Amnesty rapporteert over Marokkaanse mensenrechtenschendingen tegen Riffijnen

De internationale mensenrechtenorganisatie, Amnesty International, heeft in haar nieuwe rapport dat vandaag verscheen over de situatie van de mensenrechten in Marokko in 2018 aandacht geschonken aan de Marokkaanse mensenrechtenschendingen tegen de Riffijnen.

Het rapport begint zelfs met de mensenrechtenschendingen in Arif. Zo opende Amnesty haar rapport met: ”Het recht op vrijheid van meningsuiting en vergadering werd sterk beperkt, vooral met betrekking tot vreedzame protesten in de noordelijke steden Al Hoceima en Jerada. Rechtbanken veroordeelden journalisten, demonstranten en mensenrechtenverdedigers tot lange gevangenisstraffen na grove oneerlijke processen.”

Amnesty International besteedde ook aandacht aan degenen, veelal Riffijnen, die werden opgepakt en veroordeeld voor hun berichten op social media. Als voorbeeld haalde Amnesty International de Riffijnse advocaat Abdessadek El Bouchattaoui aan. Volgens het rapport heeft de Riffijnse advocaat twee jaar gevangenisstraf gekregen voor onlineposten waarin hij kritiek had op het gebruik van buitensporig geweld door de Marokkaanse autoriteiten tijdens de protesten in Arif in 2017.

Amnesty noemt ook de Riffijnse activiste Nawal Benaissa die veroordeeld is tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 10 maanden en een boete voor onlineposten waarin zij de aanpak van de Marokkaanse autoriteiten van de Riffijnse volksbeweging bekritiseerde.
De internationale mensenrechtenorganisatie noemde ook de Riffijnse burgerjournalisten Rabie Ablak, Mohamed El Asrihi en Fouad Essaidi, die veroordeeld zijn tot vijf jaar celstrat voor hun berichtgeving over de Riffijnse volksbeweging. Ook de Riffijn El Mortada Iamrachen wordt genoemd, volgens het rapport kreeg hij een gevangenisstraf van vijf jaar voor berichten die hij op Facebook publiceerde.

Onder de titel ”vrijheid van vereniging” schreef Amnesty:”
– De autoriteiten legden beperkingen aan de vrijheid van vereniging op door de activiteiten van verschillende verenigingen te verbieden of te beperken.
– De autoriteiten bleven de toegang tot het land beperken voor internationale organisaties, waaronder Amnesty International, om onderzoek te doen naar mensenrechten.”

Over de oneerlijke processen en foltering meldde Amnesty het volgende: ” Rechtbanken blijven activisten veroordelen na grove oneerlijke processen. In Al Hoceima, Oujda en Casablanca, vertrouwden de rechtbanken zwaar op “bekentenissen” die onder dwang werden geëxtraheerd. Op 26 juni veroordeelde een rechtbank van Casablanca 53 gevangenen die waren aangehouden in verband met de Riffijnse volksbeweging; de straffen varieerden van boetes tot 20 jaar gevangenisstraf. Tijdens het proces heeft de rechtbank bewijzen die naar verluidt zijn verkregen door foltering of andere vormen van mishandeling niet uitgesloten en heeft hij geweigerd meer dan 50 verdedigende getuigen te horen. Het hof hield de gevangenen in een kooi met getint glas, een praktijk die vernederend is en het vermoeden van onschuld ondermijnt.”

Amnesty besteedde ook aandacht aan de situatie van de Riffijnse gevangenen in Oukkacha. Daarover zei de organisatie het volgende: ” De gevangenisautoriteiten verplaatsten gedetineerden naar andere gevangenissen in verband met protesten en naar gevangenissen ver van hun thuissteden als een vorm van represaille.

Activisten van de Riffijnse volksbeweging, Achraf El Yakhloufi, zat vast in Ain Sbaa 1 Local Prison, beter bekend als Oukkacha-gevangenis, in de buurt van Casablanca, op 550 kilometer van Al Hoceima, zijn geboortestad. In augustus werd hij negen dagen lang overgeplaatst naar een andere gevangenis tussen de steden Taza en Rabat nadat hij was begonnen met een hongerstaking om te protesteren tegen de weigering van het gevangenisbestuur om hem familiebezoeken toe te staan.

In september verplaatsten ambtenaren van de Oukkacha-gevangenis gewetensgevangene Nasser Zefzafi, leider van de Riffijnse volksbeweging, uit eenzame opsluiting, waarin hij was vastgehouden sinds zijn arrestatie in mei 2017.”

Lees het hele rapport in Engels