Spanje deporteert 2 Riffijnse asielzoekers

Foto uit het archief

De Spaanse autoriteiten hebben twee asielzoekers uit Arif gedeporteerd, dat meldt Swissinfo. Nadat hun verzoek werd afgewezen hebben de autoriteiten de twee met een vlucht naar de luchthaven van Laayoune gedeporteerd samen met achttien andere illegale migranten.

De twee Riffijnen, 21 en 24 jaar oud, kwamen op 18 januari in Spanje aan in een rubberen boot, nadat ze waren gered voor de kust van Granada, samen met andere leden van de Riffijnse volksbeweging.

Een van de gedeporteerde jongeren, die meer dan een maand in het Centrum voor de Internering van Vreemdelingen (CIE) in Murcia heeft vastgezeten, vertelde vandaag aan EFE hoe hun uitzetting verliep.

“Dinsdag kwamen ze om middernacht naar de CIE, en namen een Covid-test af. De volgende dag gaven ze ons de uitwijzingsbevelen, boeiden ons en brachten ons onmiddellijk naar de luchthaven Barajas in Madrid”, zei hij. Ze hadden zelfs geen tijd om contact op te nemen met hun advocaten om in beroep te gaan tegen die uitzetting.

De twee jonge mannen werden eerst per vliegtuig overgebracht naar Las Palmas de Gran Canaria, geboeid en vergezeld door agenten van de Nationale Politie, en vervolgens overgebracht naar een ander vliegtuig met bestemming Laayoune.

In dit tweede vliegtuig zaten al 18 andere illegale Marokkaanse migranten -die geen band hebben met de Riffijnen of met de situatie in Arif-, allemaal geboeid en bewaakt door meer dan 20 Spaanse agenten, die deel uitmaken van de deportaties die plaatsvinden met een frequentie van twee keer per week tussen Las Palmas en Laayoune.

Na aankomst op het vliegveld van de Saharaanse stad, werden de twee jonge mannen urenlang ondervraagd door de Marokkaanse politie (vooral over de omstandigheden van hun vertrek in een boot), en vervolgens vrijgelaten en naar huis gestuurd voor een reis van 1.700 kilometer met de bus, de afstand tussen Laayoune en Al Hoceima.

De twee jongeren, 1 afgestudeerd in industriële elektriciteit en de ander als kapper, legden EFE uit dat de beslissing om hun asielverzoek af te wijzen te wijten is aan het feit dat ze geen enkel bewijs in de vorm van foto’s of video’s hadden, waaruit hun deelname aan de Riffijnse protesten bleek.

Samen met de twee vluchtelingen, heeft de Spaanse politie een derde migrant uit Arif overgebracht van Murcia naar Madrid, en vervolgens naar de Canarische Eilanden, maar om onbekende redenen werd hij niet uitgezet naar Laayoune.

De boot waarin deze jonge mensen zaten werd gered samen met een andere boot waarin zeven voormalige gevangenen en bekende activisten van de Riffijnse volksbeweging reisden, allemaal met min of meer lange gevangenisstraffen (sommige tot drie jaar) wegens deelname aan de protesten.

Op 5 februari werden acht van die jongeren vrijgelaten nadat het Spaanse Asiel- en Vluchtelingenbureau (OAR) hun asielaanvraag gedeeltelijk had aanvaard, terwijl de overige zeven vrijgelaten werden nadat hun afdeling in de CIE getroffen werd door Covid-19.

De Riffijnse migratie naar Spanje is sinds medio vorig jaar opnieuw toegenomen, en een onafhankelijke studie telde ten minste 1.766 mensen uit deze regio die in de tweede helft van 2020 clandestien naar de zuidkust van Spanje kwamen.

In 2020, volgens de gegevens van Frontex, kwamen 17.057 migranten in Spanje aan via de zogenaamde “Middellandse Zeeroute”, waarvan 3.566 Marokkanen. Het Rode Kruis van zijn kant heeft alleen al in Motril (Zuid-Spanje) 1.789 mensen geteld, waarvan ongeveer de helft Marokkanen.