd levend aan roofdieren gevoerd, anderen zeggen dat hij gedood werd en in het wild werd gegooid.