Belgische bedrijven gaan Marokkaanse gevechtsvliegtuigen onderhouden

Twee Belgische bedrijven op het gebied van onderhoud van militaire vliegtuigen hebben een overeenkomst getekend om hun samenwerking in het koninkrijk Marokko te versterken. Het gaat om de bedrijven Société Anonyme Belge de Constructions Aéronautiques (S.A.B.C.A. of SABCA) en Sabena technics, aldus de regeringsgezinde nieuwssite Hespress.

De Belgen zullen in eerste fase onderhouds-, reparatie- en moderniseringsdiensten bieden voor het Lockheed C-130 militaire transportvliegtuig. Na deze eerste fase volgen ook de Mirage F1, de helikopter A10 en de F-16 waarmee de Marokkaanse luchtmacht Jemen bombardeert. Al gaan sinds een paar maanden geruchten rond dat Mohamed VI zijn bombardementen in Jemen heeft gestopt na ruzie met Saoedie-Arabië over de (hechte) relatie tussen Rabat en Doha, anderen zeggen dat Rabat haar gevechtsvliegtuigen terugliep door de escalerende situatie in de Westelijke Sahara.

Het contract van de Belgische bedrijven is getekend in het kader van de Belgische handelsmissie naar Marokko, waar ruim 400 Belgische zakenlui aan deel nemen. Deze handelsmissie dat geleid wordt door de Belgische koningin Astrid is volgens Belgische media de grootste ooit.

Afgelopen september hielden Riffijnse activisten een sit-in voor het gebouw van het Belgische Ministerie van Buitenlandse Zaken te Brussel. De Riffijnse activisten willen hiermee aandacht vragen voor de Belgische staatsburger de heer Wafi Kajoua die sinds 10 juni jl. onschuldig in de gevangenis verblijft te Nador, Marokko voor zijn deelname aan activisme te België.

De Riffijnse activisten kregen van een vertegenwoordiger van het ministerie, in de persoon Raoul Delcorde, of ze de zaak van Wafi Kaouja konden uitstellen, omdat er in november a.s. een Belgische handelsmissie naar Marokko is gepland.

Mustafa Ouarghi, die het gesprek voerde met Raoul Delcorde, vindt het zorgelijk dat België de economische belangen kiest boven het welzijn van haar Belgische staatsburger die tot op heden aan zijn lot is overgelaten.

Mustafa Ouarghi van de Riffijnse mensenrechtenorganisatie Anzuf vond het opvallend dat ”de heer Raoul Delcorde het Marokkaanse regime verdedigde alsof hij zelf voor het Marokkaanse ministerie van Buitenlandse Zaken werkte en niet voor de Belgische”.