Marokko boos om rapport over marteling Riffijnen

Marokko heeft woedend gereageerd op het rapport van Human Rights Watch waarin gepraat wordt over de marteling van de Riffijnse activisten. Het regime in Rabat heeft officieel gereageerd bij monde van het ministerie voor Mensenrechten. De laatste verklaarde dat het rapport van de internationale mensenrechtenorganisatie ”fouten en valse gegevens bevat over het dossier van de gedetineerden”.

Het ministerie van Mustafa Ramid voegde eraan dat ”het rapport van HRW het verloop beoordeelt van een proces die nog aan het begin staats van de beroepsprocedure”. Het ministerie vindt dat de mensenrechtenorganisatie moet wachten tot het einde van het gerechtelijke proces om een oordeel te vellen.

Het ministerie voor de Mensenrechten vindt ook dat oproep van de directeur van HRW in de MENA aan het hof van beroep, om elke verdachte bekentenis af te wijzen en garanderen dat niemand wordt berecht behalve voor echte misdaden, niks anders dan flagrante inmenging met de rechterlijke macht.

In de verklaring benadrukt het ministerie dat de gerechtelijke macht onafhankelijk is. Het ministerie waarvan Mustafa Ramid de baas is probeerde ook de geloofwaardigheid van de internationale organisatie in twijfel te trekken door te melden dat de organisatie enkel 17 zittingen van het totale 86 hebben bijgewoond.
Over de fouten die het rapport zou bevatten volgens het regime lezen wij er niks van terug, behalve dat het aantal gedetineerden van de volksbeweging die in aanmerking kwamen voor een koninklijk gratie 184 waren in plaats van 116.

De verklaring van het ministerie voor Mensenrechten heeft echter opzettelijk verzwegen dat een groot deel van deze gedetineerden die in aanmerking kwamen voor gratie nog een slechts een paar dagen te gaan hadden om hun straf uit te zetten.

De verklaring van het regime sloot af met: ” De Marokkaanse autoriteiten betreuren de publicatie van een dergelijk document, dat het aandurft om een onderwerp te behandelen dat onder de jurisdictie van het Koninkrijk valt, vooral omdat de zaak nog loopt voor de rechterlijke macht”.

Het regime koos te zwijgen over de marteling van de Riffijnen, vooral omdat Rabat het niet kan ontkennen aangezien er honderden foto’s en video’s zijn die het geweld van de Marokkaanse repressietroepen tegen Riffijnse burgers bevestigen.