De mythe van Trouw en Nadia Bouras over Riffijnen

Marokkaanse soldaten in actie in Arif in 1959

Gisteren publiceerde Trouw een artikel waarin journaliste Harriët Salm de (ex-)adviseur van de Marokkaanse koning Nadia Bouras heeft geïnterviewd aangaande de ”mythes over Marokkaanse migranten”.

Wat vooral opviel is het stuk betreft de oververtegenwoordiging van Riffijnen in Europa in het algemeen en in Nederland in het bijzonder. Volgens Nadia Bouras heeft dat geen enkel politieke beweegreden en bestempelt zij een eventuele politiek motief zelfs als een mythe.

Nadia Bouras beweert dat Arif een arm gebied is waarvan de inwoners gewend waren naar andere gebieden te trekken om te werken.

Nadia Bouras noemt echter twee keer het jaar 1960 als het begin van de emigratietoename richting Europa. De tweede keer noemt zij specifiek de Riffijnen: “Na 1960 gingen zij (de Riffijnen) vooral naar Europa om een beter bestaan te zoeken”.

Opvallend is dat Nadia Bouras geen enkel uitleg geeft waarom er juist vanaf dat jaar een exodus van de Riffijnen richting Europa ontstond. De lezer wordt door Nadia Bouras zeer belangrijke informatie onthouden, informatie die zij juist probeert af te doen als ”mythe”!

Het jaar 1960 was niet zomaar een jaar voor het Riffijnse volk. In 1958 kwamen de inwoners van dit gebied in opstand tegen het centraal regime als gevolg van discriminatie, achterstelling en liquidaties door de Marokkaanse overheid en de racistsiche militie van de Hizb Al Istiqlal. De Riffijnen eisten basale rechten die niet veel verschillen van de eisen van de huidige protestbeweging. Marokko antwoordde met barbaars geweld. Het Marokkaanse leger onder leiding van de toenmalige kroonprins Hassan II viel in 1959 het gebied binnen, wat resulteerde in het verkrachten en afslachten van duizenden Riffijnse vrouwen, mannen, kinderen en ouderen.

Om de lezers een beeld te geven van de barbaarsheid van deze massamoord en waarom de Riffijnen hun gebied ontvluchtten noemen wij 3 voorbeelden van hoe Marokko de Riffijnse burgers executeerde:

  • – Mannen werden geboeid en in vliegtuigen geladen, eenmaal boven de Middellandse Zee werden zij in de zee gedumpt. Toen Nasser Zefzafi en andere Riffijnse activisten opgepakt werden en per helikopter van Al Hoceima naar Casablanca werden verplaatst, werd hen verteld dat zij onderweg waren naar zee om ze daar te dumpen zoals zij met de Riffijnen in 1958/1959 deden. De basale rechten waren dus niet de enige overeenkomst tussen de opstand van 1958/1959 en de huidige protestbeweging.
  • – Massaverkrachtingen van vrouwen en kinderen. Een zwangere Riffijnse vrouw werd de buik opengereten door een bajonet van een Marokkaanse soldaat. Dit als gevolg van een onderlinge weddenschap van een groep soldaten die wedden om het geslacht van de foetus.
  • – Riffijnse burgers werden opgepakt en verteld dat ze een kans kregen om te overleven. Groepen van 3 à 5 Riffijnen moesten tegen elkaar racen waarna de winnaar zou worden gespaard. De rest zou worden doodgeschoten. Echter alvorens de burgers begonnen, stopten de Marokkaanse soldaten handgranaten in de capuchons en dientengevolge ontploften ze allemaal na een paar meter sprinten. De soldaten amuseerden zich bij het aanschouwen van deze gebeurtenis.

Deze terreur (zie video onderaan) was slechts één van de factoren die het regime heeft gebruikt om de migratie van de Riffijnen te stimuleren. Mevrouw Nadia Bouras negeert dit allemaal en zegt zelfs dat het een mythe is dat de migratie van de Riffijnen een politiek achtergrond heeft!

Bovendien haalt Nadia Bouras twee zaken door elkaar om de lezer een bewuste boodschap door te geven. De migranten die in het kader van het eerste verdrag naar Nederland zijn gehaald en de migranten die in het algemeen naar Nederland ”werden gestuurd”.

Voor de massamoorden in 1959 en de jaren die erop volgden waren de inwoners van de centrale Rif amper geregistreerd door de Marokkaanse staat, omdat deze staat enkel aanwezig was in een paar steden. Dat verklaart waarom de Riffijnen niet via de officiële weg naar Nederland kwamen. Het ontbrak hen immers aan officiële doumenten zoals een identiteitskaart. Wat nu nog steeds het geval is in bepaalde regio’s. Maar dat neemt echter niet weg dat de Marokkaanse staat via onofficiële kanalen invloed had op de gang van zaken. Vooral in die tijd waarin bijna alles gebeurde buiten de officiële kaders, daar de staat niet vertegenwoordigd werd door instanties maar door lokale figuren.

Dit laatste is vandaag de dag nog steeds het geval. Vorig jaar nog sprak de Duitse federale inlichtingendienst over de goede contacten tussen de Marokkaanse staat en de mensensmokkelaars. Ook verscheen onlangs een BBC-documentaire over de hasjhandel en de betrokkenheid van Marokkaanse functionarissen.

De manipulatie van de lezer wordt compleet wanneer de journaliste Harriët Salm aan het einde van het artikel Nadia Bouras presenteert. Hierin lezen we helemaal niets over Nadia’s (ex)lidmaatschap van het CCME (le Conseil de la communauté marocaine à l’étranger). Deze ”Raad van de Marokkaanse gemeenschap in het buitenland werd in 2007 opgericht door een decreet van koning Mohamed 6 en Nadia Bouras was één van de vier Nederlandse Marokkanen die met zorg zijn uitgekozen om de Marokkaanse koning Mohamed VI ”te adviseren”.

Harriët Salm vertelt ook helemaal niets over de functie van Nadia Bouras binnen het NIMAR, een instituut die onder meer Nederlanders naar Marokko brengt om hen de ”prestaties” van het Marokkaanse regime te tonen.

Door deze informatie achter te houden wordt de lezer bewust gemanipuleerd. De presentatie impliceert dat het artikel puur historisch is, los van Nadia’s relatie met het regime.

Een (ex-)adviseur van de Marokkaanse koning zal nooit uitlatingen doen die haar baas schaden (1, 2)! ”Wij van Wc-Eend adviseren Wc-Eend! De mythe in het artikel in de Trouw is daarom de poging van Nadia Bouras om hystorische feiten af te doen als mythes!