Omar El Khattabi en zijn strijd voor rechtvaardigheid!

…”In 1972 werd Omar El Khattabi opgepakt voor zijn betrokkenheid bij de mislukte coup tegen de Allawiet Hassan II. De Riffijn werd gemarteld in het bijzijn van de Marokkaanse koning. Op een dag werd Omar gevraagd of hij bang was voor de dood en of hij het lef van de El Khattabi’s had. Omar antwoordde met een resolute ja, hij kreeg toen een pistool en werd uitgedaagd om op Hassan II te schieten. Zonder aarzeling pakte hij het wapen, richtte het naar het hoofd van Hassan en drukte hij op de trekker. Het pistool had echter geen kogels”…

Omar El Khattabi is de zoon van Abdeslam El Khattabi. De laatste is de oom van Moulay Mohend en minister van Financiën ten tijde van Arif republiek. Omar zag het licht eind 1926 ergens in de Indische Oceaan aan boord van het schip Abda dat de familie El Khattabi naar haar ballingschap in La Reunion bracht.

Omar volgde zijn voortgezet en secundair onderwijs in La Réunion. Na ruim 20 jaar ballingschap op het eiland kwam de familie El Khattabi terecht in Egypte. Omar vervolgde zijn studie in Egypte en later in Zwitserland waar hij afstudeerde als chirurg.

In 1958 nodigde de Allawiet Mohamed V dr. Omar El Khattabi uit, in een poging om de familie El Khattabi dichter te brengen bij de Allawieten. Omar ging op de uitnodiging in en verbleef drie maanden in Marokko, waar hij drie ontmoetingen had met Mohamed V. Gedurende deze periode werd Omar gecontacteerd door de Riffijnen die een opstand aan het voorbereiden waren tegen de Marokkaanse discriminatie en liquidaties. Omar werd gevraagd de opstand te leiden maar hij weigerde omdat hij het ontbrak aan de mogelijkheden voor slaging.

Omar El Khattabi besloot terug te keren naar Zwitserland. Hij werd enkele weken later gevolgd door Rachid El Khattabi, de zoon van Mhamed El Khattabi, die vice president was ten tijde van Arif republiek.
Eind 1958 begon de Riffijnse opstand, Marokko antwoordde de opstand met een massamoord die duizenden Riffijnen het leven heeft gekost, vaak op een barbaarse manier.

In het begin van de jaren zestig keerde Omar El Khattabi terug naar Marokko. Hij werd aangesteld als arts in Ibn Sina, later werd hij verplaatst naar het ziekenhuis van Kenitra. Na hard werken opende Omar El Khattabi zijn eigen kliniek. In zijn kliniek behandelde hij de armen gratis. De Riffijn ging ook langs de gevangenissen om de politieke gevangenen gratis te behandelen, Omar kocht ook medicijnen, kleren en eten voor ze.

Omar El Khattabi doneerde een deel van de winst van zijn kliniek aan het Palestijns verzet.  Door de bovengenoemde zaken gaf Hassan II de opdracht om de belastingen voor zijn kliniek te verhogen om hem te belemmeren. Omar El Khattabi schreef hierop een brief naar Hassan waarin hij o.a. het volgende zei: ‘Als ik wist dat deze belastingen de Marokkaanse bevolking ten goede zouden komen, dan zou ik ze onmiddellijk betalen, maar helaas weet ik zeker dat ze er niet naar toe zullen gaan ‘, en voegde eraan toe:’ Ik zie Marokko als een schip dat in de mist vaart en waarvan het roer defect is.

De goede reputatie van Omar El Khattabi verspreidde zich snel, op een dag werd hij bezocht door kolonel Ameqran in zijn kliniek. Ameqran bracht de zwangere vrouw van Gouira voor behandeling. Al Gauw groeide het aantal bezoeken van Ameqran die zijn familieleden naar de kliniek bracht voor behandeling. De band en het vertrouwen tussen de twee groeide en ze begonnen gesprekken te voeren over de problemen veroorzaakt door de Allawieten.

Ameqran vertelde Omar dat het leger woest is op de huidige situatie in het land en de arts vertelde Ameqran en Gouira om een coup te plegen en einde te maken aan het dictatuur. Omar vertelde Ameqran een democratische staat te stichten waarin het volk de macht heeft.
Ameqran en Gouira vertelden Omar El Khattabi over hun plannen met generaal Oufkir. Omar trok zich hierna terug omdat hij niet wilde samenwerken met Oufkir, de laatste nam deel aan de massamoorden op de Riffijnen in 1958 en 1959.

In augustus 1972 vond de coup van Ameqran en Oufkir plaats. De coup tegen Hassan II, die beschermd werd door de Israelische inlichtingendiensten Mossad, mislukte en de coupplegers werden opgepakt. Kort hierna werd Omar El Khattabi uit zijn huis ontvoerd en in verschillende geheime gevangenissen geplaatst. Omar werd blootgesteld aan verschillende vormen van martelingen, sommige sessies werden bijgewoond door de Allawiet Hassan II. Tijdens een van de martelsessies werd Omar El Khattabi gevraagd of hij bang was voor de dood en of hij het lef van de El Khattabi’s had. Omar antwoordde met een resolute ja, hij kreeg toen een pistool en werd uitgedaagd om Hassan II te schieten. Zonder aarzeling pakte hij de pistool, richtte het naar het hoofd van Hassan en drukte hij op de trekker. Het pistool had echter geen kogels”… Een andere versie van het verhaal is dat Hassan II Omar El Khattabi een pistool gaf zichzelf te verlossen van de pijn. Omar zou het wapen hebben gepakt en om zichzelf te schieten, maar het pistool had geen kogels.

In zijn gevangenis en tussen de martelsessies door zong Omar El Khattabi het volkslied van Arif republiek uit volle borst. (Vertaling van een deel van het Riffijnse volkslied):
”Tussen de stofdeeltjes en de zwaarden die elkaar treffen (in het heetst van de strijd…)
Terwijl het weer woedt en de lucht cirkelt (… en een beladen sfeer)
Brengt een bries de beste groeten
Aan Abdelkrim, onze heldhaftige leider
Onze Arif is een leeuwenhol en wij zijn de leeuwen”

De Riffijn werd een keer 22 dagen lang opgehangen. Hij viel uiteindelijk op de grond wat resulteerde in ernstige fracturen ter hoogte van de ruggengraat. Omar had er last van voor de rest van zijn leven.
Omar El Khattabi werd onder meer geëlektrocuteerd in zijn testikels. Generaal Dlimmi zelf martelde Omar terwijl hij tegen hem schreeuwde: ‘jullie willen een mini-Arif republiek?’

Omar El Khattabi wachtte de doodstraf op net als de rest van de kopstukken van de coup, maar de Saoedische koning Faissal en de Palestijnse president Yasser Arafat oefenden druk uit op Hassan II. Na ruim een jaar te hebben vastgezeten werd Omar vrijgesproken. Voor de uitgang van de gevangenis van Kenitra werd hij ontvoerd en geplaatst in geheime gevangenissen voor ruim acht maanden. Hierna werd hij vrijgelaten en moest hij 1 jaar in huisarrest blijven.

In zijn periode in de gevangenis maakte hij kennis met verschillende Marokkaanse activisten. Na zijn vrijlating wilde hij samen met deze ex politieke gevangenen een mensenrechten organisatie oprichten. Omar werd echter tegen gewerkt en de organisatie werd in 1979 opgericht zonder hem. De organisatie is bekend als ‘de Marokkaanse vereniging voor Mensenrechten’ (AMDH).

In 1993 was dr. Omar in Egypte met zijn neef Said El Khattabi, de zoon van president Moulay Mohend ten tijde van Arif republiek. Omar stelde Said voor om een vereniging te stichten om zorg te dragen voor de geschiedenis van Arif. Omar herhaalde later het voorstel meerdere malen maar Said was daartoe niet bereid.

In 1996 heeft Omar El Khattabi zelf het initiatief. Hij heeft samen met zijn vrienden en kennissen ‘het instituut van prins Abdelkrim El Khattabi voor Studies, Onderzoek en Documentatie’ opgericht. De vereniging werd echter per direct verboden door de Marokkaanse staat. Om de vereniging van Omar tegen te werken heeft El Mansouri Benali, werkzaam in de hofhouding van de Allawieten, samen met Said El Khattabi een soortgelijke vereniging opgericht. Marokko was bang van een onafhankelijke vereniging over Arif dat een kantoor had in de Riffijnse hoofdstad Ajdir.

Ondanks het verbod en de tegenwerking organiseerde Omar El Khattabi verschillende bijeenkomsten in zijn woning in Ajdir. Activisten uit het hele gebied en van verschillende ideologieën bezochten het huis van dr. Omar waar hij ze de beginselen van de Riffijnse revolutie leerde.
Omar El Khattabi heeft 1 zoon, zijn naam is Abdelkarim. Hij werd in 1950 in Caïro geboren waar hij nog leeft. Omar El Khattabi, wiens gezondheid nooit meer de oude werd na zijn marteling, overleed op zondag 6 augustus 2006. Op dinsdag 8 augustus 2006 werd hij begraven in de begraafplaats der martelaren in Ajdir.