De slag bij Nador in 1856 tussen Arif en Pruisen!

Op 7 augustus 1856, tijdens een reis van de Pruisische corvette Danzig naar de Zwarte Zee, besloot de admiraal prins Adalbert van Pruisen de Riffijnse kust te verkennen, wat eindelijk uitmondde in een slag tegen de Riffijnen in wat nu de provincie Nador is.

De Pruisische corvette was onderweg naar de Donau-monding in de Zwarte Zee, waar een Duits oorlogsschip zou worden gestationeerd in overeenstemming met de Vrede van Parijs die het einde van de Krimoorlog bezegelde. De admiraal, prins Adalbert van Pruisen, besloot een tussenstop te maken voor de kust van Arif, waar vier jaar daarvoor de Pruisische Brig Flora op 7 december 1852 beschoten werd door de Riffijnen, waarbij een zeeman werd gedood en de kapitein gewond raakte.

Op 7 augustus 1856 stuurde Prins Adalbert twee boten naar de kust van Nador. Nadat de boten onder vuur kwamen van de Iqerɛiyen, besloot de Danzig de kust te benaderen tot 600 meter om de Pruisische troepen te steunen met haar kanonnen.
Prins Adalbert gaf vervolgens opdracht tot een landingsoperatie door 14 officieren en 53 matrozen en mariniers. De operatie werd persoonlijk geleid door de Pruisische prins. Rond het middaguur leidde hij een aanval op een steile rotswand van bijna 40 meter hoog onder zwaar vijandelijk vuur.

De prins zette de aanval door en trok verder in het land, denkend dat de Riffijnen aan het terugtrekken waren. De Iqerɛiyen lokten de Pruisische soldaten echter in het binnenland om hun vluchtroute af te snijden. De Riffijnen waren ook tijd aan het winnen omdat versterkingen uit andere streken tijd nodig hadden om te arriveren.

De Riffijnse tegenaanval kostte de Pruisen 7 doden en 22 gewonden, waaronder de prins Adalbert zelf, die gewond raakte in zijn dij. Onder de gewonden was ook de 16-jarige Eduard von Knorr, die later een bekende admiraal van de Kaiserliche Marine werd.
De Duitse gewonden werden behandeld in Gibraltar, in dit Britse enclave werd ook een monument gebouwd voor de gevallen Pruissen.

De Europese koloniale machten hebben wraak genomen op de Iqerɛiyen door hun bondgenoot, de Marokkaanse sultan, een strafexpeditie te laten organiseren naar Nador. Deze militaire expeditie werd geleid door de toenmalige gouverneur van Tanger Mohamed Ben Abdelmalek.

Het was niet de eerste keer dat de Nadorianen verraden zouden worden door de Marokkaanse Allawieten. In 1893 brak een oorlog uit tussen Spanje en de Riffijnen nadat de eersten hun enclave wilden uitbreidden. De oorlog brak uit in oktober en veranderde algauw in een impasse waarbij de Spanjaarden aanzienlijke verliezen leden ondanks hun superieure vuurkracht.

Terwijl de Riffijnen zich verzetten tegen de Spanjaarden, waren de laatsten aan het onderhandelen met de Marokkaanse Allawieten. In 1894 werd een deal gesloten tussen de Spanjaarden en de Allawieten ten koste van de Riffijnen. Volgens het verdrag moesten de Iqerɛiyen gestraft worden door de Makhzen, het gebied rondom Melilla moest ontwapend worden en de Iqerɛiyen moesten een enorme geldboete betalen aan Spanje. Deze strafexpeditie heeft vele Riffijnse burgers het leven gekost, inwoners rondom Melilla werden gedeporteerd opdat Spanje haar enclave kon uitbreiden.

De Iqerɛiyen waren niet de enige slachtoffers van de strafexpedities van de Marokkaanse Allawieten. In 1898 heeft de Marokkaanse sultan een genocide gepleegd op de stam Ibaqqoyen in de provincie Al Hoceima. Deze stam van onbevreesde zeevaarders was een doorn in het oog van de Europese koloniale machten.

[teruggehaald na database crash]