De onwaarheden van ‘Geschiedenis van Marokko’

Deze maand verscheen een nieuwe editie van ‘Geschiedenis van Marokko’ (Uitgeverij Bulaaq). Waar onder andere Nadia Bouras, de (ex-)adviseur van de Marokkaanse despoot Mohamed 6, aan heeft meegeschreven. Het boek bevat veel onwaarheden en is absoluut geen neutraal historisch werk. Hieronder bespreken we slechts enkele punten, die vooral met Arif te maken hebben.

Volgens ‘Geschiedenis van Marokko’ is Mohsin Fikri overleden op 6 oktober 2016, maar dat is 28 oktober 2016. Zo op het oog lijkt het een slordige fout die noch de drie schrijvers, noch een redacteur, noch de uitgever opviel, maar wie de rest van de tekst leest zal erachter komen dat de schrijvers helemaal niks over Arif en de volksbeweging Hirak weten. Ze hebben zich gebaseerd op de propaganda van de staatsgecontroleerde media en de gefabriceerde Marokkaanse politieverhoren.

Net als de Marokkaanse justitie, het regime en de media probeert ‘Geschiedenis van Marokko’ de Riffijnse volksbeweging te reduceren tot een nietszeggend protest. Dit wordt gedaan door bewust belangrijke feiten en gebeurtenissen achterwege te laten en aandacht te geven aan onwaarheden die alleen bestaan in de gefabriceerde politieverhoren.

Behalve dat de schrijvers van het boek de volksbeweging proberen te beperken tot Al Hoceima, geheel in lijn met de visie van het Marokkaanse regime, negeren zij dat het een Riffijnse beweging is die opkomt voor heel Arif. Hoe verklaren de schrijvers van het boek de arrestaties die plaats vonden in de provincies Nador en Driouch?

Eén van de belangrijkste eisen die vaak werd gescandeerd tijdens protesten was het opheffen van het militariseringsdecreet van het gebied. In 1958 werd een koninklijk decreet uitgevaardigd die de provincie Al Hoceima uitriep tot een militaire zone. Dat was het startschot voor de aanval op dit gebied en de Marokkaanse massamoord op de Riffijnen waarbij duizenden onschuldigen op de meest barbaarse manieren werden gedood. Deze eis, een politieke eis, werd niet genoemd omdat het niet past bij het beeld dat het boek wil creëren over de volksbeweging.

Het boek probeert ook de arrestatie van Nasser Zefzafi te rechtvaardigen door het verhaal van het Marokkaanse regime letterlijk te vertalen naar het Nederlands. Nasser Zefzafi zou de preek van een imam hebben verstoord, volgens ‘Geschiedenis van Marokko’. Behalve dat dit onwaar is, omdat Nasser pas na het vrijdaggebed de imam aansprak op zijn preek, die de politieke boodschap van het regime in Rabat propageerde, geeft dit geen aanleiding voor de arrestatie en marteling van de andere activisten die niet eens aanwezig waren in de moskee.

Het boek probeert ook de betogers even schuldig te maken aan het gebruik van geweld als de Marokkaanse repressietroepen. Het boek negeert de duizenden Marokkaanse soldaten die naar het gebied werden gebracht om de burgers te dreigen en te discrimineren. Ook zijn de slachtoffers niet genoemd: Imad El Attabi en Abdelhafid Ahaddad. De eerste werd tijdens een protest doodgeschoten door de Marokkaanse repressietroepen. De tweede kwam om door het overmatig gebruik van de traangas.

Het boek beweert ook dat een regeringsdelegatie een bezoek bracht aan het gebied en dat er bemiddelingsacties waren. Om vervolgens de schuld aan Nasser Zefzafi te geven die ‘alleen met de koning wilde onderhandelen’. Dit is alweer een letterlijke vertaling van de propaganda van het Marokkaanse regime. De regeringsdelegatie kwam niet om te onderhandelen maar aan tafel te zitten met lokale handlangers van het Marokkaanse regime. Noch Zefzafi noch andere prominente activisten van de volksbeweging kregen een uitnodiging.

Het boek heeft het ook over bemiddelingspogingen zonder die te specifiëren. Nasser Zefzafi en andere prominente figuren zeggen dat het regime hen wilde omkopen met grote sommen geld, en zelfs posities, in ruil voor het beëindigen van de volksbeweging. Dit schrijven de historici niet, omdat het niet in de politieverhoren staat. Of de auteurs verwarren omkopen met ‘bemiddelingspogingen’.

Het boek spreekt ook over de Arif-republiek en probeert de autochtone Nederlandse lezer ervan te overtuigen dat het geen echte staat was en dat de Allawieten de baas waren over Arif. Dan krijg je het idee dat er bewust niet wordt vermeld dat de onafhankelijkheidsverklaring van de Riffijnse regering in de archieven van de Verenigde Naties ligt. Ook geen verwijzing naar de brief aan de Britse overheid waarin de Riffijnse president Abdelkrim El Khattabi duidelijk zegt dat de Riffijnen geen Marokkanen zijn. De luie auteurs hadden ook een krant uit die periode kunnen nemen waarin dagelijks over Abdelkrim El Khattabi, zijn proclamatie en de Riffijnse staat werd geschreven. De auteurs hadden ook hier op de markt een Riffijnse-Nederlander kunnen vragen of er ooit een Riffijnse staat is geweest.

Het boek spreekt ook over een Berberpartij om de indruk te geven aan de autochtone Nederlandse lezer dat de Imazighen een partij hebben en dat ze participeren in het politieke leven. Maar in het koninkrijk van Mohamed 6 is er helemaal geen Berberpartij! Sterker, de Marokkaanse grondwet verbiedt het oprichten van partijen op etnische basis. De schrijvers doelen waarschijnlijk op de Volkspartij, een paleispartij die net zo Berbers is als de Hizb Istiqlal, PJD of welke partij dan ook. De Volkspartij heeft zich nooit ingezet voor de Imazighen en was en is, net als de rest van de gedoogde partijen, slechts een pion van het Allawitische koningshuis. In Marokko werd wel gepoogd een Amazigh partij op te richten door de inmiddels overleden Amazigh advocaat Ahmed Adgharni. Deze partij werd verboden en Ahmed Adgherni ontsnapte aan een liquidatiepoging.

Dit is slechts een klein deel van de vele onwaarheden en propaganda in het boek dat duidelijk niet de Nederlandse lezer neutraal wil infomeren maar juist manipuleert om de machthebbers in Rabat te paaien.
Er zijn gelukkig genoeg andere boeken die wel willen informeren.

Het is ook niet de eerste keer dat zulke onwaarheden over Arif verteld worden. Met name Nadia Bouras die zich presenteert als historica maar haar functie als (ex-)adviseur van de Marokkaanse despoot Mohamed 6 achterwege houdt.  In 2019 schreef zij in De Trouw dat de Riffijnse migratie naar Europa geen enkele politieke beweegreden heeft en dat het zelfs een mythe is. En weer werd er niks gemeld over de Marokkaanse massamoord op de Riffijnen in 1959 waarna de Riffijnse migratie begon. Dit komt weer overeen met de visie van het Marokkaanse regime dat zelfs in Nederland projecten en evenementen financiert om haar versie van de migratie te promoten.