Verslag Benefietavond ‘De Rif is één familie’

Hieronder een ingezonden verslag van het benefiet dat afgelopen zaterdag plaatsvond in Utrecht. De schrijfster vertelt ook hoe zij betrokken raakte bij de Riffijnse zaak en de Stichting Ontwikkeling Rif:

 

Verslag Benefietavond ‘De Rif is één familie’, 22 december 2018.
Georganiseerd door Stichting Ontwikkeling Rif.

Op 27 juni 2018 werd bekend dat de gearresteerde Hirak activisten, na een gotspe van een rechtsgang, veroordeeld waren tot torenhoge straffen.

De uitspraak kwam om middernacht, zoals alle praktijken die het licht niet verdragen.

Tot dan toe volgde ik de Hirak op afstand. Ik was blij met de volksbeweging, de demonstraties, de zelfbewuste en breed gedragen roep om verandering, om rechtvaardigheid en om menswaardigheid. Ik was echter nog nooit naar een demonstratie geweest, had me niet aangesloten bij enige vorm van vereniging om de Hirak vanuit Europa te steunen en had me niet verdiept. Kortom, ik droeg niets bij. Hoezeer het lot van de Rif en de Imazighen me ook aan het hart ging.

Op die 27ste juni veranderde er iets: ik werd woedend. Net als heel veel anderen om mij heen werd ik overspoeld door een machteloze woede om de buitensporige arrogantie van het Marokkaanse establishment, de Makhzen. De veroordelingen bewezen dat die Makhzen geenszins van plan was de basale noden van het volk prevalentie te geven boven de door hen genoten privileges. De uitspraken van de rechtbank vertelden ons (wederom): het volk mag verrekken en als je het lef hebt op te staan tegen het onrecht zullen de autoriteiten alles in het werk stellen om je voorgoed het zwijgen op te leggen.

Ik zocht naar constructieve manieren om het gevoel van machteloosheid te verdrijven en ging informeren naar wat er allemaal aan steunende initiatieven waren voor de Hirak in Nederland. In de hoop een steentje bij te kunnen dragen aan de burgerbeweging.

Er bleken veel mensen, tegen de klippen op, al jaren actief bezig om de mensonterende omstandigheden in de Rif en de corruptie en repressie door de Makhzen aan de kaak te stellen.

Dit doen zij door middel van het houden van demonstraties en van sit-ins, door het publiek via de reguliere en sociale media en via allerlei andere platforms op de hoogte te houden van het laatste nieuws over de Hirak, door het organiseren van verdiepende bijeenkomsten en door zich succesvol in te zetten voor de nominatie van Nasser Zafzafi voor de Sakharov-prijs. En, last but not least, door geld in te zamelen voor de ruim 400 families waarvan de zoons, vaders, broers en echtgenoten in gevangenissen, verspreid over heel Marokko, opgesloten zitten.
Dit allemaal in hun eigen tijd, met hun eigen middelen. Zonder subsidies, zonder stimuleringsfondsen. Met beperkte steun en veel tegenwerking.

Stichting Ontwikkeling Rif, een organisatie die de families van de politieke gevangenen financieel steunt, organiseerde op 30 juni in Rotterdam, hun inmiddels tweede benefiet. Zo bleek tijdens mijn inventarisatie van de steuninitiatieven.

Terwijl ik met een half oog de Facebook-lives en berichtgeving over de Hirak volgde, hadden mensen, geheel vrijwillig, hun mouwen opgestroopt en waren ze aan het werk gegaan om de families die zo’n groot offer hebben gebracht, te helpen overleven.

Ik voelde schaamte. Het was een vertrouwde schaamte. Als migrant realiseer je je tijdens elk verblijf in de Rif dat je de dans ontsprongen bent. Dat wij bij ziekte of ongeval een paar telefoontjes verwijderd zijn van repatriëring naar Nederland, terwijl voor je nicht, neef, oom, tante, opa en oma daar, medische behandelingen een onneembaar fort zijn. Fysieke pijn tot soms ondraaglijk lijden is voor mensen daar een onontkoombare realiteit.

Schaamte voelen we ook bij de ambtelijke loketten. Wij gooien er wat dirhams, liever nog euro’s, tegenaan en krijgen zo niet alleen waar we om vragen, maar ontnemen en passant ook de anderen, de armen, hun recht op gelijkwaardige behandeling.

Schaamte is ook zeer op zijn plek als we het veertienjarig dienstmeisje, ver weg van haar familie en elke vorm van bescherming, opdragen een klusje of een boodschap te doen. Je ondertussen terdege realiserend dat het meisje je dochter, je zusje, jijzelf had kunnen zijn.

Net zoals de Hirak-activisten, de politieke gevangenen en degenen voor wie zij opkomen onze kinderen, broers en zussen, echtgenoten en ouders kunnen zijn.

Tijdens het derde benefiet ‘De Rif is één familie’, georganiseerd door Stichting Ontwikkeling Rif, op 22 december in Utrecht, was de vader van Nasser Zafzafi, Ahmed Zafzafi, aanwezig als eregast.

Om te illustreren waarvoor en vooral voor wie Stichting Ontwikkeling Rif zich inzet, vertelde Ahmed Zafzafi over een vrouw die vijf dagen na haar bevalling, een busrit van 600 km moest afleggen om haar echtgenoot een blik te gunnen op zijn pasgeboren dochter. Over zijn eigen vrouw, die lijdt aan diabetes en kanker, maar haar zoon tweewekelijks wil bezoeken. Over de verscheurdheid van familieleden die moeten kiezen tussen boodschappen voor het gezin en de reis- en verblijfskosten die ze moeten maken om een familielid te bezoeken in de gevangenis.

Daarna volgde het ‘politieke’ verhaal, over de neergeslagen protesten, de uitzichtloosheid die zwaarder op de regio drukt dan ooit tevoren en de verloren kinderen in de gevangenissen en vluchtend over zee.

Uiteindelijk kwam dan het diep persoonlijke: het raakt mij als vader.

Zijn zoon is een icoon geworden van een strijd om menswaardigheid en vrijheid van meningsuiting. Maar voor hem, zijn vrouw en andere zoons is het allereerst hun kind en broer. Er is een aanslag op zijn leven gepleegd. Hij is vernederd, verkracht, gemarteld, heeft ruim een jaar in een isoleercel doorgebracht en is uiteindelijk veroordeeld tot 20 jaar cel. Ondanks alle strijdbaarheid en overtuiging, moeten Nasser Zafzafi en zijn familie zich dagelijks tot die werkelijkheid zien te verhouden. Ze kunnen hem niet beschermen. Dat moet ontstellend moeilijk zijn.

Dit is niet anders voor de andere families van de politieke gevangenen en geldt in zekere zin ook voor de diaspora. Als wij het hebben over de achterstelling van de Rif, de corruptie, de armoede, de uitzichtloosheid, de repressie, dan hebben wij het heel concreet over het vaak erbarmelijke lot van onze familieleden en streekgenoten daar.

Onze woede over de omgang van de Marokkaanse autoriteiten met de burgerrechten- en emancipatiebeweging Hirak, komt voort uit liefde voor de Rif en haar mensen. Diezelfde liefde drijft de vrijwilligers van Stichting Ontwikkeling Rif. Van dichtbij heb ik gezien hoe mensen zich, met minimale middelen en maximale inzet, maandenlang hebben ingezet om een mooie, maar vooral familievriendelijke benefietavond te realiseren.

Woede mobiliseert mensen om de confrontatie aan te gaan met de daders van onrecht en lijden. Liefde leidt tot onzelfzuchtigheid. Alleen liefde kan mensen over hun eigen schaduw laten springen en toewijding doen tonen aan een zaak die hen feitelijk alleen raakt via de ander.

We hebben beide nodig, woede en liefde, om verandering te bewerkstelligen. Waar de demonstraties en politieke acties gedreven worden door onze, terechte, woede, zijn de activiteiten van Stichting Ontwikkeling Rif uitingen van onzelfzuchtige liefde. Zij voorzien de families van voldoende middelen om regelmatig hun familieleden in de gevangenis te kunnen bezoeken, steunen ze financieel in het dagelijks levensonderhoud en behoeden ze daarmee voor een armoedeval en verlies aan moraal.

Die inzet voor de Rif werkt niet alleen verlichtend voor de mensen daar, maar verlicht ook ons gevoel van machteloosheid. Dus graag meer initiatieven gericht op ontwikkeling, verlichting en ruggensteun. In de eerste plaats omdat het voorlopig nog broodnodig is, maar ook om tegenwicht te bieden aan cynisme. De politieke strijd is er 1 van de lange adem, maar geven om en werken voor je naasten en de minderbedeelden in de Rif levert direct concreet resultaat op. Die meetbare opbrengsten hebben we allemaal nodig om hoop te houden. Zij daar en wij hier.