Marokko verkoopt hotel en energiecentrale om begrotingstekort te verminderen

Marokko is van plan het vijfsterrenhotel La Mamounia in Marrakech en de elektriciteitscentrale Tahaddart te verkopen om het begrotingstekort in 2019 te beperken, aldus de woordvoerder van de regering op donderdag. De regering keurde een wetsontwerp goed dat de verkoop van de twee bedrijven toestaat, vertelde Mustapha El Khalfi in een persconferentie.

Marokko’s ontwerpbegroting 2019 heeft tot doel 5 miljard tot 6 miljard dirhams ($ 527 miljoen – $ 633 miljoen) op te halen door staatsactiva te verkopen om het tekort volgend jaar te verminderen tot 3,3 procent van het bruto binnenlands product. Het tekort wordt voorspeld op 3,8 procent in 2018.
La Mamounia is voor 60% eigendom van het staatsbedrijf ONCF, terwijl de rest gelijkelijk is verdeeld tussen het staatsfonds CDG en de gemeenteraad van Marrakech.
De 384 megawatt (MW) Tahaddart-energiecentrale die 30 km ten zuiden van Tanger ligt, is voor 48 procent eigendom van het nationale water- en elektriciteitsbedrijf ONEE.
Naast de verkoop van het hotel en de energiecentrale keurde de regering ook de verkoop van andere staatsbedrijven goed. Behalve de CIH Bank. De regering heeft de verkoop van haar 30 procent aandeel in Maroc Telecom niet uitgesloten.
De regering zegt dat deze maatregelen haar zullen helpen om een overeenkomst met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) voor een Precautionary and Liquidity Line (PLL) veilig te stellen.

Marokko heeft ook gezegd dat het volgend jaar staatsobligaties op de internationale markt zal brengen volgend jaar. De omvang ervan is niet bekend gemaakt, aldus Reuters.

Het regime kampt met een alarmerend hoge staatsschuld, in enkele jaren is de schuld meer dan verdubbeld. Desondanks blijft Rabat leningen sluiten. Critici zeggen dat Rabat hiermee steeds afhankelijker wordt van internationale financiële instellingen en multinationals.

Sinds de grootschalige protesten in 2011 is Rabat ook afhankelijk van miljarden euro’s aan ‘donaties’ van de Golfstaten. Desondanks blijft het regime investeren, met geleend geld, in prestigeprojecten die de naam van de koning Mohamed 6 krijgen.