Marokko gebruikt antwoorden Stef Blok voor eigen propaganda

Verschillende Marokkaanse media (1,2) maakten gisteren gretig gebruik van de antwoorden  van minister Stef Blok op Kamervragen van het CDA Kamerlid Van Helvert over de verwijdering van de Marokkaanse vlag bij de Marokkaanse consulaten in Utrecht en Den Bosch door twee Riffijnse activisten.

De Nederlandse minister kreeg in de afgelopen vier jaar tientallen Kamervragen over de Marokkaanse repressie tegen de Riffijnen, evenals de intimidatie van Riffijnse Nederlanders door het regime en haar lange arm. Stef Blok heeft al deze tijd geweigerd de Marokkaanse handelingen te veroordelen, op een keer na. Die eenzame keer was dan ook het resultaat van een Kamermeerderheid voor de veroordeling van het Marokkaanse geweld tegen de Riffijnen.

Dit keer was de minister echter bereid om de intimidaties en bedreigingen te veroordelen, niet van het Marokkaanse regime en haar lange arm in Nederland, maar van de Riffijnse activisten.

Stef Blok zei: ‘We veroordelen de incidenten bij zowel het consulaat in Utrecht als een recent soortgelijk incident bij het consulaat in Den Bosch. Dit soort acties zijn niet acceptabel. We onderstrepen het belang dat personeel en bezoekers van ambassades en consulaten in Nederland hun werk in veiligheid moeten kunnen doen, zonder dat zij te maken krijgen met dergelijke intimidaties.’
De minister repte met geen woord over het geweld dat het Marokkaanse personeel toepaste op Riffijnse Nederlanders die gebruik maakten van hun recht op demonstratie. Ondanks dat deze aanval en geweld de directe aanleiding waren voor het vervangen van de ‘Marokkaanse’ vlag met een spandoek met daarop de tekst ‘leve het volk’.

Stef Blok had het ook over de verantwoordelijkheid die Nederland heeft als gastland van ambassades en consulaten en voegde eraan toe: ‘Daarom staan de verantwoordelijke autoriteiten in goed contact met ambassades en consulaten en nemen zij bedreigingen en andere strafbare feiten aan het adres van ambassades en consulaten zeer serieus.’

Het antwoord van Blok is geheel in contrast met zijn antwoord op vragen van bezorgde Nederlandse staatsburgers wat hij kan doen mocht Marokko ze arresteren vanwege hun activisme in Nederland. Zijn antwoord was zeer duidelijk: ‘Als jullie gearresteerd worden in Marokko dan zijn jullie Marokkanen’.

De antwoorden van Stef Blok werden gebruikt door de Marokkaanse media om de Marokkaanse publieke opinie wijs te maken dat de chantagepolitiek van Rabat vruchten afwerpt. Naast de antwoorden van Stef Blok en de nodige propaganda werden de activisten ook afgeschilderd als extremisten en separatisten.

Uit de beantwoording van de Kamervragen door minister Blok blijkt hoe eenzijdig hij is. In Nederland is nog geen enkele Marokkaanse ambtenaar mishandeld geweest door Riffijnse activisten, aan de andere kan zijn er minstens twee activisten mishandeld door het personeel van het Marokkaanse consulaat in Utrecht. De minister verzuimt echter in te gaan op intimidatie en geweldsgebruik door de Marokkaanse vertegenwoordiging en hun aanhang.

De aangevallen activisten deden hiervoor al aangifte bij de politie. Een van de personen die deze activisten fysiek aanviel is Mohamed Diba. Een bekende Utrechter, die de lange arm van Rabat jaren en dag vurig verdedigt. Vanaf het begin van de vreedzame volksbeweging in Arif, organiseerde hij verschillende bijeenkomsten om de volksbeweging als “fitna” te verkopen. Zijn lobby reikt door het hele land. Ook richting het CDA in de personen van Aissa Meziani, die een oorkonde kreeg van de Marokkaanse ambassade voor de bewezen diensten, en de indiener van de Kamervragen die zijn zetel bij de laatste verkiezingen kwijt is geraakt.

 Personeel Marokkaanse consulaat in Utrecht en lange arm van Rabat vallen Riffijnse activisten aan

Marokkaanse fascisten roepen anderen op om Riffijnse betogers aan te vallen