Vragen aan de EU-Commissie over Marokko’s vervolging van Europeanen met dubbele nationaliteit

Kati Piri en Kathleen van Brempt hebben de Europese Commissie vragen gesteld over het besluit van Marokko om burgers in het buitenland te vervolgen.

Op 30 december 2020 dienden de Marokkaanse veiligheids- en geheime diensten DGST, DGSN en DGED juridische aanklachten in tegen niet-ingezeten Marokkanen wegens het beledigen van ambtenaren en overheidsinstanties, het melden van fictieve misdrijven, het verzinnen en verspreiden van valse beschuldigingen, en laster.

Volgens de leden van ‘Friends of the Rif’ valt dat echter in de inspanningen van het Marokkaanse regime om de vrijheid van meningsuiting te ondermijnen.

Kati Piri en Kathleen van Brempt hebben ook een vraag gesteld over de Europese trainingen die verzorgd worden aan Marokkaanse agenten in het verzamelen van informatie van sociale media en mobiele telefoons.

Vertaling van de drie vragen in het Nederlands:

1. Is de Commissie op de hoogte van het feit dat de Marokkaanse autoriteiten extraterritoriale juridische stappen ondernemen om het recht op vrijheid van meningsuiting en meningsuiting van EU-burgers te verstikken?

2. Welke maatregelen denkt de Commissie te nemen om de volledige bescherming van de grondrechten van alle EU-burgers, ook van degenen met een dubbele nationaliteit, te waarborgen tegen de aantasting door derde landen?

3. Kan de Commissie garanderen dat de CEPOL-trainingen voor Marokkaanse veiligheidsfunctionarissen niet door deze functionarissen worden misbruikt om fundamentele rechten te schenden en zo niet, is de Commissie bereid deze trainingen onmiddellijk te beëindigen?