Herdenking sterfdag Elkhattabi en het gewelddadig antwoord van Marokko

”Wij beven van angst en wij springen in de lucht elke keer wanneer wij de deur van ons huis horen trappen krijgen. Wij hebben alle lichten uitgezet en ons beperkt tot de lichten van onze telefoons.

Wij hebben de deur op slot gedaan en houten planken er tegen gezet.

Buiten horen wij geluid: De ene keer van de Riffijnse jongeren die toevlucht zochten op de heuvel van Boukidaan, de andere keer van de Marokkaanse repressietroepen die zich voor ons huis bevinden.

De laatsten zijn met tientallen, af en toe roepen zij “chad! chad!” / ” pak hem! pak hem!”.

Politie sirenes constant sinds 15:00, ik ben daardoor duizelig en misselijk geworden.

Ik hoor trappen op de deur en ik spring in de lucht. Ik ga bij het raam om te kijken wat er buiten gebeurt.

De stilte heerst voor een paar tellen, de repressietroepen verzamelen zich voor de deur van het huis van onze buurman en proberen het huis binnen te stormen. De houten deur hield niet lang stand, de troepen bestormden het huis en begonnen het te vernielen.

De angst overmeesterde mij, ik ging weg bij het raam. Mijn relativeringsvermogen is naar nul gezakt.

Ik heb de stilte die heerste in de kamer doorbroken: ” Als zij onze deur intrappen gooi ik mijzelf van het dak! Mijn oudste zus antwoordde dat ze ook hetzelfde gaat doen. Mijn andere zus die haar stem verloor hield het bij knikken om aan te geven dat ze dat ook gaat doen.

Buiten heerst het donker omdat de Marokkaanse troepen de verlichting hebben vernield, ik zie ze de water-en elektriciteitsmeters vernielen.

De klok wijst naar 01:00, ik ben ingestort. Ik kan niet meer staan noch praten. Ik val in een diepe slaap..

Ik word wakker door het geluid van het raam dat geopend wordt door mijn moeder. Ik vraag haar of ze nog daar zijn? Ze antwoordt: “Ze zijn vertrokken”.”

Geschreven door de zus van een Riffijns politiek gevangene in Oukkacha, de naam blijft anoniem voor haar veiligheid. Zij omschreef hoe ze de nacht van 05 februari 2017 beleefde. De dag dat de Riffijnen de dood van Abdelkrim Elkhattabi wilden herdenken. De herdenking die Rabat beantwoordde met buitensporig geweld.

Wat zij niet vermeldde is dat de Marokkaanse repressietroepen op deuren van huizen sloegen terwijl ze riepen dat ze Riffijnse vrouwen wilden verkrachten. Dat is de reden dat zij en haar zussen zich van het dak wilden gooien.