Een Volkskrantartikel uit 1986 over het Marokkaanse racisme jegens de Imazighen en Riffijnen

Een Volkskrantartikel uit 1986 over het Marokkaanse racisme jegens de Imazighen en Riffijnen. Ook toen waren de Riffijnen duidelijk: Wij zijn geen Marokkanen:

ARABISCH GEORIËNTEERDE MACHTHEBBERS NIET GEDIEND VAN BERBER-CULTUUR Marokko’s „vrije mannen” in de verdrukking

AL HOCEIMA/MARAKESH — Jij dacht dat wij Berbers geen geschreven alfabet hebben?” fluistert de 22-jarige Mohamed in het jongerencafé in AI Hoceima, het schilderachtige havenstadje aan Marokko’s noordkust „Hier heb je het briefje met mijn adres, in het Frans en in het Berber-alfabet. Maar wees er voorzichtig mee, het is verboden”.

Op het briefje staat een adres in Romeinse letters, met daaronder een vertaling in een alfabet dat sterk op het Grieks lijkt. Als waarschuwing heeft hij er met grote letters „Attention!” naast geschreven. Volgens Mohamed zijn er nog honderden Berbers die hun alfabet, het zogenaamde tiffina, kennen, maar durven slechts tientallen daar voor uit te komen.

De Berbers, de oorspronkelijke bewoners van Noord-Afrika, zijn, sinds hun gebied in de zevende en achtste eeuw door de islam werd veroverd, vrijwel verdwenen uit Tunesië en Libië. Maar in Marokko en iets mindere mate Algerije leven hun (spreek-)taal en cultuur, tegen alle verdrukking in, nog massaal voort. Ongeveer driekwart van de 120 duizend Marokkanen in Nederland is afkomstig uit de Rif, een Berber-gebied dat zich uitstrekt langs Marokko’s noordelijke Middellandse Zeekust en door een hoge bergketen van het binnenland is afgesneden.

Riffijnen
„Wij zijn Riffijnen, wij zijn geen Marokkanen”, zegt een vriend van Mohamed op dezelfde samenzweerderige toon. „Dat wij nu deel uit maken van Marokko, komt doordat er niemand meer is als Abd el-Krim.” De uit Al Hoceima afkomstige Abd el-Krim was de legendarische leider van de opstand in het Rif-gebergte tegen de Spaanse en Franse koloniale troepen in de eerste helft van de jaren twintig. Ruim vijfjaar lang hielden zijn antiek bewapende Berber-ruiters stand tegen het best uitgeruste leger dat zich ooit in Afrika vertoond had en dat uiteindelijk 700 duizend Franse en Spaanse soldaten nodig had om de Riffijnen klein te krijgen.

De geschiedenis van de Berbers heeft hen tot op de dag van vandaag geen andere keus gegeven dan die tussen onderwerping en opstand. Zij waren de belangrijkste strijders in het leger van Carthago, trokken met Hannibal over de Alpen, waren het voetvolk van de Romeinen en veroverden in de achtste eeuw Spanje voor de Arabieren. Onder leiding van Abd el-Kader in Algerije (1832-1847) Abd el-Krim in Marokko (1921-1926) wierpen zij een moeilijk neembare vesting op tegen de binnendringende koloniale troepen, om vervolgens voor hen de vuile karweitjes te mogen opknappen in de Spaanse Burgeroorlog en de Tweede Wereldoorlog.

Barbaars
Maar in de ontoegankelijke gebergten (Rif, Atlas en Aurès) en woestijngebieden van Marokko en Algerije leven zij tot op de dag van vandaag voort als amazigh, vrije mannen, zoals rij zichzelf bij voorkeur noemen. Hun „barbaarse” (het woord Berber stamt waarschijnlijk af van het Griekse barbaroi of Latijnse barbari, een afkeurende benaming voor onbeschaafde vreemdelingen) dialecten en gebruiken worden door de machthebbers in de steden vaak als een inbreuk op de Arabische cultuur worden beschouwd.

„Wanneer iemand van ver komt en zich voor ons interesseert, dan maakt dat ons blij. want hier heeft niemand belangstelling voor ons”, zegt de hoogleraar aan de universiteit van Marakesh, de koningsstad die uitkijkt op de besneeuwde toppen van de Atlas, bij wijze van begroeting De afstandelijkheid waarmee Arabisch ingestelde Marokkanen over het onderwerp spreken, steekt schril af bij de warmte die zich van veel Berber-sprekenden meester maakt wanneer zij op hun afkomst worden aangesproken. „Vooral in intellectuele kring bestaat grote minachting voor onze cultuur”.

De hoogleraar verzoekt zijn naam niet te vermelden, omdat hij niet nog eens in de gevangenis wil belanden vanwege zijn mening. „Het is geen probleem van ras. Je kunt aan iemands uiterlijk al lang niet meer zien of hij Arabier of Berber is. Maar dat wij niet zeggen dat wij bereid zijn onze eigen taal en cultuur te vergeten. _De Marokkaanse cultuur heeft zowel een Arabische als een Berber-variant Dat moeten de machthebbers erkennen. De volkeren in het gebied van de Middellandse Zee vormen één grote familie.

De Hebreeuwen, Arabieren en Berbers zijn neven van elkaar. Maar binnen die familie dienen de verschillen wel erkend te worden.”

 

Verdeel-en-heers
Net als in Algerije hebben de Fransen ook in Marokko de sluimerende tegenstelling tussen Arabisch- en Berber-taligen handig uitgespeeld om hun controle over hun kolonie, respectievelijk protectoraat te versterken. Terwijl in de steden de Arabische cultuur gerespecteerd werd, werd in de dorpen het Berber-bewustzijn aangewakkerd. Vooral oudere Berbers uiten zich ook nu nog makkelijker in het Frans of (in de Rif) Spaans dan in het Arabisch.

De Franse verdeel-en-heers politiek bracht de machtige, brute Berber-vorst El Glaui uit de zuidelijke Atlas er zelfs toe om aan de vooravond van de onafhankelijkheid, tot drie keer toe zijn legers naar de hoofdstad Rabat te sturen ter ondersteuning van de Fransen. Maar de Berbers uit de noordelijke kusstroken van Marokko en Algerije hadden een belangrijk aandeel in de onafhankelijkheidsstrijd en kunnen nog steeds niet verkroppen dat hun cultuur onderdrukt wordt.

„De mensen van het noorden kennen de kroonprins van gisteren heel goed en zij zouden de koning van Hassan van vandaag moeten kennen”, zei het Marokkaanse staatshoofd in zijn televisietoespraak na de voedselopstand van januari 1984, die in de Rif-steden Tetouan, Al Hoceima en Nador met felle uitbarstingen en tientallen doden gepaard ging. Hij herinnerde de Riffijnen met zijn waarschuwing aan de meedogenloze wijze waarop hij in 1958 als kroonprins en opperbevelhebber van het leger hun opstand neersloeg.

 

Fascistisch
Het waren ook merendeels Berberofficieren uit de Rif die in 1971 en 1972 onder leiding van generaal Oufkir twee mislukte moordaanslagen pleegden op koning Hassan. Of Marokko er met het lukken van deze aanslagen — waaraan geen duidelijke ideologische motieven ten grondslag lagen — beter op geworden zou zijn, wordt echter in brede kring betwijfeld.
„Het fascistische tijdperk van generaal Oufkir”, zegt een bestuurslid van de socialistische oppositiepartij USFP nu, „was de donkerste periode uit de geschiedenis van het Marokkaanse leger. De soldaten gedroegen zich als beesten tegenover de bevolking Sindsdien is er veel verbeterd.”

Een ex-medewerker van het blad Amazigh, het Berber-tijdschrift dat in 1982 verboden werd, vertelt in de moderne, 4 miljoen inwoners tellende stad Casablanca dat „ergens in Marokko” nog steeds twee in het buitenland vervaardigde typemachines met het tiffinaalfabet verborgen worden gehouden. „De repressie begon nadat de voormalige Senegalese president en dichter pold Senghor hier voor ongeveer 35″ mensen een toespraak over de Berber’ cultuur had gehouden. Enkele maanden daarna werd het tijdschrift verboden. werden medewerkers gevangen gezet en werden naamplaatjes met het alfabet verwijderd. Wij mogen onze kin* deren geen Berber-namen meer geven. zelfs niet in de Arabische transcriptie. De Arabische naam Ouarda, een bloem’ soort, mag bijvoorbeeld wel, maar Ajjig, de Berber-naam voor dezelfde bloem soort, mag niet.”

Israël
De professor in Marakesh vertelt dat de meeste Berbers na de onafhankelijkheid uit eigen beweging hun namen veranderden in Arabische namen. Het was het Arabische nationalisme van Nasser dat toen iedereen aanstak. Wij wilden allemaal hetzelfde zijn. Dat veranderde na de nederlaag van Egypte in de oorlog met Israël in 1967. Dat had een enorme invloed op het volk. Men ging twijfelen aan het idee van de Arabische natie. Ik geef toe dat het opportunistisch is. De Berbers bewonderen de sterkste. De oliedollars van de Arabieren lieten ons ook niet koud. Maar uiteindelijk houden de Berbers niet van de Arabieren.”

De ex-medewerker van Amazigh zegt dat de angst van de heersende politieke en economische klasse in Marokko voor de Berber-cultuur het gevolg is van het feit zij in feite slechts een minderheid vertegenwoordigt „Zij zijn het zelf die zich als buitenlanders beschouwen”, roept hij uit in de besloten vrijheid van rijn appartement, „zij willen geen Marokkanen zijn. Zij koesteren hun namen, die nog steeds aangeven of zij uit Syrië, Irak dan wel Spanje afkomst zijn”.

Link naar het artikel op Delpher.nl