Franse krant: ‘de situatie in Noord-Afrika is explosief’

Foto uit het archief

De Franse krant Le Figaro heeft vandaag een artikel gepubliceerd over de explosieve situatie in Arif en Noord-Afrika.  Le Figaro zegt dat enkele honderden Marokkaanse persoonlijkheden een manifest hebben ondertekend tegen de groeiende repressie en laster van tegenstanders in het land. Het oudste Franse dagblad dat nog steeds wordt uitgegeven stelt vervolgens de vraag: ‘zien we echt een toename van de onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting in Marokko?’

Om daar antwoord op te geven heeft de krant Pierre Vermeren geïnterviewd, de laatste is een ‘Maghreb-expert’ die in de afgelopen jaren de Riffijnen uitmaakte voor onder meer koppige mensen, ruziezoekers en religieuze extremisten.

De Fransman zegt dat de Riffijnse volksbeweging, die hij ‘Rif-rellen’ noemt, de enorme tekortkomingen in het bestuur en ontwikkeling in de perifere regio’s van Marokko blootlegde. ‘De betwisting van de macht in een sleutelregio van het land -Arif-, die aan de poorten van Europa en Algerije ligt, vervolgens de opstand tegen het corrupte systeem van Abdelaziz Bouteflika, en tenslotte de gedwongen sluiting van de Noord-Afrikaanse economieën in het voorjaar van 2020 als gevolg van de coronacrisis, werden door de autoriteiten gezien als dreigingen’, aldus Vermeren.

Volgens de Fransman hebben deze oorzaken het regime ertoe bewogen dossiers te fabriceren tegen kritische rappers, journalisten, sporters en historici. Bij deze indirecte aanvallen op critici wordt ook de ‘lasterlijke media’ dicht bij het staatsapparaat ingezet, zegt Pierre Vermeren die eraan toevoegt dat ‘het niet nodig is om namen te noemen omdat iedereen in Marokko ze kent, maar dit verhaal over “laster in de media” is een heel belangrijk punt. En dit punt informeert ons over de algemene toestand van de pers in autoritaire staten, en misschien morgen in democratieën.’

Vermeren zegt dat in landen als Marokko de pers een staatskwestie is. ‘Elke titel in de krant die niet voldoet aan het doorgeven van boodschappen van de staat zal in de problemen komen, evenals de pers die zich niet houdt aan de rode lijnen die het regime heeft getrokken. Dat wil zeggen: de koning en de koninklijke familie, de heiligheid van de islam en het politieke regime, financiële corruptie van familieleden van de koning en territoriale integriteit’, legt hij uit. ‘Media die zich hier niet aanhouden zullen belanden in financiële moeilijkheden, verergerd door rechtszaken en boetes’, voegt hij aan toe.

De Fransman zegt dat dit de oorzaak is waarom zowel onafhankelijke als politieke media zijn verdwenen. Als gevolg hiervan zijn de sociale media een alternatief geworden voor de burgers die opzoek zijn naar nieuws. Maar deze sociale media platvormen zijn volgens Vermeren niet ontsnapt aan de controle van het regime. ‘De politieke politie, zowel in Marokko als in landen die grote Marokkaanse diaspora kennen, is erin geslaagd bijna alle Marokkaanse online nieuwssites te controleren’, legt hij uit.

‘Als het regime een lastercampagne wil lanceren tegen een van haar tegenstanders, hoeft het alleen maar een gezamenlijk offensief te ontketenen. De lastercampagne, gericht op een blootgesteld individu, heeft vaak betrekking op moraliteitszaken die, verzonnen of afgestompt zijn, waardoor politieke processen zoals in de jaren tachtig niet nodig zijn. De staat kan zich dan verschuilen achter respect voor zogenaamd beledigde islamitische moraal, en justitie kan de overtreding van goede zeden bestraffen’, zegt de Fransman.

Op de vraag van Le Figaro of de schending van mensenrechten tot een opstand kan leiden in Marokko waar de noodtoestand, wegens de coronacrisis, nog geldt, antwoordde Pierre Vermeren het volgende:
‘Het is zeker dat de gezondheidscrisis die in Marokko woedt, en meer in het algemeen in Noord-Afrika – en die mijns inziens opzettelijk overschat lijkt te zijn gezien het lage aantal slachtoffers – in de eerste plaats een economische crisis is. Alle belangrijke sectoren van deze economieën zijn tegelijk gestopt, en aangezien Marokko en Tunesië aan de limiet van hun schuldenlast zitten, is het onmogelijk om de tekorten te laten wegglijden zoals in Frankrijk.

Het resultaat is dat de afschaffing van subsidies, massale werkloosheid, enz. de situatie mogelijk explosief maken. Noord-Afrika leeft sinds maart-april in een virtuele staat van beleg, zelfs de moskeeën daar zijn gesloten. Buurten van grote steden worden afgezet en mensen worden sterk aangespoord om thuis te blijven.

Tijdens het offerfeest werd een markt in Casablanca geplunderd en de mensen vertrokken met hun schapen zonder ze te betalen; meer recentelijk werden in Casablanca twee Coca-Cola-vrachtwagens geplunderd. De sociale en economische spanningen in Noord-Afrika zijn zodanig dat we ons ervan bewust moeten zijn in Europa.

Deze extreme sociale spanningen verhogen in feite de druk van wetshandhavingsinstanties tegen overtreders of demonstranten. We zijn niet op het punt van volksopstand en nog minder van een politieke (omdat er geen gestructureerde protesterende politieke macht is), maar wat zeker is, is dat de situatie niet voor onbepaalde tijd zo zal kunnen blijven.

Het wordt buitengewoon urgent voor Europa om bewust te worden van een fenomeen dat nauwelijks is genoemd en mogelijk een hoog risico vormt.’