Hoe een Nederlandse Riffijn de begrafenis van Imad El Attabi beleefde

Het hele verhaal van wat ik meegemaakt en gezien en gevoeld heb op de dag dat Imad begraven werd… De begrafenis van de Riffijnse martelaar Imad el Attabi is een dag die me altijd bij zal blijven… Alle emoties kwamen in mij los!!

Rond 13:00 stond ik op. Ik dronk haastig mijn thee op en vertrok van mijn stadje Ait Bouayach richting Alhoceima om mee te doen met de begrafenis van de Riffijnse martelaar Imad el Attabi, die gedood werd door de Marokkaanse staat.

Ik kwam aan in de stad en ging zitten in café La Belle Vue. Ik hield facebook in de gaten voor de laatste ontwikkelingen, want er was grote onduidelijkheid over de plaats en het tijdstip van de begrafenis. Het regime wilde daarmee het aantal deelnemers zo klein mogelijk houden.

Ik kreeg een bericht van een Riffijnse Nederlander uit Nador die mij vertelde dat hij ook onderweg was naar Alhoceima om de martelaar Imad te begraven. Iets later werd ik gebeld door een andere Nederlandse Riffijn die mij kwam ophalen om naar de begraafplaats Ihar Azagwagh te brengen.

Ihar Azagwagh betekent “Rood veld”. Het verhaal gaat dat Marokko in 1959 daar zoveel Riffijnen heeft afgeslacht dat het veld rood werd van het Riffijnse bloed! 58 jaar later staan wij daar weer om Imad te begraven die gedood is door het Marokkaanse regime!!

Ik kwam mijn Nederlandse Riffijnse vriend daar tegen. Ik kwam ook een Belgische Riffijnse dame tegen en een 16 jarige Belgische Riffijnse strijder. Ik zag vele gezichten die ik daarvoor enkel op livestreams zag.

Ik zag Silya, Warda, Salma,Youssef, Hicham, Ismail, Khalid die ontvoerd werd en 20 dagen vast zat. Ik heb veel gepraat met Khalid. Hij kwam over als een aardige man die niet opgeeft.

De reden dat ik enkel hun voornamen noem is omdat ze bedreigd worden door het regime om zich niet te bevinden in plaatsen waar massa’s Riffijnen zijn. Maar ondanks het Marokkaanse terreur zijn ze alsnog gekomen om de martelaar Imad te begraven.

De ambulance die een verzegelde doodskist vervoerde arriveerde in Ihar Azagwagh. Voorin zat de broer van de martelaar. Zijn ogen spraken boekdelen. Hij stak zijn arm uit het raam en hees de Amazigh teken; “drie vingers in de lucht die symbool staan voor Akal, awal, afgan oftewel land, taal en volk”.

De vrouwen lieten djwaroe (vreugdekreten) los en de menigte begon leuzen te scanderen zoals; “Imad is vermoord en het regime is de verantwoordelijke”, “moeder van de martelaar huil niet, wij allen zijn je kinderen”, “Nasser Zafzafi” en nog meer andere leuzen.

De doodskist mocht niet geopend worden. Zelfs zijn eigen ouders mochten geen afscheid nemen van hun 22 jarige zoon!! Ik zag en voelde veel verdriet en woede. Vrouwen, mannen, jongeren en bejaarden waren aan het huilen en luidkeels leuzen aan het scanderen.

Na de begrafenis van Imad wilde de menigte een vreedzame mars organiseren naar de stad om eer te bewijzen aan Imad, zijn familie die onder druk staat van het regime steun te betuigen en hun woede over de laffe moord uit te spreken. Maar de weg was al versperd door de Marokkaanse ME…

Mijn oudste broer was ook bij de begrafenis maar moest weg. Even later belt hij me op en vraagt mij om na de begrafenis te vertrekken omdat er veel hulptroepen ons opwachtten. Ik heb dit tegen 1 activist gezegd en hem verzocht te vertrekken want hij werd al meerdere malen gewaarschuwd door de politie en een vriend van hem zat zelfs een paar dagen vast.

De begrafenis kwam aan zijn eind en mensen begonnen uit de begraafplaats te komen. Ik kwam een vriend van mij uit Ait Bouayach tegen. Deze student is bezig met zijn doctoraat. Op 20 juli jl. werd hij zwaar gemarteld door de Marokkaanse politie. Zijn oog deed nog pijn. Ik vertelde hem dat we van plan zijn een mars te organiseren naar de stad, maar ook hij werd bedreigd door de politie.

Een grote menigte kwam uit de begraafplaats en liep via een smal onverharde weg naar de hoofdweg die naar Alhoceima leidt. Ik stond aan de kant van de weg een sigaretje te roken en te zoeken naar de Nederlandse Riffijnse vriend met wie ik met de auto kwam. Opeens begonnen een paar meiden leuzen te scanderen, die luidkeels herhaald werden door de rest.

De Riffijnse vrouw gaf hiermee het startsein voor de mars!!

Ik zag die vriend van mij, maar hij was druk met filmen dus liep ik gewoon met de betogers mee. Bij de hoofdweg werden wij tegengehouden door de Marokkaanse repressieapparaat.

Wij bleven geruime tijd op de hoofdweg staan, maar helaas stonden veel mensen op de heuvel in Boujibar in plaats van aan te sluiten bij de groep op de weg. Ook in Ihar Azagwagh stonden mensen in plaats van aan te sluiten.

Ik zag die vriend van mij, die Belgische Riffijnse dame en die 16 jarige strijder helemaal voorin aan het filmen. Leuzen werden luidkeels gescandeerd, meer ME en allerlei elementen van de veiligheidsdiensten arriveerden en probeerden ons, die op de weg stonden, te omsingelen…

We gingen op de grond zitten als teken dat we niet bang zijn. Onze leuzen werden luidruchtiger en degenen op de heuvels werden gevraagd zich aan te sluiten. Het tegenovergestelde gebeurde helaas. Velen die op de hoofdweg stonden begonnen uit te wijken naar Boujibar.

Wij waren met een klein groepje overgebleven. Ik keek om mij heen en zag geen bekenden. Het waren vooral jongeren. Ik zag mijn Europese vrienden nergens. Ik voelde mij ongemakkelijk. Ik week uit naar Ihar Azagwagh (dichtst bij de weg) om van die hoogte te kijken of ik mijn vrienden zag. Ondertussen pakte ik mijn telefoon en belde die vriend van mij op. Hij nam op: “Waar ben jij?”. Hij zei dat hij nog op de hoofdweg was. Op dat moment zag ik de Marokkaanse hulptroepen charge uitvoeren op de betogers op de hoofdweg. Ik waarschuwde hem voor de aanval en verzocht hem te vluchten. In Ihar Azagwagh werden we afgesneden van de hoofdweg door politie die ons verzochten naar huis te gaan.

Ik zag toen dat de betogers op de hoofdweg zich hebben aangesloten bij de grote groep in Boujibar en dat ze met een mars vertrokken. Ik spotte een geparkeerde taxi bij de moskee van Ihar Azagwagh en haastte mij er naar toe. “Ik moet mij aansluiten bij die mars” was mijn gedachte…

Ik kwam aan bij de taxi. Iemand zat op de voorkap. Ik nam hem aan voor de chauffeur en vroeg hem om een corssa naar Boujibar. Hij antwoordde dat hij niet de chauffeur was. Zwaar teleurgesteld vroeg ik hem naar de chauffeur maar hij wist niks. Ik kon wel janken, kifach? Ga ik die mars in Boujibar missen? Houden ze het vol? Voor hoe lang? Hoeveel mensen gaan zich bij hen aansluiten? En vele andere vragen terwijl ik in de verte kijk of ik een andere taxi zie.

Achter mij hoor ik “waarom neem je niet op a sahbi?”. Ik keek om en zag die Nederlandse Riffijnse vriend met wie ik kwam. Zijn auto stond zo’n tien meter verderop. We sprongen in de auto met continu sigaretten in onze handen. Hij reed richting Boujibar en tegelijkertijd belde hij andere vrienden op die met ons waren om te kijken of ze het goed maken om ze vervolgens te verzoeken zich aan te sluiten bij de mars in Boujibar.

We wisten Boujibar te bereiken. Het werd inmiddels donker. Opeens zagen we auto’s terugkeren. Toen verscheen een big smile op onze gezichten. We zagen de mars richting ons lopen. De weg zit vol met betogers en daarom keerden de auto’s om. De vriend keerde zijn auto snel om. We moesten snel een veilige parkeerplaats vinden om aan te sluiten bij de mars.

We parkeerden in de buurt van een garage dat volgens mij een café was. Terwijl mijn vriend nog aan het bellen was en hen vertelde dat de mars in Boujibar een feit was, haastte ik naar dat café om flessen water te kopen voor de betogers die richting ons liepen. De ober vertelde echter dat ze geen mineraal water hadden. Hij gaf mij een fles kraanwater en ik gaf hem 1 euro fooi en een “Allah irham lwalidin” extra. Water is van onschatbare waarde op zulke dagen.

Wij liepen richting de betogers. We hadden al genoeg gedronken dus gaf ik die fles water aan de eerste de beste betoger. Mijn vriend wilde weer filmen. Hij vroeg mij “jij bent lang, kijk hoe groot de mars is”. Ik stelde hem gerust met “het zijn een paar duizend”. Wij allen waren bang dat we met te weinig zouden zijn en dat de Marokkaanse repressie troepen snel een einde zouden maken aan onze protest.

Ik liep met de betogers mee en kwam een paar strijders uit Ait Bouayach tegen die ik al kende. Het gaf mij een goed gevoel en misschien een vals gevoel van veiligheid. Bewoners kwamen met flessen water want de betogers hadden het nodig. Vrouwen en meisjes stonden langs de weg ons aan te moedigen!

We liepen de stad binnen. In de buurt van het ziekenhuis stonden de hulptroepen ons op te wachten. Wij trapten hard op de grond en maakten soldaten kreten om ze bang te maken. Het was mooi om te horen. Als ik de tegenpartij was zou ik zeker bang zijn geweest. Voor even deed het me denken aan de film Braveheart, de Schotten, de Engelsen etc… Maar die gedachte verdween snel.

De voorhoede van de mars wist de bange Marokkaanse muur van hulptroepen te passeren maar hun chefs pakten hen bij hun nek om de gaten die ontstonden te vullen waardoor wij niet meer konden passeren. Safi we stonden daar. Ik vreesde voor het lot van die vriend van mij en de rest van de voorhoede. Ze zijn met te weinig dus een Marokkaanse aanval betekent het einde van hun protest. Het betekent ook arrestaties, gewonden en waarom niet ook doden. Ze zijn in de stad dus ze kunnen niet vluchten…

We stonden daar tegenover de Marokkaanse agenten. Er was woede onder de betogers. Ze schreeuwden tegen de rest om het lef op te brengen en door de Marokkaanse muur te breken voor ze versterking kregen maar achterin was men aarzelend. Ik stond zelf inmiddels helemaal vooraan tegenover de agenten en zag hoe die agenten als pionnen werden verplaatst en geplaatst door hun officieren.

Wij kozen ervoor een andere straat in te gaan, maar daar waren ze ook… Inmiddels rukten die bij het ziekenhuis op en probeerden ons te omsingelen. Ik zag een officier foto’s maken van ons. De foto’s worden dan aan ramqoddam gegeven die de betogers herkennen waarna de politie hen uit hun huizen ontvoert. Ramqaddam is een officiële baan in Marokko. Zijn functie is wijkverklikker spelen.

We kozen ervoor om Afazzar of Mirador wijk in te gaan. Een strategische wijk waar wij onverslaanbaar zijn. Het is de hoogste wijk van de stad, de straten zijn te smal voor politiebussen en grotendeels donker. Geen enkele Marokkaanse agent zal durven deze wijk in te komen en terecht!!

Inmiddels kwam ik de 16 jarige Belgische strijder tegen. Zijn vader was al naar huis en verzocht hem ook naar huis te gaan maar de leeuw wilde de mars niet verlaten. We kwamen langs een winkeltje. “Yes!! Winston sigaretten en mineraal water” dacht ik. Ik heb water, sigaretten voor mezelf gehaald en Raibi en koekjes gehaald voor een stuk of tien betogers… De meesten hadden de hele dag niks gegeten en velen ook niks gedronken, dus dat kwam goed van pas.

Na geklim door smalle straten waar ik mij onoverwinnelijk voelde maar wel begon te zweten, begonnen we weer af te dalen. Ik kwam die Belgische dame tegen samen met andere leeuwinnen. De straten werden breder. Bewoners kwamen hun huizen uit of vanuit de ramen moedigden ze ons aan. Een heel oud vrouwtje stond in de deuropening van haar huis en groette huilend iedereen die voorbij ging. Een emotioneel moment en een prachtige sfeer.

Hoe breder de straten hoe kwetsbaarder we werden. Bij een rotonde in de stad zagen we de Marokkaanse agenten. We moesten haasten en hen passeren voor ze hun posities innamen en versterking kregen. Een 7ay7ay’’ moment was het en wij passeerden hen zonder moeite.

We liepen door en we kwamen weer aan in smalle straatjes die naar Corniche leidden. Ik voelde me weer veilig. We liepen door straatjes die steil naar beneden gingen. Ik voelde mij moe worden. Ik realiseerde mij dat wij uren aan het marcheren waren. We kwamen aan bij een smal, steil en vooral lange trap die naar Corniche leidde.

Dat zagen velen als een overwinning. Een deel dacht dat de shab lkharij zich zouden aansluiten als wij Cornich zouden bereiken. Maar beneden werd de trap versperd door de Marokkaanse troepen. Er was een korte periode waarbij de twee groepen tegenover elkaar stonden. Op zo’n smal, steil en lange trap is vluchten geen optie anders zullen er betogers dood worden getrapt. Bovendien had men amper nog energie..

De Marokkaanse ME voerde een charge uit, maar die werd gebroken door een wolk stenen. De agenten vluchtten weg. Ik zag ze rennen richting de chillende Shab lkharijj (Europese Riffijnen) op de boulevard. Het regime speelde het slim want de agenten werden gevolgd door een groepje jongeren die stenen gooiden naar hen. Voor de simplistische pippa vretende ziel op Cornich ziet hij de agenten als slachtoffers en de betogers als misdadigers. Op een gegeven moment rijdt er een smeerlap uit Europa met zijn zwarte Bmw op de betogers in maar ze ontsnapten op het nippertje en bekogelden hem met stenen. Dit vond plaats op de boulevard terwijl wij op de trap waren en dat zagen. Velen riepen “boe” en scholden de laffe shab lkharijj uit. Sommigen vroegen niet iedereen over een kam te scheren, omdat er shab lkharij meededen met de mars ondanks hun kleine aantallen.

Het was duidelijk dat er geen vreedzaamheid meer was. Daarom besloten de betogers einde te maken aan de mars en richting huis te gaan.

Op de terugweg kwam ik zo’n beetje alle vrienden weer tegen. Mlih, iedereen is veilig dacht ik. Maar er was nog steeds de kans dat wij ontvoerd konden worden want de politie was overal en versterking begon te arriveren.

Ik kwam een onbekende man tegen die mij groette. Voor ik hem vroeg wie hij was zei hij dat hij mij zag bij de demonstratie van 20 juli en dat hij de Europese Riffijnen bedankt voor hun betrokkenheid.

Met een petit taxi kwam ik op de plek van de grote taxi’s, een corssa naar huis in Ait Bouayach. Onderweg pikten we drie jongeren op die ook naar Ait Bouayach gingen. Ze wilden naar Imzouren gaan en vanuit daar lopend naar Bouayach, omdat ze het geld voor de volle rit niet hadden. Ik vertelde hen dat ze niks hoefden te betalen nadat ik uit hun onderlinge gesprekken uitmaakte dat ze met ons aan het demonstreren waren. Ik heb een praatje met hen gehouden en ze vertelden mij dat een Marokkaan auto’s van burgers aan het vernielen was in Cornich en dat de betogers hem ‘’hebben opgevoed’’.

Ik kwam thuis en nam een kijkje op Facebook. Waar ik bang voor was gebeurde, de simpele zielen op de boulevard waren boos op de betogers omdat ze hun sapje niet konden op drinken en geen ‘’chickie voor de nacht konden regelen’’.

 

A. Ayaou