Thafattachth/Tafattacht (olielamp)

Dit voorwerp is ruim 20 jaar geleden gevonden in het gebied dat ooit de hoofdstad van het Riffijnse koninkrijk Noukour was. Tijdens het ploegen ( met een traditionele ploeg ”Asghar”) van een stuk land vlakbij de huidige dam in Ait Bouayach, merkte een jongeman dat de boer iets naar boven haalde met zijn werktuig. Het was knap dat de jongen dat zag omdat het voorwerp vol was met aarde en zeer moeilijk op te merken was.

Het voorwerp is erg fragiel, het had ooit een uitsteeksel (beste te omschrijven met het Engelse woord ‘knob’) aan beide buitenkanten. Hoe oud het voorwerp is weten wij niet. Wij schatten dat het minimaal 200 jaar oud is, en dan zijn we erg bescheiden. Het kan ook dateren uit de periode van het koninkrijk Noukour (eeuwen geleden) of zelfs uit de tijd van het Riffijnse koninkrijk Mauretania ( 2 duizend jaar geleden).

Waar het voorwerp voor diende was ook onduidelijk, het is geen beker omdat het geen rechte ondergrond heeft. Na onderzoek kunnen we concluderen dat dit gebruikt werd als olielamp. De uitsteeksels aan beide kanten waren bedoeld om het voorwerp te hangen door middel van een touw, daarom heeft het geen rechte ondergrond, het hing in de lucht en lag niet op de grond.

Hoe ging het in zijn werk?
Dit verhaal werd ons verteld door de oudere generatie Riffijnen 70+ die het zelf hebben gehoord van de generaties daarvoor. De ouderen, van wie wij het verhaal hebben gehoord, hebben zelf de Thafattachth niet gebruikt omdat het al buiten gebruik was geraakt, zij benadrukken ook dat hun ouders dat ook niet hebben gebruikt.

Het voorwerp werd gevuld met olijvenolie, (de minderbedeelden konden 3/4 van het voorwerp vullen met water en de overgebleven 1/4 met olijvenolie, de olie drijft op het water en je krijgt hetzelfde effect). In die olie werd een lont geplaatst en vervolgens aangestoken.

De olie houdt de brand tegen, dus enkel het stukje boven de olie brandt, een gezin kan daardoor urenlang van licht genieten met slechts een klein deel van het lont. Wanneer het laatste bijna opraakt en het vuur bijna uitdooft wordt het lontje ietsjes naar boven gehaald. Het vuur kan dan blijven branden in het nieuwe stukje dat uit de olie kwam.

Dit voorwerp werd op een steenworp afstand gevonden van de huidige dam in Ait Bouayach. Het Marokkaanse regime heeft de dam 1975 gebouwd, op de ruïnes van de stad historische stad Noukour. Inwoners van het gebied, ooggetuigen, zeggen dat Marokko opgravingen heeft gedaan en dat er vrachtwagens vol voorwerpen zijn afgevoerd naar een onbekende bestemming.

Het doel van het bouwen van de dam was om Noukour onder water en slib te doen verdwijnen. Het koninkrijk Noukour was de eerste onafhankelijke islamitische staat in het westen van Noord-Afrika nadat de Arabische Ummayaden werden verjaagd. Dat vormt een probleem voor de Allawieten, daarom werd de geschiedenis vervalst en worden de Sjiitische Idrissiden gepromoot.

De Idrissiden kwamen, netals de Allawieten, uit het Midden-Oosten. In de Marokkaanse scholen worden de leerlingen verteld dat het koninkrijk Noukour een Arabische staat was, onlangs was er veel verontwaardiging nadat een foto (zie foto1) van een Marokkaanse schoolboek verscheen waarin staat dat Noukour een Arabische staat was.

Dit is een van de waardevolste voorwerpen in onze collectie omdat wij denken dat dit uit de periode van Noukour komt. Mocht dat het geval zijn dan is dit voorwerp het enige, waarvan wij weten, dat veilig is uit handen van Marokko.

Rqandir

Thafattachth werd zeer waarschijnlijk vervangen door Rqandir. De werkmethode was bijna hetzelfde, de Rqandir werd gemaakt van metaal en de bovenkant ervan was niet open. Wat wij hebben opgemerkt is dat ook de Rqandirs lokaal werden gemaakt door de lokale Amzir/ijzersmid. Wij hebben een verhaal gekregen over een ijzersmid uit Ait Fas (in Ait Bouayach) die niet kon lopen, maar erg handig was met het bewerken van metaal.

Het lijkt er ook op dat de Rqandir verschillende nicknamen kreeg, deze bijnamen verschilden per gebied. Zo weten wij dat de inwoners van Ait Bouayach de Rqandir Mas’udh (een persoonsnaam) noemden. In Igardohen in Ait Touzine werd het ‘ma n Dja’dhas (combinatie van persoonsnaam en roepnaam). Waarom de Rqandirs zulke bijnamen kregen van personen is niet duidelijk, maar wij denken dat het misschien te maken heeft met de naam van een bekende lokale smid die goede Rqandirs maakte.

Rafnar

Deze Rqandir raakte ook buiten gebruik en werd vervangen door Rafnar (zie foto2). Rafnar werkte op aardolie en had veel voordelen: Het gaf veel meer licht door het glas rondom het lont, door het glas kon het vuur niet uitgedoofd worden door wind, het lont werd makkelijker omhoog gehaald door een mechanisme.

Over Rafnar beschikken wij over het verhaal toen het voor het eerst werd geïntroduceerd in een afgelegen dorpje dat gelegen is in Ait Bouayach. De verteller zegt dat zijn ouders de Rafnar kochten ter gelegenheid van de trouwfeest van hun oudste zoon. Na een kleine berekening blijkt dat het gaat over de periode ten tijde van de Spaanse bezetting in Arif. De verteller zegt dat de gasten bewonderd keken en dat zij onder de indruk waren van de hoeveelheid licht die de Rafnar gaf.

Potromas

Rafnar werd vervangen door Potromas, de naam klinkt Spaans en is waarschijnlijk van een bedrijf dat dit soort apparaten produceerde. Potromas was robuuster en gaf meer licht dan de Rafnar. Het gebruikte ook een ander soort lont.

Potromas, kaarsen, maar vooral Rafnar worden nog steeds gebruikt in de plekken die nog niet zijn aangesloten op het elektriciteitsnetwerk. Kaarsen werden al heel lang gebruikt in het gebied volgens de mensen die wij hebben gesproken. De voorkeur ging echter naar bijvoorbeeld Rqandir omdat het goedkoper was.

 

(foto1)

(foto2)