PvdA en D66 bekritiseren gebrek aan aandacht voor mensenrechten in Marokko

De toenmalige demissionair minister van Buitenlandse Zaken, Ben Knapen, heeft in december in een lange brief de Kamerleden geïnformeerd over de relatie tussen Nederland en Marokko.

Ben Knapen repte geen enkel woord over de erbarmelijke situatie van de mensenrechten en persvrijheid in Marokko. Hij verkoos de economische belangen en de bestrijding van illegale migratie boven de mensenrechten. Zijn brief, opgetekend tijdens het demissionaire kabinet, viel bij vele partijen ook in het verkeerde keelgat, mede ook op kritische vragen van Riffijnse Nederlanders over het geheime ondertekende akkoord/actieplan tussen beide regeringen.

Inmiddels hebben de fracties van PvdA, VVD, D66, CDA, GroenLinks, ChristenUnie, PVV en Groep Van Haga vragen en opmerkingen gestuurd naar de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken Wopke Hoekstra. Deze partijen stellen niet alleen vragen over de mensenrechtensituatie, maar willen ook weten hoe het zit met het niet-openbare actieplan door Nederland. Zij eisen transparantie.

In haar inbreng uit D66-fractie zorgen over de mensenrechtensituatie in Marokko en omschreef de toestand als zorgwekkend. D66 vroeg onder meer aandacht voor de Westelijke Sahara, de Oeigoerse activist Idris Hassan en ging uitgebreid in op de zaak van de journalist Omar Radi. Opvallend is dat D66 geen woord heeft besteed aan de Riffijnse politieke gevangenen en de mensenrechtenschendingen in Arif.

Ook de ChristenUnie-fractie had vragen over de mensenrechtensituatie in Marokko. ”Zij vragen dit met name in het licht van de zaak rond journalist Omar Radi, die veroordeeld is wegens spionage voor Nederland. Deze leden vragen zich af wat het over de relatie zegt dat Marokko Nederland van spionage beschuldigt. Wat zegt het volgens de minister overigens over de rechtsgang in Marokko als aanklachten en veroordelingen kennelijk niet openbaar zijn? Is er dan feitelijk sprake van een eerlijke en onafhankelijke rechtsgang? Hoe beoordeelt de minister de persvrijheid in Marokko? De leden van de ChristenUnie-fractie juichen een goede relatie met Marokko, gebaseerd op wederzijds respect toe, maar maken zich gezien deze feiten zorgen over de mogelijkheden daartoe. Is de minister van mening dat deze kwestie rond de vermeende spionage na het protest bij de Marokkaanse ambassadeur uit de wereld is? Zo nee, hoe denkt hij dit verder aan de orde te stellen?”, schreef de fractie naar de minister toe.

De fractie die zich het meest heeft ingezet voor de verbetering van de mensenrechtensituatie is de PvdA. Hieronder de vragen en opmerkingen van de leden van de PvdA-fractie zoals die gestuurd zijn naar de minister:

”De leden van de PvdA-fractie hebben kennisgenomen van brief over de brede relatie met Marokko. Deze leden hebben hierover de volgende vragen en opmerkingen.

De leden van de PvdA-fractie hebben op 14 december jongstleden middels een Kamerbrief kennisgenomen van het bilateraal actieplan met Marokko. Aangezien dit plan al op 8 juli is overeengekomen en reeds deze zomer al werd vermeld in de Marokkaanse media, vinden zij het verbazingwekkend dat er zo lang is gewacht met het informeren van de Kamer over dit actieplan.
De leden van de PvdA-fractie erkennen het belang van goede samenwerking met Marokko, maar constateren dat er onder dit actieplan de nodige concessies zijn gedaan.

Allereerst op het gebied van mensenrechten. Waar het verzoek van de Kamer aan het kabinet specifiek luidde om in te gaan op dit vlak, wordt hier in het actieplan nauwelijks aandacht aan besteed. De leden van de PvdA-fractie vinden het bijzonder teleurstellend dat de inzet op mensenrechten beperkt en op zijn minst volstrekt onduidelijk blijft. Terwijl juist van een land als Nederland, dat de bescherming van de internationale rechtsorde in de grondwet heeft verankerd en mensenrechten als een van de pijlers van haar buitenlands beleid beschouwt, meer mag worden verwacht.

Met name hadden de leden van de PvdA-fractie verwacht dat het kabinet zich zou gaan inzetten voor het lot van de politieke gevangen van de Hirak-beweging in de Rif, die in politieke schijnprocessen tot vele jaren gevangenisstraf zijn veroordeeld. Vijf jaar na de moord op Mohcine Fikri, een visverkoper die verpletterd werd in een afvalcontainer, is de situatie in de Rif niet verbeterd en zitten kopstukken van de beweging – waaronder Nasser Zefzafi – nog altijd vast. Dinsdag 11 januari jongstleden besloot Koning Mohammed VI geen gratie te verlenen aan gedetineerden van de Hirak-beweging.

De leden van de PvdA-fractie vinden het onbegrijpelijk dat het kabinet ervoor kiest om in deze context de samenwerking aan te gaan met de Marokkaanse Nationale Raad voor de Mensenrechten (CNDH), terwijl juist de voorzitter van deze organisatie, opgezet in samenwerking met de Marokkaanse autoriteiten zelf, heeft verklaard dat er geen politieke gevangenen zouden zijn in Marokko. Waarom is er bijvoorbeeld niet gekozen voor samenwerking met de Moroccon Association of Human Rights (AMDH)? Is de minister alsnog bereid de samenwerking met deze organisatie te zoeken? Is hij daarnaast bereid om bilateraal en/of in overleg met partnerlanden de druk te verhogen om de politieke gevangenen vrij te krijgen? Is hij bijvoorbeeld van plan tijdens zijn kennismaking met zijn Marokkaanse collega het lot van de gevangenen aan te kaarten? En kan hij aangeven wanneer en op welk niveau Nederland voor de laatste keer haar onvrede hierover heeft uitgesproken?

Wat is daarnaast de reden dat Nederland is overeengekomen dat de voorgenomen financiering van maatschappelijke partners vooraf aan de Marokkaanse autoriteiten wordt gecommuniceerd? Wat bedoelt u bij het kiezen van de projecten met ‘respect voor elkaar juridisch raamwerk’? Kan de minister uitsluiten dat dit niet zal leiden tot andere keuzes wat betreft maatschappelijke organisaties die Nederland financieel ondersteunt?

De leden van de PvdA-fractie hebben er daarnaast met verbazing kennis van genomen dat Nederland bereid is tot een verkenning van een uitleveringsverdrag met Marokko. De gang van zaken omtrent de politieke gevangenen van de Hirak-beweging (die ook aan marteling in de gevangenissen onderhevig zijn) evenals de detentie van journalisten, laat zien dat de Marokkaanse rechtsgang allesbehalve onafhankelijk en eerlijk verloopt. Aangezien Marokko eerder al blijk heeft gegeven achter mensenrechtenactivisten en politieke tegenstanders in het buitenland aan te gaan, is er naar aanleiding van dit bericht bij een groep mensenrechtenactivisten en politieke tegenstanders in Nederland angst ontstaan. Uit de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) blijkt ook dat er geen sprake zou moeten zijn van een uitlevering bij dreigende mensenrechtenschendingen onder artikel 3 EVRM. 7. Is de minister het met de leden van de PvdA-fractie eens dat de rechtsgang in Marokko niet onafhankelijk en eerlijk verloopt? Zo nee, kan hij zijn antwoord toelichten? Zo ja, is hij het ermee eens dat het uitleveren van gevangenen dan ook volstrekt ongepast is? Is hij zodoende bereid de verkenning van een uitleveringsverdrag met onmiddellijke ingang een halt toe te roepen?”.

DENK, die de mensenrechtenschendingen door Marokko vaak verdedigt en ook zendtijd krijgt in de Marokkaanse staatstelevisie, gaf niet thuis tijdens dit schriftelijke overleg.

Over een paar weken krijgen de fracties antwoord op hun ingediende vragen.

Overweeg een donatie te plaatsen om onze website te helpen onderhouden en verder te ontwikkelen.