De piloot van de Riffijnse republiek Heddo Lak-hal Abeqqoy

In het jaar 1924 had de Riffijnse regering 4 auto’s, alle vier van het merk Peugeot. Er werd een autoweg aangelegd tussen de hoofdstad Ajdir en Targuist en tussen Ajdir en Ait Qamra. De wegen werden aangelegd onder toezicht van de Spaanse generaal Navarro die een krijgsgevangene was.

Naast de auto’s had de Riffijnse regering ook een vliegtuig, daarvoor werd een landingsbaan aangelegd in Izemmouren. De plek bestaat nog steeds en wordt door de lokale bevolking “Ifri n Tiyara” / de grot van het vliegtuig genoemd.

Het vliegtuig werd gekocht in Frans-Algerije door de held Heddou Lak-hal Abeqqoy, die tevens ook gevechtspiloot was van Arif republiek en het hoofd van de Riffijnse inlichtingendiensten was.

Heddou Lak-hal is een nazaat van een Riffijn die gevlucht was naar Algerije na de Marokkaanse genocide op de Ibaqqoyen in 1898.

Heddou ontpopte zich als een succesvolle zakenman in Ohran, waar hij o.a. een café had met de naam “Cafe des pirates” / Piratencafé, refererend naar de Ibaqqoyen die heer en meester waren op Riffijnse wateren.

Zijn café werd bezocht door veel Franse officieren, waardoor hij wist wat ze van plan waren met Afrika en vooral Noord Afrika.
Toen de Riffijnse president Abdelkrim Elkhattabi hem opriep om zich aan te sluiten bij het Riffijnse verzet, heeft deze held geen 1 seconde getwijfeld om terug te keren naar het land waaruit zijn ouders gevlucht waren voor de moordzuchtige Allawieten.

Heddou heeft al zijn rijkdom meegenomen naar Arif en ter beschikking gesteld van het Riffijnse Ministerie van Financiën.

Over Heddou zei Abdelkrim Elkhattabi (voordat hij zich aansloot) het volgende: ”Als de twee Riffijnen Heddou Lakhal en Sepiera zich bij ons aansluiten, zullen wij slagen in waar wij mee bezig zijn”.