Mohamed 6 zoekt toenadering tot Algerije en spreekt over ‘Arabische Maghreb’

De Allawitische monarch Mohamed 6 hield gisteren een toespraak ter viering van het bestijgen van de troon 22 jaar geleden. In de toespraak zocht Mohamed 6 toenadering tot Algerije dat door zijn media afgebeeld wordt als de aartsvijand van zijn koninkrijk.

Ik verzeker onze broeders in Algerije dat ze geen kwaad of problemen uit Marokko zal treffen, noch enig gevaar of bedreiging uit Marokko. Want wat jou raakt, raakt ons, en wat jou raakt, schaadt ons. Daarom zijn wij van mening dat de veiligheid en stabiliteit van Algerije, en de rust van de bevolking, tot de veiligheid en stabiliteit van Marokko behoren.
En vice versa. Wat Marokko treft, zal ook Algerije treffen. Omdat ze als één lichaam zijn‘, aldus Mohamed 6 in zijn toespraak.

De Allawiet riep de Algerijnse president ook op tot de heropening van de grens: ‘Mijn overtuiging is dat open grenzen de normale situatie is tussen twee buurlanden en twee broederlijke volkeren.

Omdat het sluiten van de grenzen onverenigbaar is met een natuurlijk recht en een authentiek rechtsbeginsel dat is vastgelegd in internationale verdragen, waaronder het Verdrag van Marrakesh tot oprichting van de Unie van de Arabische Maghreb…
…Vooral omdat noch Zijne Excellentie de huidige Algerijnse president, noch zelfs de voormalige president, noch ik, verantwoordelijk zijn voor het besluit om de grens te sluiten. Maar we zijn politiek en moreel verantwoordelijk voor de voortzetting ervan; Voor God, voor de geschiedenis en voor onze medeburgers.
En er is geen redelijke logica die de huidige situatie kan verklaren, vooral omdat de redenen achter het sluiten van de grenzen overschreven zijn en tegenwoordig geen acceptabele rechtvaardiging meer hebben.

Mohamed 6 betreurde de spanningen veroorzaakt door de media, onder zijn controle, en de oorlogen die uitgevochten worden door trollenlegers van de Marokkaanse en Algerijnse inlichtingendiensten op sociale media: ‘Anderzijds betreuren we de media- en diplomatieke spanningen in de betrekkingen tussen Marokko en Algerije, die het imago van de twee landen schaden en een negatieve indruk achterlaten, vooral op internationale fora.
Daarom roepen we op om de logica van wijsheid en hogere belangen te laten prevaleren, om deze ongelukkige situatie te overwinnen, die de energie van onze twee landen verspilt en de banden van liefde en broederschap tussen onze volkeren tegenspreekt.
Marokko en Algerije zijn meer dan twee buurlanden, ze zijn complementaire tweelingen.
Daarom roep ik Zijne Excellentie de Algerijnse president op om samen te werken, zodra hij dat nodig acht, om de broederlijke betrekkingen te ontwikkelen die onze twee volkeren hebben opgebouwd door jaren van gemeenschappelijke strijd.’

In 2011 werd een nieuwe grondwet aangenomen in Marokko waarin de term ‘Arabische Maghreb’ vervangen werd door ‘Grote Maghreb’. Het moest een teken zijn van de erkenning van de autochtone Imazighen en hun recht op bestaan, onder Arabische overheersing. Maar het bleef echter inkt op papier, zelfs het staatspersbureau ‘Maghreb Arabe Presse’ weigerde de naam aan te passen. Dat Mohamed 6 nu de term Arabische Maghreb gebruikt in plaats van Grote Maghreb wordt gezien als bewijs dat het racistisch beleid jegens de Imazighen nooit is veranderd.