Groenen vragen onderzoek naar illegale lobby Rabat binnen het EU parlement

Groenen eisen onderzoek naar het schenden van gedragsregels van bepaalde EP leden die nauw samenwerken met de Marokkaanse lobby.

De president van het Europees Parlement, Antonio Tajani, is formeel gevraagd een mogelijke schending van de gedragscode door leden van het Europees Parlement in verband met Marokkaanse lobby te onderzoeken.
Het verzoek werd op dinsdag (27 november) verzonden door de covoorzitter van de groene Fractie, Philippe Lamberts. De Wergroep Sakharov Nasser (WSN) heeft binnenkort een gesprek met Lamberts en dit onderwerp zal ook aan bod komen.

Zijn brief vereist dat Tajani de kwestie voorlegt aan een interne toezichtdraad die bekend staat als de “adviescommissie voor het gedrag van leden”.

Lamberts zegt dat het artikel verschenen op EUobserver: “Hoe Marokko lobbyt bij de EU voor haar claim op de Westelijke Sahara”, acties tegen verschillende EP-leden rechtvaardigt, gezien hun nauwe banden met Marokkaanse politici.

Het artikel legde uit hoe de leden van het Europees Parlement samen met voormalige Marokkaanse ministers een stichting hadden opgericht in het lobbykantoor Hill + Knowlton Strategies, op ongeveer 150 meter afstand van het Europees Parlement.

Dezelfde leden van het Europees Parlement werken ook aan een controversiële EU-handelsovereenkomst met Marokko, die in januari voor de plenaire stemming is voorzien.

De stichting, bekend als EuroMeda, staat niet vermeld in het lobby-register van de EU.

De geviseerde leden van het Europees Parlement voor het intern onderzoek zijn de Franse socialist Gilles Pargneaux, de Franse liberale Patricia Lalonde, de Roemeense centrumrechtse Romona Manescu en de Belgische liberale Frederique Ries.

Lalonde is ook de Europarlementariër die het het rapport opstelt over de handelsovereenkomst, waarvan de conclusies de uiteindelijke positie van het parlement zullen bepalen.

EuroMeda organiseerde alsook evenementen in het Europees Parlement, samen met een denktank die werd gefinancierd door het mijnbouw- en chemieconcern van Marokko, de OCP Group.

“Tot op heden lijken geen van de bovengenoemde EP-leden hun betrokkenheid bij deze stichting te hebben getoond in hun verklaringen over financiële belangen”, zei Lambert in zijn brief.

Hij zei dat de leden van het Europees Parlement dit volgens de regels van het parlement wel moesten doen.

Volgens de regels moeten de leden van het Europees Parlement verklaren dat zij lid zijn van raden van bestuur of commissies van bedrijven, niet-gouvernementele organisaties, verenigingen of andere in de wet gevestigde organisaties.

Lamberts merkte ook op dat Lalonde haar relatie met de stichting niet had onthuld tijdens het spreken in verschillende parlementaire sessies, onder meer bij de internationale handelscommissie en de commissie voor buitenlandse zaken.

De regels rond gedragscode vereisen dat rapporteurs zoals Lalonde, vóór het spreken, “elk feitelijk of potentieel belangenconflict met betrekking tot de kwestie ” openbaar gemaakt wordt.

Lamberts trok dezelfde conclusie wat betreft Pargneaux, gezien zijn positie als co-auteur van het handelsverslag EU-Marokko namens de socialistische fractie.

 

Geschreven door Noureddine Adherbal