Said & Farid, slachtoffers van het Marokkaanse geweld tegen Riffijnen in 1987

Twee dagen geleden was de herdenking van de Marokkaanse massamoorden op de Riffijnen in 1984. Vandaag herdenken de Riffijnen de moord op de scholieren Said en Farid op 21 januari 1987.

Farid Akrouh is geboren in januari 1965 in Ait Bouayach in de provincie Al Hoceima. Hij groeide op in de wijk Boughaman Awadday. Hij zat op de basisschool in Ait Bouayach en op de middelbare school Uqba Ibnu Nafiɛ. Farid verhuisde naar Imzouren om het voortgezet onderwijs daar te volgen.

In zijn laatste schooljaar, op 21 januari 1987, ging hij zoals altijd naar school. Bij binnenkomst zag hij een groep mensen zich op het schoolplein verzamelen. Dat bleek een protestactie van studenten te zijn. Uit nieuwsgierigheid ging hij een kijkje nemen en op dat moment werd de school bestormd door de Marokkaanse repressietroepen.

Uit angst voor het geweld van de racistische troepen rende iedereen weg. Farid vluchtte naar een kantoor op school en kwam de schooldirecteur tegen die hem geruststelde dat hij veilig was in zijn kantoor. Nadat Farid binnen was, deed de directeur het kantoor op slot en gaf door aan de repressietroepen dat hij een subversieve student opgesloten had. Farid werd daar ernstig mishandeld door een groep barbaarse repressietroepen totdat hij in coma raakte. De 22-jarige Riffijn bloedde hevig en overleed kort erna in het ziekenhuis.

Said Boudaft is geboren in januari 1971 in Tizi Ouakki in de provincie Al Hoceima. Hij komt uit een arm gezin en had ene lichamelijke beperking. Na zijn basisschool ging hij eveneens naar de middelbare school in Imzouren. In het school jaar 1986/1987 zat hij in de tweede klas.

In de ochtend van die zwarte woensdag van 21 januari 1987 was er een protestactie op school. De scholieren werden verrast door het binnenstormen van gewapende Marokkaanse repressietroepen. Uit vrees voor barbaarse geweld van de Marokkaanse repressieapparaat rende iedereen weg. Said kon niet weg rennen door zijn lichamelijke beperking waardoor hij in handen viel van de Marokkaanse troepen.

De 16-jarige Riffijn werd langdurig en ernstig mishandeld door een hele groep. De Riffijn overleefde de marteling niet. Volgens sommige ooggetuigen stierf hij een pijnlijke dood en zat hij urenlang bloed te overgeven voor hij overleed.