Ooggetuige beschrijft de schrijnende situatie in het ziekenhuis van Imzouren

”Ik stapte naar de receptie en vroeg naar een arts, de receptionist verwees met zijn hand naar de ic-afdeling.

Precies op dat moment hoorde ik het gehuil van een jongeman ‘aḍsaynoe yemma ḥannu moxas ɣa ggaɣ i tudert vra zḍagem’ (oh mijn dierbare moeder hoe moet ik verder leven zonder jou). Volgens mij was hij aan het praten tegen zijn tante over zijn moeder die hij net verloor. Naast de jongeman stond een vrouw die verwoest is door armoede en onmacht. Haar hart huilt om een familielid die ze verloor maar haar tranen vallen in stilte uit haar ogen.

Links van mij zat een meisje met haar hoofd naar beneden. In haar ogen zie ik geen tranen maar bloed.
Terwijl ik zat te wachten kwam een ambulance aan met een overleden vrouw. Achter de ambulance nog twee personenauto’s met patiënten die dringend zuurstof nodig hadden.

Ik kreeg toestemming van de beveiliger om naar binnen te gaan richting het bureau van de hoofdarts. Onderweg keek ik in de kamers links en rechts van mij. In elke ruimte waren er vier of vijf patiënten, de meesten van hen zijn in levensgevaar.

Aan het einde van de gang realiseerde ik me dat het bureau veranderd was en keerde ik terug. Onderweg kwam ik de verpleger Nabil tegen wiens lichaam kapot is door moeheid. Om de seconde veegde hij het zweet van zijn voorhoofd. Hij zei wat maar ik verstond hem niet omdat hij te moe was om zich verstaanbaar te maken.

Op dat moment haastte hij zich naar een patiënt wiens toestand kritiek werd. Ik werd opgemerkt door de arts voor wie ik kwam. Met een gebaar liet hij me weten dat ik moest wachten. Ook hij haastte zich naar de patiënt in gevaar.

In de tussentijd keek ik naar de patiënten om mij heen. Een oude man trok mijn aandacht omdat hij grote moeite had met ademhaling ondanks de zuurstof die hij toegediend kreeg. De ogen van de man begonnen met grote snelheid te bewegen. Zijn zoon, een vijftiger, veegt het zweet van de voorhoofd van zijn vader. Hij vraagt zijn zus of hun vader iets richting hem ziet komen waardoor zijn ogen zo snel bewegen. ‘Misschien is het de engel de doods’, voegt hij toe. Zijn zus herhaalt zinnen waarvan een deel onverstaanbaar is en de rest zo klonk ‘a vava ḥannu mich yoghan… a vava ḥannu ma tasriḍayd?… aaa ḍsaynoe vava ḥannu’ (mijn lieve vader wat is je overkomen?… mijn lieve vader hoor je mij?… ooh mijn lieve vader). Ze verliet daarna de ruimte om buiten te huilen.

Ik ging naar het bureau. Daar zat een arts die recent is afgestudeerd. Hij is verantwoordelijk voor de medicijnen. Voor hem een rij van patiënten die beter zijn geworden en familieleden van andere patiënten. In de rij een veertiger die met zijn moeder kwam. Ze keek naar mij en af en toe moest ze een diepe zucht nemen omdat ze moeite heeft met ademhalen.

De arts voor wie ik kwam riep mij en ik heb hem heel kort gesproken en ging weer weg. Onderweg naar buiten arriveerde een nieuwe auto. De chauffeur stapte uit en zei dat zijn vrouw besmet was dat ze moeite heeft met ademhalen.
Buiten zag ik het veldhospitaal dat in elkaar wordt gezet. Op de stoep zat vrouw met haar hoofd op haar knieën. Zij bleek familielid te zijn van de vrouw die overleed.”

De schrijver van de tekst was slechts enkele minuten in het ziekenhuis van Imzouren.

Lees ook: Parlementariër wil onderzoek naar betrokkenheid El Bachrioui bij verspreiding corona in Al Hoceima