Frankrijk eert Marokkaanse huurlingen die voor haar stierven

Gisteren vond een ceremonie plaats waarbij de Marokkaanse huurlingen werden geëerd die zich tijdens de Eerste Wereldoorlog voor Frankrijk hebben opgeofferd. De ceremonie vond plaats op de militaire begraafplaats Ben M’Sick, waar de overgrote meerderheid van de Franse soldaten die stierven tijdens het Franse protectoraat , tussen 1907 en 1956, maar ook haar Marokkaanse huurlingen, liggen begraven.

De ceremonie werd bijgewoond door de Marokkaanse autoriteiten, vertegenwoordigers van verschillende ambassades en de huurlingen van Frankrijk.

In het kader van deze gelegenheid overhandigde de Franse ambassadrice in Marokko, Hélène Le Gal, het “croix du combattant” namens de Franse minister van de Strijdkrachten, Florence Parly, aan de voormalige huurling Mhamed Rahali.

In haar toespraak zei de Franse ambassadrice: “Op deze dag herdenken we degenen die tussen 1914 en 1918 voor Frankrijk hebben gevochten en die op alle fronten op het slagveld zijn gesneuveld. ”

Hélène Le Gal voegde aan toe dat ”de namen die op onze gedenktekens zijn gegraveerd ons altijd herinneren aan de waarden van eer, toewijding en moed”.

De ambassadrice prees ook de offers van 40.000 Marokkaanse huurlingen die deelnamen aan deze oorlog, waarvan 11.000 nooit terugkeerden.

Franse media hadden eerder bericht dat er een speciale team is in Casablanca die zorg neemt voor 12.000 voormalige huurlingen en 20.000 weduwen.

De Marokkaanse goumiers waren inheemse huurlingen die tussen 1908 en 1956 in het Franse leger van Afrika dienden. In naam stonden de goumiers onder de controle van de Allawitische sultan, maar in de praktijk vochten ze voor Frankrijk, de beschermer van de Allawitische sultans.

De goumiers werden op grote schaal ingezet tegen het verzet. Frankrijk zette ze in in de Eerste Wereldoorlog, de oorlog tegen Arif Republiek, de Tweede Wereldoorlog en vervolgens van 1946 tot 1954 in Indochina.

De Vietnamese leider Hồ Chí Minh heeft in een brief aan Abdelkrim El Khattabi geklaagd over de Franse inzet van Noord-Afrikaanse huurlingen. De Vietnamese vrijheidsstrijder vroeg El Khattabi om er wat aan te doen omdat de huurlingen worden ingezet tegen het Vietnamese volk dat voor haar vrijheid streed.
Na een oproep van Abdelkrim El Khattabi deserteerden enkele Noord-Afrikanen en sloten zich aan bij hem in Egypte. Een deel hiervan werd gestuurd naar Palestina om het verzet te helpen.