Brief van een Riffijnse gevangene uit de gevangenis

Begin deze week stuurde de Riffijnse gevangene Abdelhak El Fahsi een brief vanuit de Marokkaanse gevangenis in Fes.  Abdelhak El Fahsi komt uit Bentayeb in de provincie Driouch. Hij is veroordeeld tot tien jaar celstraf omdat hij getuige was van de moord op de vreedzame betoger Imad El Attabi die doodgeschoten werd door Marokkaanse repressietroepen in de stad Al Hoceima:

´Oh wat heb ik het te verduren in deze donkere cel! Geen enkele zwakke ziel houdt het hier uit tussen vier muren, totaal geïsoleerd. Ik kan geen dag van nacht onderscheiden noch het verschil zien tussen vandaag en morgen. De tijd gaat traag voorbij. Een minuut duurt een uur en een uur voelt als een dag. Het leven gaat volledig aan mij voorbij. In de gevangenis word ik uitsluitend vergezeld door zware criminelen. Ik kan met niemand praten, want mijn medegevangenen kennen slechts de taal van rasechte misdadigers. Met wie zou ik mijn eenzaamheid kunnen delen? Van wie zou ik empathie kunnen verwachten?

Ik voel me alleen op de wereld. Er gaat geen seconde voorbij of ik denk aan mijn moeder die eindeloos lijdt. Meer dan ik zelf lijd. Ik mis mijn vader en zijn goedbedoelde adviezen die pas veel later tot mij doordrongen. Ik mis mijn zussen en broers en mijn vrienden waar ik ontzettend veel van houd. Beelden van mijn geliefde serene stam Aith Ourichach schieten door mij heen. Herinneringen die ik diep in mijn gedachten koesterde. Ik ben begonnen de wegen, wijken en de namen van plekken uit mijn wijk te vergeten.

Ik voel me alleen in mijn nieuwe wereld. Ik roep, maar word niet gehoord. Het doet me denken aan een babyvogel die zijn nest uitvliegt maar niet in staat is zijn vleugels uit te slaan. In zijn val realiseert hij zich dat het te vroeg was om uit te vliegen.

Ik ben alleen in mijn nieuwe wereld waar ik slachtoffer ben van een slecht functionerend politiek systeem in ons land. Buiten deze gevangenismuren was mijn vrijheid al zeer beperkt, maar zelfs dit werd mij door de Marokkaanse overheid afgenomen. Elke dag vraag ik mij af wat ik hier doe en welke zonde ik begaan heb om mij in deze donkere hol te doen belanden.

Iedereen heeft zo zijn eigen verklaring voor de reden van mijn gevangenschap. Mijn eigen uiteenzetting is, dat ik de straat op ben gegaan met de vraag om het recht op een bestaan. Het recht op basale voorzieningen waar iedereen van zou kunnen profiteren. Ik heb me uitgesproken tegen onrecht, vernedering en het onheus bejegenen van onschuldige Riffijnen. Tegen vernedering van waardigheid. Tegen vernedering van de kinderen van Arif. Daar zeg ik nee, nee en nog eens nee tegen!

Het theatraal gerechtshof, dat van afstand geregeerd wordt, heeft mij gefabriceerde aanklachten aangesmeerd. Wetende dat ik onschuldig ben. Dit doen ze slechts om gerechtelijk bewijs te hebben om de activisten van de Riffijnse volksbeweging te kunnen vervolgen. Dit gerechtelijk systeem is berust op oerwoudvervolging waarbij de wet van de sterkste geldt. De gefabriceerde aanklachten tegen mij doen me denken aan oud-Arabische aanklachten waar ik weleens over had gelezen in oude verhalen.

Nadat landelijke gendarmerie mij opgepakt had, ben ik naar de verschrikkelijke gevangenis van Al Hoceima gebracht. Daarna ben ik overgeplaatst naar een afgrijselijke cel in Guercif en van daaruit naar de erbarmelijke gevangenis Bourkayaz te Fez, die nu als mijn huidige verblijfplaats dient.

Strooien met gevangenisstraffen is het laatste redmiddel wat de staat nog kan doen om haar doel te realiseren. Dat, terwijl we ons zogenaamd bevinden in een democratisch land die de rechten van de mens, de rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid respecteert. Maar iedereen weet dat deze waarden slechts op papier bestaan waarmee het land naar de buitenwereld en op de staatstelevisie wil pronken. Het showen van democratische waarden in dit land blijft schertsvertoning waar in de realiteit geen enkele basis voor is.

Hoe kan dit land het maken om de kleinkinderen van Abdelkrim Elkhattabi zo verschrikkelijk te martelen? En hoe zit het met al die verantwoordelijken die deze kinderen zoveel onrecht aandoen, terwijl zij degenen zijn die de kolonisator hebben verdreven?

Wie de geschiedenis nog steeds niet kent, moet eens beginnen zichzelf hiervan te verwittigen.

Sommige onwetenden in de Rif denken dat mijn woorden ledig zijn en vinden het misschien niet waard om hiervoor gevangengenomen te worden. En enkelen zullen zeggen dat ik me met mijn eigen zaken had moeten bemoeien, mij koest had moeten houden en de familie proberen financieel te steunen.

Ik begrijp hen. Zij leven immers in een land die de nadruk legt op blinde volgzaamheid en het bekommeren om slechts je eigen situatie. Waar men wil dat het volk voor eeuwig onwetend blijft. Dat het volk maar een doel voor ogen heeft: hoe je de volgende dag brood op de plank moet zien te krijgen. Hiermee houd je de mensen zoet zodat ze geen tijd hebben om na te denken over essentiële zaken als het bestaansrecht en het claimen ervan. Alles, opdat de zwakkelingen en de onwetenden maar niet in opstand komen.

Er gaat echter niets boven het opkomen voor het recht van de zwakkelingen en de onderdrukten. Werkelijk waar, het pure activisme geeft je kracht en moed om door te gaan voor onze strijd. Het materialisme en de dagelijkse sores raken op de achtergrond en zijn van minder belang. De mens leeft om te sterven opdat hij terugkeert naar zijn schepper.

Waarom dan niet je leven wijden aan het verdedigen van je recht, opstaan tegen onrechtplegers en te doen wat juist is?
Sinds wanneer maken jullie mensen tot slaven wetende dat ze geboren zijn als vrije wereldburgers?

 

Vertaald door Fatima Yadjis Lhirak