‘Europese vredesprijs’ voor Mohamed 6 blijkt van een DST-agent te zijn

De afgelopen dagen hebben Marokkaanse media (1,2) uitbundig bericht over de “Jean Jaurès-vredesprijs” die Mohamed 6 kreeg van het “Europees centrum voor vrede en conflictoplossing”. Ook Israël besteedde er aandacht aan via de Arabische pagina van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De Israëlische pagina feliciteerde de Allawitische koning en zijn onderdanen met de prijs.

Maar wie een klein onderzoek verricht komt erachter dat de prijs nep is en dat het “Europees centrum voor vrede en conflictoplossing” (CEPRC) beheerd wordt door een agent van de Marokkaanse inlichtingendiensten in Frankrijk.

Wat is CEPRC?
Het Europees Centrum voor Vrede en Conflictoplossing (CEPRC) werd in december 2019 in Frankrijk opgericht volgens de officiële gegevens, schrijft Yabiladi. De oprichter van CEPRC beweert dat het doel ervan is de “conflictanalyse en institutionele analyse; oprichting en / of versterking van institutionele capaciteiten op het gebied van conflictbeheersing”. Maar volgens de Franse officiële gegevens is CEPRC een “vereniging voor liefdadigheid, humanitaire hulp, ontwikkelingshulp en ontwikkeling van vrijwilligers”.

De artikelen die door de website van CEPRC worden gepubliceerd, zoals de foto’s, vertegenwoordigen op geen enkele manier het werk van het centrum. Ze zijn allemaal bijna zonder enige wijziging geplagieerd van websites van derden die nooit worden geciteerd. Amnesty International is meermaals het slachtoffer geworden van diefstal door de CEPRC, die zichzelf toestaat om “Amnesty International” eenvoudigweg te vervangen door “Europees Centrum voor Vrede en Conflictoplossing” wanneer dat nodig is.

Zelfs een online kledingwinkel ontsnapte niet aan de diefstal van CEPRC. De foto van een model werd gestolen en gepresenteerd op de website van CEPRC als een journalist die deelneemt aan een denkbeeldige conferentie van de ”organisatie”.

Maar het centrum claimt niet alleen artikelen van andere journalisten, er zijn verschillende video’s van een conferentie beschikbaar op de CEPRC Youtube-pagina die in de beschrijving beweert dat de conferentie door de vereniging werd georganiseerd. Een snelle zoekopdracht zal echter het persbericht van het evenement vinden en het centrum verschijnt nergens. Het colloquium was eigenlijk georganiseerd door de Paris School of Business en het centrum nam alleen foto’s en nam het eigendom van de organisatie over.

Twee van de vier auteurs die op de site worden vermeld als leden van de CEPRC hebben geen geloofwaardige band met de vereniging. De artikelen die op de site van het centrum staan, zijn inderdaad door de auteurs geschreven, maar op andere websites.

De schrijfster van vele artikelen op de website van CEPRC gebruikt een foto die niet van haar is en die men terug vindt op honderden andere internetsites. De auteur is ook nergens te vinden op internet, waardoor er twijfel bestaat over haar bestaan. De gebruikte foto en de tientallen andere foto’s die CEPRC gebruikt zijn feitelijk afkomstig uit een beeldbank.

De website vraagt de bezoekers ook om donaties. Volgens de website heeft CEPRC in 2018 maar liefst 800.000 mensen in 38 landen geholpen dankzij de donaties. Maar CEPRC werd in 2019 pas opgericht.

Wie is Mohamed Ouamoussi?
CEPRC bestaat dus uit verzonnen personen, denkbeeldige evenementen en gestolen foto’s en artikelen. Er is echter een persoon die wel bestaat en die achter de diefstal zit, zijn naam is Mohamed Ouamoussi.

Deze Marokkaan heeft zich benoemd tot ”president van CERPC”. Mohamed Ouamoussi woont in Frankrijk en werkt als journalist voor de staatsmedia van de Verenigde Arabische Emiraten.

De naam van Ouamoussi wordt genoemd in een interview van El Mundo met Hicham Mandari die werd geliquideerd. De ‘lievelingszoon’ van dictator Hassan II en halfbroer van Mohamed 6, Hicham Mandari, die bekend stond als ‘de man die teveel wist’ dreigde geheimen over de Allawieten bekend te maken.

In dat interview werd Hicham Mandari gevraagd wat hij vond van Mohamed Ouamoussi en hij antwoordde als volgt:

‘Het is duidelijk een agent van de DST (Marokkaanse inlichtingendiensten). Al die verhalen die ze over hem vertelden, dat hij vervolgd werd, dat hij een slachtoffer is, het is onzin. Hij was een vermeende journalist bij El Ousboue. Met deze valse identiteit infiltreerde hij de CNML om dichter bij mij te komen. Hij rapporteerde zelfs dagelijks aan de DST en stond voortdurend in contact met Ben Brahim (voormalig directeur-generaal van DST). Later vroeg hij politiek asiel aan in Frankrijk.’