VN-werkgroep roept Marokko op een Riffijnse activist onmiddellijk vrij te laten!

De Werkgroep Arbitraire Detentie van de Verenigde Naties heeft Marokko opgeroepen de Riffijnse politieke gevangene Mounir Ben Abdellah onmiddellijk vrij te laten en hem het recht op schadevergoeding te verlenen.

Riffijnse activisten hadden de werkgroep van het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten een dossier gestuurd over Mounir Ben Abdellah. In het dossier stond onder meer dat Mounir gearresteerd werd voor zijn deelname aan de Riffijnse volksbeweging en voor het gebruik van de vrijheid van meningsuiting om de Marokkaanse discriminatie in Arif aan te kaarten.

De Werkgroep Arbitraire Detentie gaf het Marokkaanse regime ruime tijd om op de aantijgingen te reageren. Marokko reageerde echter buiten de deadline, maar werd door de werkgroep alsnog behandeld. Marokko beschuldigde in haar antwoord de volksbeweging van geweld. Volgens Marokko was Mounir betrokken bij het organiseren van gewapende bijeenkomsten. Zijn kritiek op de Marokkaanse discriminatie in Arif noemde Marokko discriminatie.

Na het bestuderen van beide dossiers kwam de Werkgroep Arbitraire Detentie van de Verenigde Naties tot de conclusie dat de Riffijn  willekeurig is gearresteerd en verzocht Marokko hem onmiddellijk vrij te laten. De Werkgroep vraagt ook maatregelen te nemen tegen de verantwoordelijken van de schending van de rechten van Mounir Ben Abdellah. Het dossier van de Riffijn zal ook verwijst worden naar de VN speciaal rapporteur voor foltering om de juiste actie te ondernemen.

Hieronder de vertaling van de conclusie van de Werkgroep Arbitraire Detentie:

Beslissing
Gezien het bovenstaande brengt de werkgroep het volgende advies uit:
De vrijheidsbeneming van Mounir Ben Abdellah is willekeurig omdat het in strijd is met de artikelen 9, 14 en 19 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en in de categorieën I, II en III valt.
59. De werkgroep verzoekt de Marokkaanse regering de nodige maatregelen te nemen om de situatie van de heer Ben Abdellah onverwijld te verhelpen en deze in overeenstemming te brengen met de toepasselijke internationale normen, met name die welke zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.
60. De werkgroep is van mening dat, gelet op alle omstandigheden van de zaak, de passende maatregel hierin is de heer Ben Abdellah onmiddellijk vrij te laten en hem het recht op schadevergoeding te verlenen, ook in de vorm van compensatie , in overeenstemming met internationaal recht.
61. De werkgroep dringt er bij de regering op aan ervoor te zorgen dat er een grondig en onafhankelijk onderzoek wordt uitgevoerd naar de omstandigheden van de willekeurige vrijheidsbeneming van de heer Ben Abdellah, en om de nodige maatregelen te nemen tegen de verantwoordelijken schending van zijn rechten.
62. Zoals bepaald in punt 33, onder a), van haar werkwijze, verwijst de werkgroep de zaak naar de speciale rapporteur voor foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing om de juiste actie te ondernemen. .
63. De werkgroep verzoekt de regering alle middelen te gebruiken die haar ter beschikking staan ​​om dit advies zo breed mogelijk te dissemineren.

Vervolgprocedure

64. Overeenkomstig paragraaf 20 van haar werkwijze verzoekt de werkgroep de bron en de regering om haar op de hoogte te stellen van alle maatregelen die zijn genomen ter uitvoering van de aanbevelingen.
(a) of de heer Ben Abdellah werd vrijgelaten en, zo ja, op welke datum;
(b) indien de heer Ben Abdellah een vergoeding heeft verkregen, in het bijzonder in de vorm van een vergoeding;
(c) Of de schending van de rechten van de heer Ben Abdellah werd onderzocht en, zo ja, wat de uitkomst van het onderzoek was;
(d) indien Marokko zijn wet of praktijk heeft gewijzigd om deze in overeenstemming te brengen met de verplichtingen die het land door het internationale recht worden opgelegd, in overeenstemming met deze aanbevelingen;
(e) Als er andere maatregelen zijn genomen om op deze melding te reageren.
65. De regering wordt verzocht de werkgroep op de hoogte te stellen van eventuele problemen bij de uitvoering van de aanbevelingen in dit advies en haar te laten weten of zij aanvullende technische bijstand nodig heeft, bijvoorbeeld bij als onderdeel van een bezoek aan de werkgroep.
66. De werkgroep verzoekt de bron en de regering haar de gevraagde informatie te verstrekken binnen zes maanden na de mededeling van deze aankondiging. Het behoudt zich echter het recht voor om vervolgmaatregelen te nemen als er nog meer zorgwekkende informatie onder de aandacht wordt gebracht. Zo kan de werkgroep aan de Mensenrechtenraad rapporteren of er vooruitgang is geboekt bij de uitvoering van zijn aanbevelingen of dat er juist niets is ondernomen.
67. De werkgroep herinnert eraan dat de Mensenrechtenraad er bij alle staten op heeft aangedrongen om met hem samen te werken en dat hij er bij hen op aandringt rekening te houden met zijn advies en stappen te ondernemen om de situatie te verhelpen van alle personen wiens vrijheid willekeurig werd ontnomen en hem te informeren over de maatregelen die hiertoe zijn genomen.