Belg ontkracht aantijgingen Marokkaanse regime tegen Omar Radi

Arnoud Simons is een Belgische staatsburger die tussen 2012 en 2015 heeft gewerkt bij de Nederlandse ambassade te Rabat. Hij werd genoemd in het gefabriceerde dossier tegen de kritische journalist Omar Radi als een van de ‘Nederlandse diplomaten die contact zou hebben gehad met Omar Radi’.

Arnoud Simons heeft vandaag in een open brief de valse aantijgingen krachtig ontkend. De Belg zegt dat zijn eerste contact met Omar Radi uit 2012 dateerde. Die ontmoeting was in aanwezigheid van Marokkaanse kunstenaars, journalisten en ambtenaren. Arnoud was werkzaam voor de Belgische Délégation Wallonie-Bruxelles in Rabat en had geen banden met de Nederlandse ambassade.

Arnoud Simons zegt dat hij Omar Radi leerde kennen tijdens die bijeenkomst. Daarna bleven ze telefonisch contact onderhouden. In het strafdossier van Omar Radi vormen de taps van de telefoongesprekken tussen de twee personen bewijs. De kritische journalist zou zich schuldig maken aan spionage. De Belg weerlegt dit ongegronde verhaal en verklaart dat hij in die tijd geen contact had met de Nederlandse ambassade. Het project StoryMaker zou aanleiding zijn voor de ontstane situatie.

Volgens het Marokkaanse regime had Omar Radi wel degelijk contact met Nederlandse diplomaten die in Marokko zijn geaccrediteerd. Zij zouden hun diplomatieke positie gebruiken de belangen van Marokko te ondermijnen. Arnoud Simons wordt in dat rijtje van diplomaten genoemd. De Belg ontkent een diplomaat te zijn geweest en benadrukt dat hij enkel medewerker was.

In het dossier van Omar Radi is verder te lezen dat hij in de politieverhoren toegaf contact te hebben gehad met onder meer Arnoud Simons. Omar Radi zou tijdens deze ontmoetingen ‘informatie hebben verstrekt over de gebeurtenissen in Arif’. De Belg zegt dat hij Marokko in 2015 verliet en dat hij sindsdien niet meer is teruggegaan. Zijn vertrek was voor de moord op de visverkoper Mohsin Fikri eind 2016. Deze dramatische gebeurtenis ontketende de Riffijnse volksbeweging in Arif. De Belg vervolgt: ‘Omar en ik hebben sinds ons vertrek geen telefonisch contact meer gehad en hij en ik nooit over de gebeurtenissen in Arif hebben besproken’.

Arnoud Simons geeft in zijn open brief aan dat het op basis van de Marokkaanse aantijging Omar Radi vijf jaar gevangenisstraf kan riskeren. Volgens het artikel 191 van het strafboek wordt zijn daad gezien als ‘aanval op de externe veiligheid van de staat door het onderhouden van inlichtingen met buitenlandse agenten gericht op het schaden van de diplomatieke positie van Marokko’.

Arnoud Simons zegt verder: ‘Als er zou blijken dat Omar Radi en ik rechtstreeks en telefonisch contact met elkaar hebben gehad tijdens de aangehaalde gebeurtenissen, dan zou zijn bekentenis meer vragen oproepen over de aard van de verhoren die hij onderging dan over de authenticiteit van de feiten. Aangezien de oproepen vanaf zijn telefoon sinds 2011 duidelijk deel uitmaken van de zaak, zijn deze elementen gemakkelijk verifieerbaar, net als de datum van mijn laatste binnenkomst op Marokkaans grondgebied’.

Al met al duidt deze zaak op een afrekening van de Makhzen met kritische geluiden. Omar Radi, maar de recente aanhouding van Maâti Monjib illustreren deze groeiende repressie.

‘Het zou goed zijn als de Nederlandse regering en in het bijzonder het ministerie van Buitenlandse zaken zich ferm uitspreken tegen de wraakpraktijken van de Marokkaanse autoriteiten tegen onafhankelijke journalisten en kritische burgers. Als facilitator van de training StoryMaker moeten de Nederlandse instanties op zijn minst de feitelijke gang van zaken verduidelijken’, zegt een Riffijns-Nederlandse activist die anoniem wil blijven.