Catalanen vragen Madrid excuses aan te bieden voor gifgasaanvallen op Riffijnen

De Catalaanse politieke partijen ‘Esquerra Republicana’ (ERC) en ‘Junts’ willen dat de regering namens de Spaanse staat het gebruik van chemische wapens tegen de burgerbevolking tijdens de oorlog met Arif veroordeelt en zich daarvoor verontschuldigt.

Met dit doel hebben de twee Catalaanse pro-onafhankelijkheidspartijen een niet-wettelijk voorstel geregistreerd voor behandeling in de commissie Buitenlandse Zaken van het Spaanse parlement.

Naast het veroordelen van het gebruik van mosterdgas tegen burgers, vroegen de ERC en de Junts de regering om een onafhankelijk en uitgebreid onderzoek uit te voeren naar de nasleep van de systematische chemische aanvallen tussen 1921 en 1926. Het onderzoek moet volgens de Catalaanse partijen plaats vinden in samenwerking met Marokko, die medeplechtig is aan de misdaden tegen de Riffijnen, en het Riffijns maatschappelijk middenveld.

De twee partijen, die deel uitmaken van de Catalaanse coalitieregering, eisen dat de uitvoerende macht van Pedro Sánchez zich verontschuldigt voor de wreedheden van de oorlog, vooral voor het gebruik van de chemische wapens.

ERC en Junts riepen de regering op om ‘op basis van internationale ontwikkelingssamenwerking op te treden om Arif te vergoeden voor schade die mogelijk het gevolg is van dergelijke aanvallen’. De twee partijen herinneren Madrid eraan dat het aantal kankerpatiënten in de gebombardeerde gebieden hoger is als gevolg van de gifgasaanvallen.

Begin vorige eeuw stuitte Spanje op hevig verzet bij haar poging Arif te bezetten. Om Arif Republiek te doen capituleren werd een coalitie gevormd met Frankrijk en haar protectoraat Marokko. Deze coalitie gebruikte verboden wapens en pleegde oorlogsmisdaden tegen de bevolking om de Riffijnse regering tot capitulatie te dwingen.

Verzwakt door de gifgassen en de oorlog met de coalitie was Arif een makkelijke prooi voor Marokko na het vertrek van zijn bondgenoten Frankrijk en Spanje. Dit resulteerde in een massamoord op de Riffijnen in 1958/1959, gevolgd door een deportatie naar Europese mijnen en fabrieken.

Overweeg een donatie te plaatsen om onze website te helpen onderhouden en verder te ontwikkelen.