”Menara-project” Alhoceima verdwijnt uit jaarverslag Rekenkamer

De Marokkaanse Algemene Rekenkamer heeft eergisteren zijn jaarverslag uitgebracht. Het verslag tekende een somber beeld over het beleid van de staat in de verschillende sectoren. Zo bekritiseerde het rapport het beleid in de toerisme-sector: De 2020-visie werd aangenomen zonder enige evaluatie van de resultaten van de 2010-visie. De 2020-visie had overdreven optimistische doelstellingen, ondanks de negatieve impact van de wereldwijde economische crisis van 2008 op de belangrijkste markten.

De ‘Nationale Raad voor Toerisme’ en acht regionale agentschappen voor de ontwikkeling van het toerisme, die opgericht zouden worden om de 2020-visie te helpen bereiken, zagen nooit het licht. Van de 944 projecten die gepland waren, werden tot 2015 slechts 37 projecten gerealiseerd.

Het verslag bevatte ook verontrustende cijfers over de ‘Social Cohesion Support Fund’ dat in het leven werd geroepen om de armen te helpen. Volgens het rapport bevatten alle gefinancierde programma’s van dit fonds onevenwichtigheden, voornamelijk als gevolg van gebrekkige financiering. Een van deze programma’s is de ‘1 miljoen schooltas’.

Het verslag noemde de plannen om de krottenwijken te bestrijden “gefaald”, bracht de slechte toestand van de ziekenhuizen in kaart, sprak over de ‘ongeregeldheden’ bij de luchthaven Aroui in Nador en vele andere projecten en sectoren.

Maar een opmerkelijk onderwerp ontbrak in het jaarverslag, namelijk het ‘Menara Project’. Dit was namelijk de oorzaak van het afzetten van 3 ministers door Mohamed 6, nadat de vorst een evaluatieverslag gepresenteerd kreeg van de Rekenkamer. De Marokkaanse staatsmedia meldden toen dat de ministers ontslagen werden om ongeregeldheden en vertragingen en benadrukten dat het project geen fraude kende.

Het publiek wachtte af op het jaarverslag van de Rekenkamer in de hoop op informatie, maar tevergeefs. Waarom de Rekenkamer het verslag over het ‘Menara-project’ afschermt voor het publiek is onduidelijk. Het roept wel veel vragen op, omdat de informatie hierover de onschuld van de activisten van de Riffijnse volksbeweging kan bevestigen.