De geschiedenis herhaalt zich: 1958, ‘wij en zij staan lijnrecht tegenover elkaar!’

Vandaag is het 23 jaar geleden dat Mohamed Nerhaj Sellam Amezian overleed in een ziekenhuis in Utrecht. Mohamed Nerhaj Sellam Amezian uit Ait Boukhlef was de leider van de Riffijnse opstand in 1958, dat beantwoord werd met massamoorden van het Marokkaanse leger in 1959.

Amezian wist het Marokkaanse geweld te ontvluchten richting Spanje. Na een kort verblijf sloot hij zich aan bij de Riffijnse verzetsheld Moulay Mohend/Abdelkrim Elkhattabi in Caïro. Na het overlijden van Abdelkrim in 1963 deed Amezian verschillende landen aan. Om uiteindelijk in Nederland te belanden waar hij zijn laatste dagen doorbracht in het UMC Utrecht, waarin hij op 9 september 1995 overleed.

Zijn lichaam mocht uiteindelijk begraven worden in zijn dorp Ait Boukhref, na ruim 35 jaar ballingschap. Een van de Riffijnen die op het arriveren van de doodskist in de luchthaven wachtte was zijn moeder, die nog in leven was.

In dit artikel zullen wij niet uitgebreid schrijven over het leven van Mohamed Amezian. Wij zullen hieronder een vertaling plaatsen van een passage uit zijn memoires. Wie de tekst leest over wat deze Riffijnen ruim 60 jaar geleden meemaakten, zal veel overeenkomsten zien met de huidige situatie.

De passage werd vorig jaar gepubliceerd door zijn zoon. De titel die Mohamed Amezian gaf in zijn memoires is ”Wij en zij staan lijnrecht tegenover elkaar”:

Wij hebben ons best gedaan om deze overtreders te overtuigen. Maar zij minachtten ons, ontkenden onze rechten en hebben onze eisen gemanipuleerd. Omdat zij zichzelf als meesters van dit land zien en ons als slaven die moeten dienen.

Wij vroegen hen de crisis op te lossen op vreedzame manieren, maar ze weigerden. Niet alleen dat! Maar zij beschuldigden ons van verraad en samenwerking met de bezetter.

Wij gaven hen de eisen van het volk om ze te bestuderen en te implementeren. Maar ze weigerden, niet alleen dat maar ze verspreidden leugens en onwaarheden over ons.

Wij hebben het volk gevraagd geduldig en kalm te blijven en het gedrag van domme bullebakken te verdragen. Niet uit angst voor ze, maar om de nationale eenheid te behouden en een burgeroorlog te voorkomen. Zij werden echter koppig. Zij bleven doorgaan met hun dreigementen dat zij ons zullen vernietigen omdat wij volgens hen rebelleren tegen hun “sultan en hun legitieme regering”.

De afgelopen twee dagen werden burgers onderworpen aan een golf van arrestaties en ontvoeringen, dat geen ander doel heeft dan angst zaaien in de harten van het volk. Wij ontvingen ook meer informatie over de brute marteling die de gevangenen ondergaan in de gevangenissen van de terreur en marteling. Wat aantoont dat deze mensen er niet aan denken deze grofheid op te geven. Opdat zij rust vinden wat anderen rust zal geven. Om handen ineen te slaan en het vaderland op te bouwen ver weg van chaos. De positie van de heersers ten opzichte van ons het volk, nodigt ons uit om serieus stil te staan bij de reactie die noodzaak is geworden. Zal ik de leiding overlaten aan het volk om wraak te nemen? Of ga ik door met de ”wanhopige” pogingen en wacht ik op verrassingen die morgen brengt?

Wij, het volk, roepen op tot vrede en nationale eenheid. De heersers beschuldigen ons van rebellie.

Wij, het volk, vragen de onafhankelijkheid te vertalen in de realiteit. Zij verkondigen dat wij collaborateurs van het kolonialisme zijn.

Wij, het volk, worden elk moment naar martelkampen geleid. Maar zij liegen tegen de geschiedenis en de publieke opinie dat alles kalm en natuurlijk is.

Waarom denken zij niet aan de oorzaken van wat zij ”ontevredenheid, rebellie of ongehoorzaamheid” noemen?

Zij denken niet en proberen niet te denken omdat ze het plan van de bezetters uitvoeren. Er is niks in de wereld die het geweld tegen het volk vrijpleit van verraad! Anders waarom het waanzinnige misbruik van het volk?

In de afgelopen dagen heb ik geprobeerd de mensen over te halen om weg te blijven van deze saboteurs. Ik geef zelfs toe dat ik indirect heb bijgedragen aan de tragedie van de onschuldige gevangenen, in mijn poging de arrogante heerser te doen verzachten… En vreedzaam blijf in de hoop een oplossing te vinden die de twijfels doet wegnemen, als wij onze eisen voorleggen aan de verantwoordelijken in de hoofdstad zoals hij mij beloofde.

Maar in plaats van zijn belofte na te komen heeft hij mensen ’s nachts lopen stelen uit hun huizen om hen te geven aan zijn beulen. Tegelijkertijd stuurt hij gefabriceerde rapporten naar zijn meesters die hun visie op ons als ”rebellen” doet bevestigen. En dat enkel repressie resultaat zal hebben tegen ons, ondanks dat hij de verantwoordelijke is voor alle gebeurtenissen in Arif… Vandaar dat wij en zij lijnrecht tegenover elkaar staan!

Het is dus tijd om de strijd der schoonmaak  aan te gaan, beginnend vanuit dit gebied.