Abdelkrim El Khattabi, de joden en Israël

Hoe keek Abdelkrim El Khattabi naar de joden en wat was zijn standpunt over Israël? Een vraag die we proberen te beantwoorden door middel van twee gebeurtenissen die ons inzicht geven over hoe Abdelkrim El Khattabi over dit onderwerp dacht.

Abdelkrim El Khattabi en de Riffijnse joden
In de jaren twintig van de vorige eeuw leidde Abdelkrim El Khattabi het Riffijnse verzet tegen de Spaanse bezetter. Abdelkrim wist Arif Republiek te stichten. Spanje had de hulp van Frankijk en haar protectoraat Marokko nodig om een einde te maken aan deze jonge republiek.
Gedurende deze periode was er een aanzienlijke Riffijns-joodse gemeenschap in Arif. Een van de eerste maatregelen die Abdelkrim El Khattabi nam was het verbieden van de vervloeking van de joden op de wekelijkse markten. In Arif en de rest van gebieden waar de Allawitische sultan ‘de religieuze leider der moslims’ invloed had, werden de wekelijkse markten geopend met een smeekbede gevolgd met het vervloeken van de joden. Abdelkrim El Khattabi eindigde deze racistische daad onmiddellijk.

De Riffijnse president heeft ook de Riffijnse jood Mas’oud Bena’in aangesteld als schatkistbewaarder in zijn regering.
Een groot deel van de Riffijnen die de wapens repareerden voor het Riffijnse leger waren joods. Journalist Ahmed Younes zegt dat het vooral ging om Riffijnse joden uit Imziren en Ait Bouayach. Het laatste verklaart ook waarom de wapenfabriek van het Riffijnse leger gebouwd werd in Ait Bouayach.

Abdelkrim El Khattabi en Israël
Na de capitulatie van de Riffijnse regering in 1926 werd Abdelkrim El Khattabi gedeporteerd naar La Reunion, waar hij 20 jaar in ballingschap leefde. In 1947 besloot Frankrijk hem naar Nice te halen. Dit werd waarschijnlijk gedaan om met hem te onderhandelen over het lot van Arif en Noord-Afrika. De boot die Abdelkrim naar Frankrijk moest brengen voer door het Suezkanaal. In het Egypte van koning Faruk stapte Abdelkrim, onder dubieuze omstandigheden, uit en bleef hij in Egypte.

Tussen 1946 en 1956 vocht Frankrijk een oorlog uit tegen de Vietnamezen. Een deel van deze soldaten bestond uit Noord-Afrikanen. De Vietnamese leider Hồ Chí Minh stuurde Abdelkrim El Khattabi een brief waarin hij hem vroeg om deze Noord-Afrikanen tegen te houden. Het lukte Abdelkrim om een deel van deze soldaten te houden in Egypte. Samen met andere elementen die de Riffijnse leider opzochten in Cairo stichtte de Riffijnse leider de kern van een Noord-Afrikaans bevrijdingsleger om de oorlog te hervatten tegen de Franse bezetter.

Abdelkrim El Khattabi stuurde ook een paar strijders om te vechten tegen de Zionistische Hagana milities in Palestina. In zijn boek van 752 pagina’s vertelt El Hachmi Toud over deze Noord-Afrikaanse strijders (uit Arif, Algerije, Libië, Tunesië en Marokko) die in Palestina vochten. El Hachmi Toud uit Larache was een van de strijders die zich aansloot bij Abdelkrim El Khattabi in Cairo. In zijn memoires schreef hij onder meer over het eerste veldslag die de Noord-Afrikanen hebben geleverd in Palestina. Het was in een plaats genaamd Bureij in Gaza. In deze plaats vochten de Noord-Afrikaanse strijders meerdere malen tegen de Hagana milities. De eenheid van Hachmi Toud zou hierna verplaatst worden naar de stad Gaza, waar ze 15 dagen verbleven om vervolgens positie te nemen in een plaats genaamd Barbara tegenover Nitzanim tussen Ashkelon en Ashdod.

Uit deze bovengenoemde gebeurtenissen kunnen we concluderen dat Abdelkrim El Khattabi racisme tegen de Riffijnse joden bestreed en ze vertegenwoordiging gaf in zijn regering. Abdelkrim haalde ook de Noord-Afrikanen, die ingezet werden door Frankrijk om de Vietnamezen te onderdrukken, over om het Palestijnse volk in hun strijd tegen Israël te steunen.