Ex-politieke gevangenen schrijven over ontvoering en marteling door racistische agenten

Gisteren was het twee jaar geleden dat er een grote demonstratie plaats vond in Imzouren. Die dag werden honderden Riffijnse burgers willekeurig van de straat geplukt en gemarteld door racistische Marokkaanse repressietroepen. Een groot deel van de slachtoffers waren kinderen. Na urenlange marteling en racistisch gescheld werd de meerderheid rond vier uur in de ochtend van de volgende dag vrijgelaten. Tientallen anderen werden echter berecht en tot jarenlange gevangenisstraffen veroordeeld.

Twee van deze Riffijnse politieke gevangenen zijn inmiddels vrijgekomen en gisteren stonden ze stil bij hun ontvoering en marteling. De twee zijn de verpleger Najib Bouzambou en de student Azzedine Hamamou. Hieronder een korte samenvatting van wat deze Riffijnse ex-politieke gevangenen schreven:

Najib Bouzambou zegt dat hij op zondag 13 augustus 2017 om 16:15 lokale tijd de Marokkaanse repressietroepen de ziekenpost in Imzouren-waar hij werkt- binnenvielen en hem hebben ontvoerd. Najib werd gebracht naar het politiebureau in dezelfde stad en daar stond een groep racistische agenten op hem te wachten. De Riffijn zegt dat het racisme van deze Marokkaanse agenten jegens de Riffijnen geen grenzen kent. Hij herinnert zich een Marokkaanse agent uit Meknes, hij werd ”lhaj Meknassi” genoemd door zijn collega’s, die hem op zijn gezicht en buik sloeg en de handboeien zo strak trok dat het in zijn handen sneed.

Terwijl de groep Marokkaanse agenten op Najib sloegen zeiden ze onder meer tegen elkaar: ”Chofo fih shih o ghlid hsan manna wakl charab o mazal tayahdar”, Arabisch voor: ”Kijk hem aan! Hij is steviger dan ons! Hij eet en drinkt en alsnog praat hij (over politiek)!”. Toen een van de agenten de telefoon van Najib doorzocht en een foto van hem vond die hij in 2014 had gemaakt in het stadion van Real Madrid draaiden de racisten helemaal door. Die agent riep woedend: ”chofo wald lqahba mcha lmadrid o tfarraj arriyal b miljoen o nass, ha ttamwil dyal beljika o oroppa fin kayamchi”, Arabisch voor: ” Kijk deze ho*renzoon hij is naar Madrid gegaan en een wedstrijd van real madrid bijgewoond voor 1.5 duizend euro, hier gaat de financiering uit België en Europa naar toe”.

Bouzambou zegt dat na de marteling hij naar de kelder werd gebracht. Hij vroeg de racistische agenten om zijn handboeien voor even af te doen om te bidden maar zij weigerden en verboden hem te bidden. Bouzambou en andere Riffijnse gevangenen bleven in die kelder voor meer dan 12 uur.

Azzedine Hamamou noemt in zijn tekst een deel van de scheldwoorden die de Marokkaanse agenten gebruikten: ”Wlad Spanyol”, ”bastaards van Spanjaarden” (een scheldwoord waarmee de Marokkaanse fascisten de Riffijnen aanduiden), ho*renzonen, homo’s, bij Allah wij gaan jullie ho*renmoeders verkrachten met een fles, bij Allah wij zullen jullie 1 voor 1 n*uken.

Ook Azzedine Hamamou zat in dezelfde kamer als Bouzambou, in totaal waren er 13 Riffijnse gevangenen in deze kamer van 9 vierkante meter. Azzedine zegt dat een Riffijnse gevangene, met de naam Tarik Rizki, telkens naar een kamer werd gebracht waar de Marokkaanse inlichtingendiensten waren. De Riffijn werd ondervraagd over wie allemaal de straat op gaat en welke studenten allemaal actief zijn op de universiteit waar hij zit. De Marokkanen vertelden Tarik: ”Jullie willen een coup plegen? De koning heeft een lange l*l! Bij Allah het zal ‘dind yemmakom’ niet lukken!

Hamamou vertelt ook over een jonge Riffijn die gevraagd werd een verhoor te ondertekenen. Toen hij vroeg om eerst te lezen wat erin stond begon een groep Marokkaanse agenten hem te slaan. Na de martelsessie pakten ze zijn hand en ondertekende hij gedwongen.

Dit was een korte samenvatting van de getuigenis van twee ex-politieke gevangenen wiens bestaan ontkent wordt door Marokko. Arif News beschikt ook over getuigenissen van twee Riffijnse kinderen die op 13 augustus 2017 werden opgepakt direct nadat ze uit een taxi stapten. Ook deze kinderen werden gediscrimineerd en gemarteld. Zij werden in een bus gestopt en een groep racistische Marokkaanse repressietroepen begon hen te slaan. De kinderen werden uitgemaakt voor ‘Wlad Spanyol’ en moesten ‘leve de koning’ zeggen en het volkslied zingen. De Marokkaanse agenten vertelden de minderjarige Riffijnen: ”Als het jullie hier niet bevalt op deze manier dan moeten jullie vertrekken naar Europa in plaats van te demonstreren”. De kinderen kregen een beetje rust toen een andere Riffijn werd opgepakt omdat hij een Amazigh vlag bij zich had, de hele groep racisten begon toen in te slaan op de nieuwe slachtoffer. Ook deze kinderen werden in erbarmelijke omstandigheden vastgehouden tot de ochtend.