Nasser Zefzafi doet afstand van de Marokkaanse nationaliteit!

Een groep Riffijnse politieke gevangenen, waaronder de leider van de Riffijnse volksbeweging Nasser Zefzafi, heeft in een boodschap aan zijn vader afstand genomen van de Marokkaanse nationaliteit. De Riffijn laat ook weten dat hij de Marokkaanse staat vanaf heden verantwoordelijk houdt voor elke fysieke of mentale schade die hij en de andere activisten oplopen. Tevens vraagt Nasser de internationale gemeenschap en instanties om hun zaak en situatie te monitoren.

Hieronder de vertaling van de volledige mededeling van Nasser Zefzafi, de vertaling is een samenwerking tussen de redactie van ArifNews en de Riffijnse activist Nouredinne Adherbal:

Wij, ondergetekenden, politieke gevangenen van de Riffijnse Volksbeweging in de Marokkaanse gevangenissen waartegen vergeldingsvonnissen zijn geveld omwille van onze overtuigingen, politieke standpunten en de principes van de Riffijnse Volksbeweging die kritisch zijn voor het huidig politiek klimaat in Marokko.
Na onze kalmte en rust bewaard te hebben sinds onze arrestatie kunnen we enkel constateren dat een roekeloos politiek besluit is genomen en deze als officieel antwoord geldt op de Riffijnse protesten, de Volksbeweging en haar politieke gevangenen.
Deze keuze is een voortzetting van een beleid gebaseerd op fysieke en psychologische repressie, belegering en intimidatie evenals politieke arrestaties en moord. Na ons proces in eerste aanleg zijn we enkel meer overtuigd dat de staat de rechterlijke macht gebruikt als aanvulling op de veiligheidsdiensten en zodoende haar plannen en strategieën uitvoert.
Dit had als gevolg dat we het proces in hoger beroep volledig boycotten zodat we geen deel gingen uitmaken van een schijnproces dat diende om de repressie van de staat, tegen de Rif, de Volksbeweging, en haar politieke gevangenen te rechtvaardigen mits de hulp van de rechterlijke macht. Ook dit past binnen het beleid van de Marokkaanse staat waarbij de vlucht vooruit wordt gekozen en geregeerd wordt met de ijzeren vuist en overheersing als strategische optie in plaats van het realiseren van rede en gezond verstand en het erkennen van het falen van overheidsbeleid, om fouten te herstellen door eerst te luisteren naar de stem van ons volk en hun legitieme eisen, uitgedrukt in de verschillende eisenpakketten verspreid over de ganse Rif.
Men koos voor repressie i.p.v. de lancering van een daadwerkelijke overgangsfase gebaseerd op het koppelen van verantwoordelijkheid aan verantwoordingsplicht, het vervolgen van corrupte ambtenaren en een publieke verontschuldiging aan Arif en de Riffijnen. In plaats daarvan koos de Marokkaanse staat voor macht en onderdrukking door onze volksbeweging te demoniseren en de publieke media te gebruiken om de publieke opinie te misleiden. Deze media verspreidde onwaarheden en leugens over de volksbeweging, zijn doelen en zijn boodschap. Daarna werden moskeeën gebruikt en de religiekaart ingezet in de politieke strijd met als doel om de massa’s te mobiliseren tegen onze beweging. Dat allemaal in plaats van de dialoog aan te gaan, waartoe wij vanaf het begin van de volksbeweging hebben opgeroepen.

Als dit niet genoeg was werden gebeurtenissen gefabriceerd en geïnitieerd om de volksbeweging in de problemen te brengen in een poging het geweld-etiket erop te plakken, zoals de gebeurtenissen op 26 maart 2017 in Imzouren en 5 mei 2017 in Boukidaan. De situatie escaleerde zelfs zodanig dat men wilde overgaan tot directe liquidaties zoals in Nador het geval was. Vervolgens beschuldigden en belasterden ze de activisten om hun imago te beschadigen en hun geloofwaardigheid en legitimiteit die in de publieke opinie genoten te verliezen.

De Marokkaanse staat die een spel speelt duurde onverminderd voort, onverzettelijk en koppig tot op het punt waarbij de ordetroepen gemobiliseerd werden tegen het volk. Later kwamen ze ook met een verklaring van de meerderheidspartijen waarbij ze de Riffijnen beschuldigden van separatisme wat een flagrante schending is van de rol die een overheid als instelling heeft. Dit werd gevolgd door de beschuldiging van dat de Riffijnen in het bezit zouden zijn van rebellerende genen. Een beschuldiging geuit door het Openbaar Ministerie na onze arrestaties door de Marokkaanse staat. Het bewijs van de afwezigheid van een Staat met werkende instellingen, het beeld waarmee Marokko op het wereldtoneel verschijnt.

Dit komt bovenop de geweldpleging en onderdrukking van ongewapende Riffijnen, de detentie van minderjarigen en vrouwen en de vervolging van duizenden mensen vanwege hun uitgesproken opvattingen. Deze reactie wordt dan ook beschouwd als een regelrechte schending en in strijd met de bepalingen van internationale verdragen en verdragen die zijn ondertekend door de Marokkaanse staat. Ook het meest heilige recht, namelijk het recht op leven dat gewaarborgd wordt door de universele verklaring van de rechten van de mens wordt geschonden waarbij de moord op de martelaren Mohsin Fikri en Imad Al Attabi en Abdelhafid El Haddad alsook de martelaren van 20 februari 2011 Al Hoceima, als voorbeeld gelden en waarvan ze de hele kwestie in de doofpot willen steken.

De methode van gedwongen onderdanigheid die de Marokkaanse autoriteiten hanteren tegen ons, te beginnen bij het vervalsen van de verhoringen en de fysieke en mentale marteling als instrument om ons te straffen. Het laatste werd erkend door een eerdere rapport van de Nationale Raad voor de Mensenrechten. Maar dat rapport werd in de doofpot gestopt door de autoriteiten om haar politieke misdrijf te maskeren aangezien dat rapport een bewijs is van de marteling die wij ondergingen.

Tegenover het aansturen en controleren van de rechterlijke macht om ons te veroordelen en het wegdoen van de bewijzen die onze volledige onschuld bewijzen. Daartegenover werd het principe van neutraliteit en de onschuld van de verdachte ondermijnd door volledig het verhaal van de politie over te nemen.

Tegenover de voortdurende intimidatie tegen ons binnen de Marokkaanse gevangenissen door ons te verspreiden en te provoceren in alle vormen die de waardigheid van de mens schaden.

Tegenover het lastigvallen van onze families door hen mentaal te intimideren, hen in de gaten te houden en door hen een grondwettelijk recht te ontnemen om zich te organiseren in een civiele kader om ons dossier te volgen.

Tegenover het voortdurende belegering van Arif door het veiligheidsapparaat als gevolg van het militaire decreet. En omdat de Marokkaanse staat vastbesloten is om haar traditionele en autoritaire structuur te handhaven en het negeren van de geluiden die vragen om daar een einde aan te maken en de overgang te zetten naar een moderne en civiele staat.

Tegenover de afwezigheid van een echt sociaal contract die de heiligheid van de wet erkent en in het praktijk brengen van de rechten en plichten van het volk en de heerser, in wiens naam de onrechtvaardige vonnissen tegen ons werden uitgesproken. En tegenover het beëindigen van al onze rechten als volwaardige burgers, evenals het ontnemen van onze vrijheid. Omdat onze rechten met geweld en op een systematische manier zijn ontnomen en omdat wij als (krijgs)gevangenen worden behandeld en niet als burgers, verklaren wij de nationale en internationale publieke opinie het volgende:

1: Wij , in onze volledige mentale en fysieke krachten, zijn vastberaden en hebben besloten afstand te doen van de Marokkaanse nationaliteit, evenals het laten vallen van de ‘belofte van trouw’ (Albay’a), met ingang van de publicatie van deze mededeling.

2: Vanaf heden stellen wij de Marokkaanse staat direct verantwoordelijk voor elk mentale of fysieke schade die ons treft.

3: Vanaf heden houden wij de internationale gemeenschap en haar instanties verantwoordelijk voor het monitoren van ons dossier.

Wij wijzen erop dat de inhoud van deze mededeling voortkomt uit een sterke overtuiging en is een onvermijdelijk gevolg van onze zaak en onze situatie dat een continuïteit is van het historisch beleid van de Marokkaanse staat tegen Arif, wat gebaseerd is op uitsluiting, onderdrukking, minachting en alle vormen van politieke, culturele, sociale, economische en psychologische onderdrukking. De woorden van Mohamed Sellam Amezian ”wij en zij staan lijnrecht tegenover elkaar!” omschrijven deze relatie nauwkeurig. Want wij wilden het leven en zij wilden voor ons het kwade, wij wilden een vaderland voor iedereen en zij wilden een boerderij enkel voor zich, waarin zij het volk minachten en haar rijkdommen misbruiken. Wij huilen voor het vaderland en offeren daarvoor onze mooiste jaren op en zijn bereid ons hele leven daarvoor te geven, maar wij zijn niet bereid om een document te dragen van een staat die een volk, een vaderland en een droom van waardigheid en vrijheid wil begraven.

Ondergetekenden:

Naam: ​Nasser Zafzafi
Nabil Ahamjik
Zakaria Adahchour
Samir Ighid
Mohamed Haki
Wassim El Boustati

Ras El Maa-gevangenis,
Fes

Datum: 23 augustus 2019

 

 

Hoe de Riffijnen tegen Nasser Zefzafi aankijken

 

 Militarisering van de provincie Al Hoceima die sinds de massamoorden van het Marokkaanse leger in 1959 een militair gebied is