Chronologie van de slag om Anoual

De slag om Anoual tussen de Riffijnen en Spanjaarden bestond uit een serie van veldslagen rondom de hoofdbasis van de Spaanse macht in Anoual.

De gevechten begonnen op 1 juni 1921 toen 500 Riffijnse strijders Dhar Obaran bevrijdden van de Spanjaarden. Anoual valt op 21 juli 1921 in handen van de Riffijnen, in 72 dagen slagen de Riffijnen erin om alle gebieden die de Spanjaarden 11 jaar heeft gekost te occuperen terug te nemen.

 

Hieronder volgt een chronologie van de gebeurtenissen en de gevechten:

De Spaanse bezetting van Arif verliep niet bepaald soepel. De Riffijnse leider Mohammed Ameziane uit Azghenghane leidde het Riffijnse verzet van 1909 tot 1912, op 15 mei ging hij strijdend ten onder in Ait Sidel. Na Mohammed Ameziane kwam het Riffijnse front in handen van Mohamed Heddo El Azouzi die de taak op zich nam om het Riffijnse verzet te organiseren tegen de Spaanse bezetting. Na de dood van El Azouzi in 1915 zwakte het Riffijnse front verder af en ontstond een vacuüm in het leiderschap onder de Riffijnen. De Spanjaarden zagen hun kans schoon om dit probleem onder de Riffijnen te gebruiken in hun voordeel, de Spanjaarden namen al gauw de ene stam na de ander in.

Ondertussen poogde de familie Elkhattabi te onderhandelen met de Spanjaarden om ze te overtuigen van de voordelen van vreedzame economische en politieke banden tussen Arif en Spanje. Pas in 1920 raken de Elkhattabi’s overtuigd dat de Spanjaarden enkel uit zijn op het uitbuiten van Arif en de Riffijnen.

– 1920. Abdelkrim Elkhattabi (de vader) verklaart de oorlog aan de Spanjaarden. Als Abdelkrim eind juni van dat jaar over 2.000 strijders beschikt besluit hij om een militaire kamp op te zetten in het plaatsje Wadhia (in de stam Tafersit), om de oprukkende Spanjaarden een halt toe te roepen, dit hield hij 20 dagen lang vol. Abdelkrim werd toen vergiftigd door de collaborateurs en moest op 7 augustus 1920 noodgedwongen terugkeren naar zijn huis in Ajdir. Na het vertrek van Abdelkrim viel het kamp uit elkaar en een dag na zijn vertrek voerden de Spanjaarden een massieve aanval uit op Tafersit dat al snel in handen kwam van hun.

-Spanje gebruikte al jaren geld als manipulatiemiddel om de Riffijnen die invloed hadden binnen hun stammen tevreden te houden en te overtuigen van hun kansloze gewapende strijd tegen de Spaanse macht. Spanje genoot in die tijd ook van steun van handlangers die actief waren in verschillende stammen en onderling vetes en conflicten tussen verschillende families en stammen veroorzaakten om de stammen uit te putten en te voorkomen dat de stammen zich verenigen tegen de bezetter. Evenals de wil van de Riffijnen om zich te verzetten tegen de bezetter te breken. Om een voorbeeld te noemen; Spanje had in Ibaqqoyen en Ait Wayagher 40 “vrienden” (waaronder de familie Elkhattabi tot 1920), 25 van deze belangrijke figuren ‘vrienden’ kreeg een maandelijks een loon van 75 Peseta’s.

– Ondanks het geld en de Spaanse strategie om Riffijnen tegen elkaar op te zetten bleef de wil van de Riffijnen om hun land te bevrijden hoog. Mohamed, de zoon van Abdelkrim Elkhattabi nam de plaats in van zijn vader nadat hij overleed als gevolg van vergiftiging. Mohamed Elkhattabi ook soms Mohend Elkhattabi genoemd werd later bekend onder de naam van zijn vader Abdelkrim. Mohend Abdelkrim Elkhattabi organiseerde na zijn aantreden als leider van de stam Ait Wayagher een bijeenkomst in Imzouren. De vergadering werd bijgewoond door de leiders van Ait Wayagher en een aantal strijders van de omringende stammen. Tijdens die bijeenkomst werd besloten om het gewapende verzet tegen de Spanjaarden voort te zetten, ook werd afgesproken een einde te maken aan de vetes tussen de verschillende families en personen.

– 5 december 1920. Spanje bezet de stam Ait Oulichek en daarna de stam Ait Said. Het gebied ten oosten van deze twee stammen viel tussen 1912 en 1920 in handen van de Spanjaarden.

– 12 januari 1921. Spanje bezet Sidi Hsayn en Ras Afaro.

– 15 januari 1921. Spanje bezet Anoual nadat ze hun kampen in Ben Tayeb en Driouch (die eerder in handen vielen van de Spanjaarden) hadden versterkt. Anoual bevindt zich in de stam Ait Oulichek en grenst aan de stam Temsamane. Verder is het in de buurt van de hooglanden van Ait Said en ligt op een afstand van 16 km van Ben Tayeb, 35 km van Driouch en 106 km van Melilla.

– 12 maart 1921. Spanje bezet Sidi Driss waar de rivier Ameqran uitmondt, Mohend Abdelkrim Elkhattabi had ondertussen de Spanjaarden gewaarschuwd om de rivier Ameqran niet over te steken.

– 13 april 1921. Spaanse kanonnen die gestationeerd zijn op Noukour eiland, in de baai van Alhoceima bombarden een wekelijkse markt in Ait Wayagher. De actie was bedoeld als vergelding voor het niet verwelkomen van de Spaanse resident-generaal Berenguer door de notabelen van de stam Ait Wayagher. De kanonnen bombardeerden ook een aantal huizen rondom de markt in Ajdir. Deze daad resulteerde in een aantal doden en gewonden maar had niet het effect waarop de Spanjaarden hadden gehoopt (angst en terreur zaaien). In plaats van te vluchten grepen de Ait Wayagher hun schamele geweren en begonnen terug te schieten (Alhoewel deze actie meer symbolisch van aard was, omdat de kogels van hun oude geweren het kasteel op Noukour eiland nauwelijks konden bereiken). Abdelkrim Elkhattabi sprak zijn strijders toe met de volgende zin “sterven terwijl je land verdedigd is beter dan jezelf over te geven aan de indringer!!”. Het Spaanse bombardement had een averechts effect, het verenigde de stam Ait Wayagher en zorgde voor meer solidariteit van de omliggende stammen

-De notabelen van Temsamane waren aarzelend over het verzet tegen de Spanjaarden, velen voerden de bevelen van de Spanjaarden uit om het leed van hun volk te vermijden. Als gevolg hiervan, en omdat Temsamane een strategische positie had voor de Riffijnen werd eind januari 1921 een kamp gepositioneerd op de Qama berg. Dit kamp telde 500 strijders en had als taak om de Spaanse eenheden in de gaten te houden. In april werd het Riffijnse kamp versterkt met meer strijders uit Ait Wayagher, Ibaqqoyen, Ait Touzine en Rabae n Truggut (sub stam van de Ait Temsamane), in totaal telde het kamp drie duizend strijders.

– 13 april 1921. Het Riffijnse verzet slaat twee andere kampen op om de Spaanse linie Anoual-Sidi Driss nauwlettend in de gaten te houden en verrassingen voor te zijn. De ene kamp komt in Sidi Bouyacoub en een ander in het plaatsje Aliman in de buurt van Sidi Chaib. Het verzet was ook van plan een kamp op te slaan op Dhar Abaran om controle te hebben over de rivier Ameqran.

– Generaal Sylvestre, vriend van de Spaanse koning Alfonso de 13de, opperbevelhebber van het leger in Melilla (dat verantwoordelijk was voor het oosten en midden van Arif) en leider van het Spaanse offensief had de oprichting van de Riffijnse kamp op Qama berg onderschat. Sylvestre ging ervan uit dat Abdelkrim met die daad slechts zijn onderhandelingspositie met de Spanjaarden wilde versterken, maar na het oprichten van de twee andere kampen realiseerde Sylvestre zich dat Abdelkrim toch andere plannen had. De Spaanse generaal was in eerste instantie van plan om in augustus of september de rivier Ameqran over te steken en de Abaran berg te bezetten. Maar door de oprukkende Riffijnse strijders en hun groeiende aantal moest hij noodgedwongen snel handelen, met name nadat hij werd aangemoedigd door een aantal informanten die hem het nieuws brachten dat de meeste strijders (waaronder Abdelkrim) het Qama kamp hadden verlaten om een vergadering in Sidi Bouhfaf bij te wonen.

– 1 juni 1921 (24 Ramadan). Om 1:00 uur vertrekken onder leiding van Villar 1.500 Spaanse soldaten met 485 muilezels volgeladen met munitie, wapens en voedsel om Abaran te bezetten. Ondanks dat de berg slechts 6 km verwijderd ligt van Anoual hebben de Spanjaarden er ruim vier uur over gedaan om de top van Abaran te bereiken. Bij hun aankomst hebben de Spanjaarden de bergtop omgezet tot een kamp vol met loopgraven, barricades en prikkeldraad. Na het afronden van het kamp keerden de meeste soldaten terug naar Anoual en bleven slechts 278 soldaten achter om Abaran te verdedigen, 200 daarvan waren Riffijnse huurlingen. De overgebleven soldaten op Abaran beschikten over twee kanonnen.

– 1 juni 1921. Bij zonsopgang verraste de Spaanse aanwezigheid op Abaran de Riffijnse strijders in Qama. Desondanks lukt het de Riffijnse strijders om signalen over de onverwachte Spaanse ingreep uit te zenden naar de overige strijders in de omgeving. Binnen een zeer korte tijd arriveerde een macht van 500 Riffijnse strijders aan die het op zich nam om Abaran te heroveren op de Spanjaarden. Deze macht werd verdeeld in drie groepen, de eerste groep viel Abaran aan vanuit het westen (vanuit Ait Bouyacoub), de tweede groep viel aan vanuit het noorden en de derde groep vanuit het oosten (vanuit het dorp Ifassia). De Riffijnse aanval begon om 15:00 en eindigde om 17:00. Slechts twee uur hadden de Riffijnen nodig om Abaran te bevrijden.

– Slechts 20 Spanjaarden (andere bronnen melden 6) wisten Anoual te bereiken. Ruim 150 soldaten werden gedood waaronder een aantal officieren. De Riffijnen namen de twee kanonnen in beslag evenals machinegeweren, geweren, munitie en voedsel (Arif werd geteisterd door hongersnood, velen kwamen om door honger en velen collaboreerden om in leven te blijven).

– De aanval kostte vier Riffijnse strijders het leven.

– Na de bevrijding van Abaran voerden de Riffijnen ‘s nachts een aanval uit op een Spaanse kamp in Sidi Driss. Echter, de aanval mislukte omdat Sidi Driss beter was verdedigd en de Riffijnse aanvallers moeite hadden met het prikkeldraad rondom het kamp.

– Na Abaran werden de rollen omgedraaid, de Riffijnen gingen in het offensief en de Spanjaarden verschuilden zich in hun kampen. Kampen rondom Anoual werden versterkt (zoals Boumejjan, Amzawrou etc.…), ook Sidi Driss werd via land en over zee versterkt. De overwinning in Dhar Abaran verspreidde snel in de stammen en haalde veel twijfelende strijders over om zich te voegen bij het verzet dat al snel 4.000 strijders telde. Hierbij was de rol van de vrouwen onmiskenbaar, zij verspreiden het nieuws over de heldendaden van het Riffijnse verzet in Dhar Abaran en de aanmoedigingen van de Riffijnen om zich aan te sluiten bij het verzet in de vorm van izran.

– Op 12 juni steekt een Riffijnse speciale eenheid bestaande uit de dapperste en moedigste strijders die zich hadden bewezen in de voorgaande veldslagen de rivier Ameqran over.

– Op 14 juni arriveert de groep aan bij Amzawrou, een plek waar de Spanjaarden voor een periode hun kamp hadden staan. Amzawrou ligt in het hart van Temsamane op korte afstand van de Spaanse kamp in Boumejjan en op 9 km afstand van Anoual. Tussen de laatste en Amzawrou zaten barrières waardoor de Spanjaarden in Anoual de Riffijnen in Amzawrou niet in de gaten konden houden. Bij aankomst van de Riffijnen in Amzawrou op 14 juni werden ze door de Spanjaarden vanuit Boumejjaan en Anoual beschoten. De Spanjaarden wilden ze verjagen uit dit strategische punt. De Riffijnse strijders lagen constant onder vuur en besloten om die reden om overdag zich te verschuilen en ‘s nachts loopgraven te bouwen. Amzawrou werd een belangrijke kamp van het Riffijnse verzet.

– Om de Riffijnen in Amzawrou in de gaten te houden stuurde Sylvestre elke dag een groep van 50 soldaten op naar een plek in de buurt van Sidi Brahim dat tussen Amzawrou en Anoual ligt. De Spaanse soldaten hielden overdag de Riffijnen in de gaten en keerden ‘s nachts terug naar Anoual.

– Op 15 juni vertrekt de laatste groep 50 Spanjaarden uit Anoual, ondanks de versterking die ze kregen vanuit Anoual en de dekking van Spaanse kanonnen die op de heuveltoppen waren gestationeerd werd de groep uitgeschakeld door de Riffijnse strijders. Het gevecht duurde ruim 10 uur en resulteerde in ruim 200 doden en gewonden.

– Toen Sidi Ibrahim in handen viel van de Riffijnen begon het Riffijnse verzet in het geheim contact te leggen met de huurlingen die voor Spanje vochten. Ook werden snelle en korte aanvallen uitgevoerd waarna de Riffijnen zich weer snel terugtrokken, met als doel de vijand bezighouden en zoeken naar zwakke plekken.

– Op 17 juni arriveert een Spaanse macht aan in Ighriben dat ligt in Temsamane, in de buurt van Tizi Azza en op 6 km afstand van Anoual richting Ben Tayeb. De 500 Spaanse soldaten onder leiding van de bekende Benitez toverden Ighriben tot een sterk kamp. Het antwoord van de Riffijnen kwam snel, twee Riffijnse eenheden voerden een gezamenlijke aanval uit op de Spanjaarden. De eerste groep viel aan vanuit Sidi Bouyacoub en de tweede vanuit Tizi Azza, de Riffijnen slaagden er echter niet in om het kamp in te nemen en besloten daarom het Spaanse kamp te omsingelen. De Riffijnen wisten wel het zwaktepunt van het Spaanse kamp in Ighriben te ontdekken, het kamp lag namelijk op 4 km afstand van de dichtstbijzijnde waterbron in Sidi Abderrahman. Vanuit hun kamp in Sidi Brahim omsingelden ze de waterbron om te voorkomen dat de Spanjaarden daar gebruik van konden maken. De Spanjaarden poogden meerdere malen de waterbron te controleren, maar verloren bij elke poging een aanzienlijk aantal soldaten, munitie en wapens. Het werd al snel duidelijk dat de Spanjaarden in Ighriben compleet omsingeld waren en de dorst parten begon te spelen. Sylvestre stuurde meerdere eenheden om de Riffijnse belegering te breken en water te leveren aan de dorstige soldaten in Ighriben. Desondanks was geen enkele konvooi en poging een succes. Elke eenheid werd verslagen en was genoodzaakt zich terug te trekken in Anoual na belangrijke verliezen te hebben geleden.

– 700 Riffijnse strijders belegerden het Spaanse kamp in Ighriben, ze verschansten zich in kleine diepe loopgraven (serie foxholes waarin 1 soldaat past, de foxhole werd in de Tweede Wereld Oorlog gebruikt door Duitsland) langs de belangrijkste routes die naar Ighriben leiden, onder andere langs Aghzar Hmam (rivier Hmam) die Ighriben van Anoual scheidt. 100 Riffijnse strijders stelden zich op langs deze route, het waren de dapperste en standvastigste strijders van het Riffijnse verzet die ook bekend stonden als vaardige scherpschutters.

– De belegering van Ighriben duurde 5 dagen lang, van 17 juli tot 22 juli.

– 18 juli 1921. Riffijnse strijders beschieten de Spanjaarden in Ighriben met de kanonnen die ze al eerder buit hadden gemaakt in Abaran. De eerste paar schoten vielen ver van het doelwit, maar zoals de Spanjaarden vanuit Anoual opmerkten waren de Riffijnen snelle leerlingen. De kanonnen wisten steeds vaker de doelwitten te raken, dit had een enorm impact op de moraal van het Spaanse leger. Niet alleen in Ighriben maar ook in Anoual en de rest van de Spaanse kampen zagen ze hoe hun collega’s werden gedood met hun eigen kanonnen.

– 19 juli 1921. De Spanjaarden zetten hun luchtmacht in om de belegering te breken, maar tevergeefs.

– 20 juli 1921. Generaal Navarro arriveert vanuit Melilla aan met 1.400 Soldaten als versterking voor Anoual. Abdelkrim Elkhattabi (ook wel Moulay Mohend genoemd) zag het gebeuren en haastte zich naar zijn front om de Riffijnen de moed in te spreken en te voorkomen dat het moraal van zijn strijders zou wegzakken. Abdelkrim riep Benitez (leider van de Spaanse macht in Ighriben) op om zijn wapens neer te leggen en zich terug te trekken naar Anoual. De laatste weigerde het aanbod van Moulay Mohend te accepteren omdat hij de versterkingen van generaal Navaro zag arriveren in Anoual. Ondanks dat zijn soldaten in Ighriben inkt, sap van aardappelen en eigen pis begonnen te drinken als gevolg van watergebrek, koos hij ervoor om te wachten op de hulp van zijn generaals in Anoual.

– 21 juli 1921. Zoals Abdelkrim had verwacht, Sylvestre en Navarro voerden persoonlijk een aanval uit op de Riffijnse stellingen, 3.000 Spaanse soldaten namen hier deel aan. De gevechten begonnen in de vroege ochtend en duurden meer dan 8 uur. De Riffijnse stellingen hielden stand en vanuit hun loopgraven op de heuvels veroorzaakten de Riffijnse strijders die bekend stonden om hun scherpschutterstalenten grote verliezen bij de aanvallende Spaanse eenheden. Het was duidelijk voor Sylvestre en Navarro dat de Riffijnse stellingen te sterk waren en bevalen daarom hun soldaten om terug te keren naar Anoual.

– 21 juli 1921. Op de avond van dezelfde dag beveelt Sylvestre Benitez het kamp in Ighriben te ontruimen en terug te trekken naar Anoual. Het bevel was zelfmoord, de Riffijnen hadden het kamp belegerd waardoor een uitbraak onmogelijk was . De dappere Benitez voerde het bevel van zijn generaal Sylvestre uit, slechts 9 soldaten (andere bronnen melden 20) bereikten Anoual. Aan het eind van deze lange dag waren 50 (andere bronnen melden 86) Riffijnse strijders gestorven en 165 gewond geraakt. De inname van Ighriben leverde het Riffijnse verzet 4 grote kanonnen, dieren (zoals muilezels die gebruikt werden voor vervoer van wapens en voedsel) en wapens (zoals geweren en machinegeweren) op.

– Na de val van Ighriben daalde het moraal van de Spanjaarden tot een dieptepunt, vooral nadat de verhalen van de overlevenden van Ighriben de ronde ging. Aan de andere kant stond het Riffijnse verzet dat na elke gevecht in aantallen, wapens en moraal groeide. Het moraal was vooral hoog omdat het verzet dankzij de strategie van Moulay Mohend steeds meer op een echt leger begon te lijken.

– Na de val van Ighriben versterkt het Riffijnse verzet de greep op Anoual nog verder uit en stelde zich op langs de Aghzar Hmam voor de poorten van Anoual waarin ruim 6.000 Spaanse soldaten met meer dan 84 kanonnen waren gestationeerd. Rondom Anoual waren 1.500 Riffijnen opgesteld, dankzij hun verspreiding en energieke manoeuvres leek het aantal voor de Spanjaarden rond de 10.000 te liggen (de angst en het lage moraal in het Spaanse kamp speelden uiteraard hierbij ook een rol).

– 22 juli 1921. Sylvestre vergadert met de legertop over de te nemen maatregelen, na verhitte discussies tussen de verschillende generaals en officieren werd besloten om op 24 juli een onverwachtse en massale aanval te voeren op de Riffijnse stellingen. Twee van de Riffijnse huurlingen die in Anoual in het Spaanse kamp zaten brachten dit nieuws bij Abdekrim en waarschuwden hem om de nodige maatregelen te nemen. Abdekrim Elkhattabi kreeg ook informatie over het aantal Spaanse soldaten, het aantal kanonnen, de bewapening en de sfeer binnen het kamp.

– 23 juli 1921. Het kamp Anoual werd volledig belegerd door het Riffijnse verzet, de Riffijnse strijders waren klaar om Anoual te bestormen, maar Abdekrim wachtte af op de volgende zet van Sylvestre.

– 24 juli 1921. Spaanse luchtmacht en artillerie bombardeert de omgeving van Anoual om chaos te zaaien in de Riffijnse stellingen. In de avond van diezelfde dag vallen Riffijnse huurlingen onder leiding van de verrader Bouthnachnouchth de loopgraven van het Riffijnse verzet. De leider wordt al snel gedood en de huurlingen vluchtten met hun wapens ervandoor naar hun huizen. Moulay Mohend wist dat Sylvestre hierna Anoual zal ontruimen en terug zal trekken naar het Spaanse kamp Ben Tayeb of zelfs verder, om die reden beval hij zijn strijders om alle vluchtroutes af te snijden en alle strategische plekken en bergpassen te controleren.

– 25 juli 1921. Om 10:00 beveelt Sylvestre zijn soldaten het kamp te ontruimen en zich terug te trekken richting Ben Tayeb, ondertussen bleef Navaro met een eenheid in Anoual om dekking te geven aan de rest. Het terugtrekken mondde uit in een totale chaos, soldaten weigerden de bevelen van hun officieren uit te voeren. De soldaten probeerden hun eigen leven te redden, met rampzalige gevolgen voor het hele leger als gevolg, slechts een kleine groep heeft het overleeft en wist Aroui via Driouch te bereiken, waar de Spanjaarden een grote ramp opwacht.

 

– Na de val van Anoual sloeg het Spaanse leger op de vlucht en vielen vele kampen in Riffijnse handen zoals (Boumejjan, Tmamist, Ben Tayeb, Dar Bouzian, Driouch, Dar El kebdani etc…) veel van deze plaatsen werden heroverd zonder gevechten, in Sidi Driss werd nog wel weerstand geboden door de Spanjaarden die gesteund werden vanuit de zee maar ook deze plek viel uiteindelijk in Riffijnse handen.

– Elke stam en gebied dat bevrijd werd voegde zich toe aan het verzet, het aantal strijders groeide gestaag maar was tegelijkertijd ook een uitdaging voor de Riffijnse leiders om controle te hebben op de strijders waarvan velen haat koesterden voor de Spaanse soldaten die tot pas hen vernederden.

– 2 augustus 1921. Strijders bestormden Nador, de nieuwelingen gehoorzaamden niet de bevelen van hun leiders en waren uit op het buitmaken van de eigendommen van Spaanse kolonisten die zich bevonden in de stad. Dit tot grote ergernis van Abdelkrim Elkhattabi die een groepje georganiseerde strijders naar Nador stuurde om orde te handhaven en de Spaanse burgers te beschermen tegen deze wraakzuchtige mensen.

– 3 augustus 1921. Bevrijding van Selouane.

– Sinds 2 augustus 1921 was het Spaanse kamp Aroui belegerd door het Riffijnse verzet. Het was een strategische plek, de plek ligt op 40 km afstand van Melilla. Het kamp op het hoogste punt van Monte Arouit had uitzicht en controle op de Bouaarg vallei. Vanuit Aroui konden de Spanjaarden ook de mijnen in Ikhsan berg en de treinrails beschermen. De Spanjaarden hadden hier 3.000 soldaten waarvan 70 officieren, de belegering duurde 10 dagen. De Spanjaarden kregen gedurende de periode geen water noch voedsel, deze situatie dwong de generaal Navaro om onderhandelingen aan te gaan met Moulay Mohend. De tussenpersonen tijdens de onderhandelingen waren Driss Bensaid (ambtenaar voor de Spanjaarden in Titawin/Tetouan) en Benchellal een notabele van de Ait Bouyafrour. Er werd een overeenkomst gesloten tussen Abdelkrim en Navaro, de laatste zal zijn soldaten bevelen alle wapens en munitie achter zich te laten en Abdelkrim zou een veilige doorgang van zijn ongewapende soldaten richting Melilla garanderen.

– Op 12 augustus kwam het Spaanse leger uit hun kamp in Aroui zoals was afgesproken. Het gaat echter niet aan toe zoals afgesproken, een paar Spanjaarden die de nederlaag niet konden verteren hadden nog wapens bij zich en schoten op een aantal Riffijnse strijders die werden verrast met de actie, op hun buurt schoten de Riffijnse strijders terug op de Spanjaarden. Ook degenen die ongewapend waren tot grote ergernis van Abdelkrim ELkhattabi, het resulteerde in ruim 2.000 doden aan de Spaanse kant en slechts 70 doden aan de kant van de Riffijnen, 400 Spanjaarden werden gevangengenomen, waaronder generaal Navaro. Abdelkrim Elkhattabi was woedend op de gebeurtenissen in Aroui, Dar Elkbadani en Selouane waarbij krijgsgevangenen en burgers werden gedood, hij nam strenge maatregelen tegen elke Riffijn die een krijgsgevangene of burger heeft gedood.

– De Riffijnse strijders van de pas bevrijde stammen hadden diepgewortelde haat jegens de Spaanse soldaten die hun land jarenlang hebben bezet. Velen verloren een of meerdere familieleden door die soldaten, en in sommige plaatsen werden zelfs Riffijnse vrouwen verkracht door de Spanjaarden. Ook werd het vruchtbare land van de Riffijnen ontnomen en geschonken aan Spaanse kolonisten. Toen deze Riffijnen zagen hoe het Spaanse leger in elkaar stortte zagen zij hun kans schoon om genadeloos toe te slaan en wraak te nemen.

– Aroui was de laatste serieuze verdedigingslijn voor Melilla, na de val van dit kamp lag Melilla voor Abdekrim voor het oprapen. Moulay Mohend gaf echter het bevel om Melilla niet te bestormen (een paar strijders waren al in de buitenwijken van de stad). Melilla zelf had nauwelijks soldaten en de haven van de stad zat vol met mensen die op een boot wilden springen en vluchten naar de overkant van de Middellandse zee. Er heerste een totale chaos in de stad en de inname van de stad zou Abdekrim nauwelijks mankracht kosten. Toch koos de Riffijnse leider om de stad niet in te nemen, hoogstwaarschijnlijk was hij bang dat zijn strijders een bloedbad zouden aanrichten in de stad.

– De gevechten begonnen op 1 juni 1921 en eindigden met de overgave van Navaro op 12 augustus 1921, in 72 dagen wisten de Riffijnen alle gebieden die Spanje 11 jaar lang heeft bezet te bevrijden. In die 72 dagen verloren de Spanjaarden meer dan 15.000 soldaten en 1.100 soldaten werden gevangengenomen. De Riffijnen hebben 192 kanonnen buit gemaakt evenals 350 machinegeweren, 20.000 geweren, paar miljoen kogels, andere munitie, voedsel, medicijnen, tenten etc etc…

 

De gevolgen van de slag om Anoual

– Sylvestre pleegde zelfmoord in Anoual.

– De nederlaag voor de Spanjaarden leidde tot de coup van 1923. Primo de Rivera zette de koning Alfonso af en regeerde zelf als dictator, wat vervolgens aanleiding was voor de Spaanse burgeroorlog tussen 1936 en 1939.

– Deze grote overwinning versterkte de positie van Abdekrim als leider, waardoor hij de Riffijnse stammen verenigde.

– De grote hoeveelheden wapens en munitie die de Riffijnen hebben buit gemaakt was genoeg om daarmee een professioneel Riffijns leger te organiseren

– Het uitroepen van de onafhankelijke Riffijnse republiek met Moulay Mohend als president.

– De republiek hield stand tot 1926, en vocht een brute oorlog tegen een coalitie van Spanje, Frankrijk en Marokko, Duitse gifgas en de steun van de Engelse vloot die ervoor zorgde dat Arif geen wapens of voedsel via de zee kreeg. Een troepenmacht tussen de 700.000 en 900.000 soldaten van de coalitie was oppermachtig tegenover de troepenmacht van de Riffijnse republiek die slechts 35 duizend soldaten en 35 duizend strijders telde. Het aantal inwoners van Arif in die tijd lag rond de 500.000. Arif werd gebombardeerd met tonnen gifgasbommen waarbij complete dorpen werden uitgeroeid. De grootste amfibische landing tot dan toe, vond plaats in Sabadilla om de hoofdstad Ajdir te isoleren en in te nemen. Meer dan 70 generaals, honderden vliegtuigen, oorlogsschepen, tanks en de modernste wapens van die tijd waren nodig om “simpele boeren” met simpele wapens te verslaan. Deze simpele boeren met hun simpele wapens hadden één simpele wens… In vrijheid leven!