Landing in de baai van Al Hoceima in september 1925 (video)

Op 8 september 1925 begonnen ruim 70 Spaanse en Franse oorlogschepen en ruim 100 gevechtsvliegtuigen Al Hoceima te bombarderen om de weg vrij te maken voor de landing van duizenden Spaanse troepen.

De landing maakte deel uit van een groter offensief door Spanje, Frankrijk en haar protectoraat Marokko om een einde te maken aan Arif republiek. Het Riffijnse leger van zo’n 70.000 soldaten moest het opnemen tegen minstens 600.000 vijandelijke soldaten (400.000 hiervan waren Marokkanen).

De Riffijnse legerleiding wist van de plannen van de amfibische aanval, maar de precieze plek van de landing was niet bekend. De Riffijnse president Abdelkrim El Khattabi probeerde ook de aanval te dwarsbomen door zelf in de aanval te gaan (lees: De slag bij Kudia Tahar, nabij Tetouan, tussen Spanje en Arif).

Er waren niet genoeg soldaten om de hele baai te verdedigen en daarom focuste de Riffijnse legerleiding zich op het verdedigen van de vallei tegenover het eiland Noukour. De Spanjaarden landden echter in Sabadilla waar nauwelijks Riffijnse troepen waren gestationeerd. Het doel van de bezetter was om de Riffijnse hoofdstad Ajdir in te nemen.

Een groep Riffijnse strijders, gekozen door de Riffijnse president zelf na een emotionele toespraak, poogde een tegenoffensief en de strijders toonden ongekende moed ondanks de grote verliezen die ze leden. Maar de enorme aantallen soldaten, gesteund door tientallen oorlogsschepen en vliegtuigen, waren niet meer tegen te houden. De landing was het begin van het einde van Arif republiek.