Nador 1984: kind gaat naar buiten om te knikkeren en komt nooit meer thuis

Hij ging in januari 1984 op een ochtend op pad om te knikkeren. Zijn moeder zei hem dat hij in de buurt moest blijven en dat hij niet te lang weg moest blijven. Misschien had ze een voorgevoel over de ramp die hen zou treffen.

Zijn naam was Zouhair Faris, hij was 15 jaar oud en sinds die dag, 19 januari 1984, heeft zijn moeder nooit meer iets van hem gehoord. Ze zocht naar hem in politiebureaus, ziekenhuizen en zelfs mortuaria. Zonder enig resultaat! Ze dacht even dat hij ontvoerd was, maar het gebrek aan interesse van de politie om zijn verdwijning op te helderen overtuigde haar ervan dat er iets vreselijks moet zijn gebeurd.

Op dinsdag 29 april 2008 vonden enkele bouwvakkers een massagraf, waar de resten van 15 lijken lagen. Uit DNA-analyse bleek dat één van hen Zouhair Faris was. Het skelet gehuld in de kleren die Zouhair droeg op de dag dat hij verdween, zijn schoenen en in zijn zakken zaten de knikkers nog, waarmee hij was gaan spelen. Volgens verschillende mensenrechtenactivisten uit de regio is hij dood geschoten.
Niemand, behalve de inwoners van Nador en de Riffijnen in het buitenland, spraken over gerechtigheid of eisten bestraffing voor de verantwoordelijken voor de dood van een kind dat duidelijk geen demonstrant was, en zelfs als hij dat wel was, hoefde hij niet te sterven en op deze manier begraven te worden.

Een van de bevelhebbers van de slachtingen van Casablanca in 1981, van Nador in 1984 en van Fes in 1990, was de opperbevelhebber van de Koninklijke Gendarmerie, generaal Hosni Benslimane. Deze beul in dienst van het paleis bleef in functie tot 2017. Hoewel er twee internationale arrestatiebevelen zijn uitgevaardigd door twee Europese rechters, had hij in januari 2005 nog steeds het “Grootkruis van Isabel la católica” gekregen van de toenmalige Spaanse regering. De vertaling van dit stuk is gedaan door de Facebookpagina De Rif Republiek.

Zouhair Faris was een van de honderden slachtoffers die in januari 1984 zijn gevallen. In dat jaar gingen burgers in verschillende steden de straat op tegen de verhoging van de prijzen van basisproducten, als gevolg van de dure oorlog die Hassan II in de Westelijke Sahara voerde.  Hieronder een zeer beknopte chronologie van de gebeurtenissen in Arif:

– 17-01-1984 begonnen demonstraties van scholieren in Alhoceima en Nador tegen de hoge inschrijfkosten.
– Op 19 januari breidden de demonstraties uit nadat andere bevolkingsgroepen zich aansloten bij de scholieren, in Nador werd op de betogers geschoten met kogels.
– Op 19 januari ook demonstraties in Titawin/Tetouan en Ksar Kbir. In Marrakech demonstraties van scholieren.
– Op 21 januari schat de krant Telegrama del Melilla het aantal doden in Nador op 40.
– Op 22 januari een tv toespraak van de dictator Hassan II waarin hij de Riffijnen uitmaakte voor ‘Awbach’ en hen bedreigde met een nieuwe massamoord zoals die van 1959.
– Op 24 januari een foto in de krant Telegrama del Melilla van een helikopter waaruit op de betogers in Nador wordt geschoten.
– Op 25 januari presenteert de eerste minister Mohamed Karim El Amrani valse cijfers over het aantal doden en gewonden: 29 doden en 114 gewonden: Nador (16 doden, 37 gewonden), Tetouan (9 doden, 72 gewonden), Al Hoceima (vier doden en vier gewonden).
– Op 26 januari schat een Catalaanse krant het aantal doden op 400!
-Tot 2 februari gold een avondklok in de steden waar de demonstraties plaats vonden.