‘Intellectuelen van het paleis’, Europese Marokkanen in dienst van Mohamed 6

Eergisteren verscheen een Franstalig artikel over het fenomeen van intellectuelen in Europa die Mohamed 6 en het regime promoten. Het artikel noemt drie Fransen met Marokkaanse roots, maar dit verschijnsel beperkt zich niet tot Frankrijk alleen. In Nederland heb je ook dit soort Nederlanders met Marokkaanse roots die de taak hebben gekregen om het imago van het Marokkaanse regime op te poetsen. Onlangs werd een groepje van deze figuren beloond in Nador door Abdeslem Bouteyeb voor hun geleverde diensten.

Het Franse artikel noemt drie namen op: Leila Slimani, Tahar Ben Jelloun en Rachid Benzine, de focus wordt vooral gelegd op Leila Slimani. Deze dame wordt door de Franse media gepromoot als de tegenstander van alle dictaturen. Maar zoals het artikel opmerkt: ”Voor deze Frans-Marokkaanse intellectuelen stopt het streven naar democratie abrupt bij de deuren van het Marokkaanse koninklijk paleis”.

De schrijver zegt dat het omkopen van Europese intellectuelen met Marokkaanse roots de heerschappij van Hassan II en Mohamed VI karakteriseert. Met de komst van Mohamed 6 is dit fenomeen niet alleen maar voortgezet, maar ook versterkt. Omar Brouksy schrijft dat Leila Slimani de nieuwe golf van ‘intellectuelen van de kroon (Mohamed 6)’ belichaamt. Volgens hem hebben deze jonge Frans-Marokkaanse auteurs makkelijk toegang tot de Franse media, waar zij klagen over het conservatisme van de Marokkaanse samenleving aan de ene kant, en de politieke islam anderzijds. Maar als het om het regime gaat zijn zij ineens stil.

Leila Slimani wordt als voorbeeld aangehaald, omdat zij weigerde commentaar te geven over de Riffijnse volksbeweging. Slimani zei dat zij twee maanden thuis bleef omdat ze bevallen was, waardoor zij geen informatie heeft over de Riffijnse volksbeweging om erover te schrijven. Hierna schreef ze over verschillende thema’s in Marokko, behalve de Riffijnse volksbeweging. In haar artikels gaf zij iedereen de schuld, behalve Mohamed 6.

De manier van Leila Slimani verschilt niet veel van een Marokkaans-Nederlandse auteur die na maandenlange protesten in Arif genoodzaakt was er wat over te schrijven. In het artikel van deze auteur was er verwijt naar Amazigh organisaties en de Riffijnen, maar niks over de verantwoordelijkheid van Mohamed 6. Dezelfde auteur was vorige week, samen met een groepje Nederlanders met Marokkaanse roots, aan het genieten in Nador bij een filmfestival van het Marokkaanse regime, georganiseerd door Abdeslem Bouteyeb die meerdere malen uithaalde naar Nederland.