Marokkaanse fascisten boos op Belgische documentaire over Arif

Gisteren publiceerde de VRT een korte documentaire over de leefomstandigheden in Al Hoceima, een provincie die een militaire zone is aangemerkt sinds de Marokkaanse massamoord op de Riffijnen in 1958/1959.

Na het neerslaan van de Riffijnse volksbeweging eind mei 2017 is het gebied verboden terrein voor buitenlandse journalisten. Marokko wil niet dat de repressie in dit gebied naar buiten komt en heeft meerdere journalisten vervolgd of het land uitgezet.

Toch slaagden er twee Belgische journalisten in -met behulp van activisten uit Nederland- de stem van onderdrukte Riffijnen naar buiten te brengen. De Vlaamse documentairemaaksters deden dat door zich voor te doen als toeristen.

De documentaire die gisteravond werd uitgezonden, kreeg veel waardering van de Belgische kijker. Belgische media hadden in de afgelopen jaren helaas te weinig oog voor de mensenrechtenschendingen in Arif. Sommige mensenrechtenactivisten wijten dit aan de sterke aanwezige propaganda van Marokko in dat land. Dit verklaart ook woeste reacties van een paar Marokkaanse fascisten op de getoonde documentaire.

Figuren als Jamal Qnioun en zijn broer Ali Kaniwien, beiden bekende Marokkaanse fascisten die al jaren Riffijnen aanvallen en uitschelden, hebben kritiek geleverd op de documentaire. Deze handlangers van de Marokkaanse ambassade en consulaten in België, betittelen de documentaire als fake nieuws en geven aan dat Riffijnen zionisten zijn. Jamal Qnioun is ook bevriend met Moshe Friedman, een vriend van de Marokkaanse Kaoutar Fal die in België is opgepakt op verdenking van spionage voor Marokko. Jamal Qnioun heeft ook banden met de fascist Youssef Zerouali die in Marokko vast zat voor smaad en laster nadat hij aangeklaagd werd voor fraude.

Een andere fascist is Omar Fathi, in België actief bij de linkse partij Groen. Zowel Fathi als Jamal Qnioun en Ali Kaniwien delen samen fascinatie voor het fascisme van Rabat. Zij onderhouden banden met de vertegenwoordigers van de Marokkaanse vertegenwoordiging in België. Fathi probeerde de Amazigh activisten  te linken aan de radicale islam om de autochtone Belgen -die niks afweten van het onderwerp- te misleiden en daarmee de kwalijke rol van Rabat en het Midden-Oosten in extremisme af te leiden. Omar wilde de lezer vooral overtuigen dat er geen racistisch beleid is tegen de Imazighen, ondanks dat de VN dat wel erkent en het Marokkaanse regime vraagt daar een einde aan te maken.